Bomenrijen door Sondel


Op aanzichtkaarten van eertijds in welk dorp van Gaasterland dan ook kijk men verrast op hoeveel bomen er langs de kant van de weg staan. Een knus en idyllisch gezicht.
Door de jaren heen zijn heel veel bomen verdwenen, de reden hiervan is dat de groter worden voertuigen meer ruimte nodig hebben op de smalle klinkerwegen door de dorpen. Anderzijds dat de bomen oud of ziek waren of aan ´vervanging´ toe zijn.


1940-44, rijen bomen langs de kant van de weg, vanaf school gezien richting Wijckel.
 Links de woning van eertijds Akke en Heiltje Akkerman.
Daarnaast wonen hedendaags Gerrit en Ypie Stellingwerf.
 

Begin zeventiger jaren is de weg door Sondel geasfalteerd en veel breder gemaakt, om het steeds grotere en snellere wagenpark nog vlotter door te laten stromen. Wel zijn nadien nieuwe jonge boompjes geplant langs de nieuwe weg. Ook van deze zijn inmiddels weer een aantal binnen de bebouwd kom omgezaagd daar deze eigenlijk te groot worden in een dorp en heel veel licht wegnemen.
Ook zijn er aan de Wijckelerzijde buiten de kom een aantal grote Amerikaanse populieren verdwenen die de fietspaden met hun wortels ondermijnden.
Door de jaren worden bomen gekapt voor het maken van, balken, planken, klompen, etc.

Terug gaand in de tijd 1940-45 stonden er vanaf Sondel tot aan de Hervormde kerk van Wijckel aan beide zijde van de weg rijen bomen.
In 1965 waren op deze streek al heel wat bomen verdwenen.

 

1945- Doede Bosma met dochter Piertje  aan het melken in het jister. Op de achtergrond de bakkerij van Roel en Saapke van Netten aan de weg met veel bomen richting Wijckel. Op het stee van Doede Bosma wonen nu Doede en Riemke Deinum.

Klompmaker
Uiteraard zullen heel wat van deze bomen omgezaagd zijn door Harmen Akkerman, boer en klompmaker uit Sondel (woonden op het stee van Ibo en Trudy). Harmen heeft zijn jongens het vak geleerd. Zoon Roelf heeft de veehouderijtak overgenomen van zijn vader en zoon Jan trouwde in 1951 Brechtsje Feenstra en heeft de klompenmakerij meegenomen naar Wijckel.

In deze woning met schuur woonde de 'koude' bakker Roel en Saapke van Netten (hij betrok zijn brood van Bakker Breimer van Wijckel).
Van Netten verhuisde in 1951 naar de 'earmenikker'  in Sondel.
Waar nu de rotonde is, iets er naast aan de Wijckelerzijde stond de woning met werkschuur van Jan Akkerman.
Jan had veel connecties in Friesland waar hij bomen opkocht. O.a. bij de Gemeenten als zij constateerden dat bomen de iepziekte hadden.
Her en der bij boeren en burgers werden ook bomen omgezaagd. De grote stammen werden op een lange wagen getakeld en met een paard naar huis gereden.

1945 Jan Akkerman op het ouderlijke stee in Sondel met op de achtergrond rechts de nog niet afgebrande boerderij (1947) van Hendrik Ynses de Jong.


 
Achterhuis was er opslag voor de omgezaagde boomstammen die hij binnen een kort tijdsbestek gebruikte.
De overige stammen werden naar de nabij gelegen Bakkerssloot gereden waar water in stond.(waarom deze sloot deze naam draagt, weet ik niet, gehoord van overlevering). Deze sloot was vlakbij en lag naast de hedendaagse autosloperij van Johannes Stegenga, in het verlengde van de weg naar Wijckel. Met een lange stok en onderaan een ijzeren pikhouweel werden de bomen met de hefboom tactiek van de wagen gerold, voor de rest rolde de boom zo de sloot in. Indertijd was het een hele brede sloot, er lagen wel een 6 tal bomen naast elkaar.
De boomstammen werden in het water gerold tegen uitdroging, bij gebruik kon de klompmaker ze beter verwerken tot klompen. Toen wij jong waren hebben wij wel op deze bomen rond gelopen, was wel gevaarlijk, maar ja zo gaat dat....
Aan de Sondelerdyk vlak bij de 'hikjes' zijn ook heel veel bomen in de sloot gerold door Jan Akkerman.

Als er thuis achter het bedrijf geen bomen meer lagen, werden er een aantal uit de sloot gehaald.
Met een paard en staalkabel werden dezen dan uit de Bakkersloot getrokken op het land van boer Hains Ottema, om vervolgens naar het bedrijf te worden gesleept.
Als jonge knaap in 1970 ging ik wel naar mijn buurman Jan om een paar centen te verdienen. Ik heb heel veel klompen geschuurd aan de schuurbandmachine.

Met de houtkrullen uit de klompen werd o.a. de oven verwarmd waar bovenop de klompen moesten droegen.
Ik zie het nog voor mij hoe snel en vakkundig Jan de klompen lakte en vervolgende vlot de volgende klomp uit het rek haalde voor een lakbeurt.
Ook het inkerven van sierlijke lijnen in de klompen met een speciaal mes moest je een vaste hand hebben en was alleen bestemd voor de echte ambachtsman.

Alle boomstammen uit de sloot heeft de klompmaker nooit gebruikt, de laatste bomen waren helemaal overgroeid met mos en gras.
Dezen zijn er uitgehaald toen de weg werd vernieuwd en verbreed rondom 1995.
Johannes Stegenga (van Beimen en Wieke) heeft vanaf de ambachtschool in 1968 een jaar bij Akkerman gewerkt.
Ook op de zaterdagen was er genoeg werk in de klompenmakerij. O.a. de bestelde klompen in naastliggende dorpen rondbrengen.
 

 
1950-60er jaren. Klompmakers bedrijf van Jan en Brechtsje Akkerman. Voor was ook een winkeltje met verkoop van klompen. Deze woning is in 1973 afgebroken met komst snelweg Lemmer-Balk.
 
1969 - Vanaf de ambachtsschool heeft Johannes Stegenga, rechts, een jaar bij Jan Akkerman, links, gewerkt. Op de achtergrond de boerderij van Hains Ottema.
In 1972 zijn Jan en Brechtsje weer verhuisd met de hele klompenhandel, wegens de aanleg van de snelweg van Lemmer naar Balk. Het bedrijf stond in de weg , dus werd het gesloopt. Jan verhuisde naar de
Jac. Boomsmastraat 58 in Sondel en t/m 1986 hebben ze hier nog klompen gemaakt en verkocht.

 

 

Laatste paar klompen door Akkerman gemaakt en verkocht aan Gerard Samplonius.
Ze staan mooi te 'pronk', aldus Gerard.

         
Bomen bij Wiebe de Vries
Voor de oude kop-hals-romp boerderij van Wiebe en Cornelia de Vries stonden ook oudvaders van bomen. Dergelijke bomen stonden ook voor de stjelpboerderij van Hendrik en Kee de Boer. Maar deze bomen zijn in de jaren 1940-45 gerooid. Die van Wiebe zijn rondom 1948 omgezaagd, maar dat ging niet zoals dat zou moeten gaan.
Hendrik Schotanus kwam als 16 jarige jongen eind 1944 bij timmerbedrijf Egge van der Veer aan het werk. Hij was in de werkplaats aan het werk en had het zicht op de grote bomen omdat de bedrijfswoning nog niet was gebouwd. Schotanus verteld het volgende;


± 1935 - rechts de bomenrij bij Hendrik en Kee de Boer en links de bomen bij Wiebe en Cor de Vries.
Achter de fietsende man in de berm de paddestoel waar bovenin de stroomdraden zaten.


Het timmerbedrijf van Gebr. Frankema wilde de klus wel klaren. Het bedrijf kon van deze ieperenbomen het hout wel gebruiken. Door de noordwestenwind zijn de toppen van de bomen nogal over de weg gegroeid.
Naast de kleine mendeuren op de zijkant werd een grote dikke paal de grond in geslagen.
Een dik touw werd hier aan vast gebonden en het andere eind hoog in de boom, die werd omgezaagd.
Dit om de boom zo te laten vallen dat deze op het erf kwam.

Toen de boom bijna was doorgezaagd en al aardig in het touw begon te hangen, knapte het touw, de boom viel schuin over de weg.
De toppen van de kruin van de boom scheerde tegen de ramen van Familie de Boer. Gelukkig aan de boerderij niks kapot.
Maar bij het vallen van de omgezaagde boom nam deze ook de stroomdraden mee die hier hingen vanaf de paddestoel stroompaal die op de driesprong stond en naar de woningen gingen.
Veel witte peb stroompotten die op de muren waren geschroefd lagen er af of waren krom getrokken.
Een wirwar van draden lagen over de weg, Hendrik kwam niet te dichtbij, wellicht stond er nog stroom op de draden.
Hoe de overige bomen van Wiebe de Vries zijn omgezaagd verteld de geschiedschrijver niet en blijft in nevelen verhuld.
Oude bomen bij de Beuckenswijk
Voordien was de weg door de dorpskom geplaveid met klinkers en was deze voor het toenmalige verkeer breed genoeg.

Begin 1970 is de weg geheel vernieuwd en verbreed en dus de bomenrij voor de Beuckenswijk moest ook verdwijnen. En zo zijn meerdere oudvaders van bomen in Sondel ten prooi gevallen aan de modernisering.


1969- de oude klinkerweg door Sondel. Rechts de bomenrij voor de Beuckenswijk.
 

Tot slot staan er van begin Sondel tot eind Sondel nog vele bomen hetzij jong of al weer 20 jaar oud of ouder. De Wijckelerzijde van Sondel meer dan aan de Nijemirdumerzijde. De nieuw aangeplante bomen in de kom zijn aangepast, dat wil zeggen dit worden niet van die basale grote bomen.
Door de ontwikkeling der tijd, modernisering, beplanting ziet Sondel er mooier uit als ooit te voren.
Maar zolang er bomen groeien, zullen er bomen worden gerooid.

Riedo.nl, febr. 1014