Sondel maakt werk van travalje
 
Oud-dorpssmid Homme Riemersma  en voorzitter Wiebe Brouwer van Dorpsbelang willen de oude travalje weer als nieuw zien te krijgen.           

Foto: LC/Wietze Landman
 
Hij moet al zo’n honderd jaar oud zijn. Eerst stond hij jarenlang bij de smidse in Wijckel, daarna verhuisde hij balk voor balk naar de smederij te Sondel. Daar staat de uitgerangeerde hoefstal nu al een jaar of veertien te verkommeren. Want tegenwoordig is er de rijdende hoefsmid, die met zijn nieuwerwetse apparatuur langs komt om lastige paarden hoefijzers aan te meten. Oud-dorpssmid Homme Riemersma en plaatsgenoot Wiebe Brouwer willen de bejaarde ‘travalje’ echter nieuw leven inblazen.

Riemersma (78) heeft de noodstal van zij achttiende tot zijn vijfenzestigste gebruikt, al kon hij de meeste paarden zonder die dwangbuis wel aan. Toen zijn vader – ook smid – verhuisde van Wijckel naar de smederij in Sondel nam hij de stal voor het hoefijzer beslaan mee. Veertien jaar geleden besloeg Homme Riemersma voor het laatst een paard. Stoppen met werken deed hij echter niet. Riemersma repareert nog fietsen. En zij vrouw Froukje runt het winkeltje bij de oude smederij. ,,Mar it is mear hobby hear,"Eigenlijk bleef alleen de oude hoefstal wekeloos. Voor die stal wordt nu een actie op touw gezet. Voorzitter Wiebe Brouwer van Plaatselijk Belang Sondel en smid Riemersma zijn het er roerend voer eens: het kan zo niet langer met de honderdjarige. Ze hebben Harmde Jong uit Workum gevraagd de travalje uit nieuw hout op te trekken en het oude ijzerwerk daar weer aan vast te zetten. De klus moet 6000 tot 7000 gulden kosten. Als het klaar is heeft Sondel er een toeristische attractie bij.

Het geld moet uit Sondel zelf komen, maar ook van de gemeente en van sponsers. Brouwer: ,,Wy ha hjir om it jier Sondeler Bil. Dęr hâlde wy wol wat sinten fan oer. En fierders hat de gemeente al jild tasein. Wy sille net by de doarren del om sinten. Want ja ha altyd minsken dy’t sizze: "Wat moatte wy mei sa’n âld ding.’ Wy hoopje dat de nije needstâl der fan ’t simmer mei de doarpsbarbecue stiet."

Waar de stal komt te staan is nog niet zeker. Hij staat nu achter Riemersma’s smederij aan de Jac. Boomsmastraat. ,,Wy wolle him wol graach oan ‘e oare kant fan de dyk op it pleintsje ha", zegt Brouwer. ,,Mar de âld frou wol him hjir graach hâlde, dat ik tink dat wy dat mar dogge." In Friesland zijn nog maar enkele originele hoefstallen te bewonderen, zoals die bij Langweer.

Bijna alle onderdelen van de schuingezakte en bemoste noodstal zitten er nog aan: kettingen om paardenhoofd en staart mee vast te houden, de achterste stang om het paard mee op te sluiten en een ijzeren gevaarte voor het ,,optakeljen fan wylde hynders". Dat laatste hulpmiddel heeft Riemersma’s vader er trouwens pas later aangezet.

Verder bestaat de noodstal vrijwel helemaal uit hout. Tot en met de pinnen waarmee de onderdelen aan elkaar vast zitten. Slechts de zijbalken zijn verdwenen. Die moeten straks opnieuw worden ontworpen. Aan een van die balken zat een schuin plankje om de hoeven op te leggen, vertelt Riemersma. ,,Mar by de measten wie dat net nedich hear. De foarfuotten koenen jo hast altyd wol út ‘e hân beslaan."

 

   
In juli 1994 was de officiële opening van de hoefstal op het pleintje bij de kerk. Deze opening werd onder vele belangstelling van de plaatselijke bevolking verricht door Homme en Froukje Riemersma.

Bron: Leeuwarder Courant Regio    
Donderdag 10 februari 1994     door Jan Arendz