Woning aan het Jac. Boomsmastraat 24
huisnummer voor 1953 was Sondel 34a


Ruurd en Hittsje Grouwstra-Bakker
 

Hier woonden achtereen volgens:

Ruurd Grouwstra
en Hittje Bakker
Ruurd 15 juni 1872 geboren te Harich,  2 sept. 1953 overleden te Sondel. Hittje 3 juli 1875 te Hemelum, 21 aug. 1951 overleden te Sneek. Ze zijn getrouwd op 21 mei 1898

Durk Scholtanus en Rinske Grouwstra
Durk 8 sept 1893 geboren, 2 mei 1975 overleden.
Rinske 26 febr 1899 geboren, 12 febr. 1984 overleden.

Rinske is een dochter van Ruurd en Hittsje en zijn na hun trouwen 15 mei 1919 in de andere helft gaan wonen.

Rein de Vries (1980 overl.) en Feikje de Roos (1985 overl.)
(in de helft van Ruurd en Hittje)
Alleen 's winters als het koud was woonden Rein en Feikje in hun huis, voor de rest van het jaar op het schip om vracht te vervoeren.

Douwe
de Vries en Sjoukje Hendriks
(Douwe is een zoon van Rein en Feikje en zijn na hun trouwen
19 maart 1953 in de helft van Durk en Rinske gaan wonen)

Heert de Vries en Hinke Eppinga
 



Durk en Rinske Scholtanus-Grouwstra met hun kinderen
 
       
4 mei 1937 heeft schipper Rein de Vries bij de gemeente een aanvraag ingediend voor de bouw van een turfbergplaats.  
       

Je hebt plezierige én lastige watersporters

Oudste havenmeester van ons land:

Lemmer – Ze zeggen dat ik de oudste havenmeester van het land ben. Het is de 82-jarige Rein de Vries, die dit zegt.  Hij fungeert nu al weer dertien jaar als havenmeester bij de kleine gemeentelijke jachthaven aan de Zijlroede te Lemmer. Ondanks zijn hoge leeftijd doet hij dat werk dagelijks met plezier. ,,Ik fiel my hjir thύs, sa by it wetter”, aldus de ex-schipper.

Hij woont met zijn vrouw Feikje de Roos in het skûtsje  Hoop doet Leven, dat bij de jachthaven in de Zijlroede ligt. Dat 35-tons tjalkje is al 64 jaar oud en al 50 jaar in bezit van de havenmeester. Het schip ziet er nog piekfijn uit en is nog geheel in originele staat.
In de roef met een knusse petroleumlamp boven de tafel is het gezellig en sfeervol. Aan dek vindt men de originele blokken, een fraai roerklik en om nog wat te noemen de complete zeilen. Duidelijk is, dat het schip met veel liefde wordt  onderhouden. Ik ben altijd aan het poetsen en schilderen, vertelt Rein de Vries, terwijl hij met kwast en verf in het gangboord bezig is.

Halve eeuw gevaren
Vijftig jaar lang heb ik met dit schip door Nederland gezworven. We zij overal geweest, behalve in Zeeland.  We hebben van alles vervoerd wat er maar te bedenken viel: turf, rijshout, bomen. Ook deden we vaak verhuizingen.
Toen ik 65 was zijn we er mee gestopt. We lagen daarna met het schip in Sondel. Daar heb ik eerst vier jaar in het vakantiekamp gewerkt. Later gingen we met het schip naar Lemmer. Iemand van de gemeente kwam me eens vragen  of ik wat op de haven wilde passen.  Ik wil het wel eens proberen, heb ik toen gezegd.
Welnu, het bevalt goed. En we hebben hier ook een mooi plekje voor het schip. Ze zeggen wel eens: jullie moeten naar een tehuis. Dat is hier in het sk
ûtsje. En zolang we gezond blijven hopen we er te blijven ook. Dat werk hier op de haven vind ik mooi.


Rein de Vries op zijn schuit 'Hoop doet Leven'

De woning in Sondel met turfbergplaats, 2008

Ik houd hier wat toezicht, haal het havengeld op, schrijf de bonnetjes voor de passanten uit en help bij het watertanken. Deze zomer is het al weer veel drukker dan verleden jaar. Toen had ik op dit stukje van de Zijlroede – tussen de brug en de grote gemeentelijke jachthaven – 639 overnachtingen. Nu zijn we al boven de achthonderd.

Het is plezierig met al die mensen om te gaan. Maar je klanten en klanten. Er zijn verrekte domme lui bij die watersporters. Die kunnen nog geen tros vastmaken. Je kunt altijd zien wie gewend is om auto te rijden. Dan komen ze met de boot bij de pomp en dan vergeten ze vast te maken. Dan zeg ik, dat is een autobestuurder op het water. Maar dan waait zo’n boot weg natuurlijk.
Ik krijg ook wel eens lastige mensen. Laatst nog vier kerels. Ze waren zo dronken als kruiwagens. Zij zeggen: wij hoeven u niet te betalen. Wie denkt u wel dat wij zijn? Ik zei: ik zie het al; burgemeester en wethouders van Schiedam. Maar het is hier vaak ook erg plezierig. Eens was hier een jongejuffer met haast niks om het lijf. ,,Twa b
ûsdoekjes, mear net”. Een oude dame  zei toen tegen mij, dat ze het aanstootgevend vond. Nou, ik loop even tegen die juffrouw aan zeg: nou mevrouw, ik heb me daar niet aan gestoten.

Er komen hier veel Duitsers. Die hebben op de anderen voor, dat ze doen wat je zegt. Als ik zeg, dat de boot aan die en die paal moet worden vastgelegd doet een Duitser dat. Maar als ik dat tegen een Lemster zeg antwoordt hij: Hwat hastou der mei noadich.

Ik krijg ook veel kaarten van de Duitsers, voorla met Kerstmis en Nieuwjaar. Ze komen uit de hele wereld. Dat komt omdat de Duitsers net als de ooievaars ’s winters naar warmere streken trekken. De ooievaars komen niet terug. Maar de Duitsers wel. Ze vinden het hier mooi.  En dat vinden wij ook. ,,Wy fiele ύs hjir thύs en wy wolle dit plakje net graech misse”, aldus Nederlands oudste havenmeester.

Archief Leeuwarder Courant
23 sept. 1974