
Jan van Houten met zijn vrouw Japke en kind |
Op
de foto (1915) staan Jan en Japke met 1 van hun kinderen, en op de achtergrond
de ‘karre’ op twee wielen die hun woon en verblijfplaats was en die hij zelf
moest voorttrekken. Met de kar gingen ze door de hele Zuidwesthoek. Ze verkochten dan elastiek,
schoenveters, knopen enz. (negoasje). Later kwamen er een paar honden om de
karre te trekken en weer later werd het een woonwagen op vier wielen met een
paard (kêdde) er voor. Ook omdat het gezin met de jaren werd uitgebreid. Ze
hadden drie kinderen; Bertus, Durk en Zus.
Ze kwamen een keer in Sondel aan en de woonwagen (in de volksmond ook wel ‘bendewein’
genoemd) werd dan op het Swaaigat gestald. De geit die meereed in een stek
achter in de woonwagen werd dan eerste gemolken in een van de potten en pannen
die aan de wagen hingen. Het maakte Jan niet zoveel uit maar volgens de
overlevering molk hij de geit in een pispot, waar men later smakelijk om heeft
gelachen.
Toen de kinderen groter werden waren ze altijd present op alle jaarfeesten en
daar speelden ze met z'n allen in een klein orkest. Jan speelde op de harmonica
en Bertus blaasde op een grote horn en Durk sloeg op een grote trommel. Dit was
niet echt muziek ,maar ze hadden wel lekker veel herrie. Onderwijl ging Japke
met haar dochter er met de centenbak rond. Iemand zei eens over haar:,, Ze is de
schrik der mussen" . Japke had altijd een drukte voor tien. Laat dit dan zo
zijn maar ze hadden altijd het meeste bekijks ten opzichte van anderen.
|
| Elk jaar kwamen ze in Sondel aan op de ,,merke",de Sondeler Bil. Deze
feestelijkheden werd dan gehouden rondom de herberg in Sondel. Hier stonde
kramen opgesteld met o.a. lekkernijen, houten pijpen, garen en knopen, rood en
blauwe baai en er was een hakblok en een kijkkast en ... Jan van Houten met zijn
orkest. De draaimolen stond bij het Swaaigat.
Ook Pieter 'Lieger' kwam op dit soort jaarfeesten met zijn sterker dan sterk
verhalen, alleen hij leefde eerder dan Jan van Houten. Jan zijn echte naam was
Jan Alexis. Zo was het 2 en later 1 dag feest in Sondel. In de winter stond Jan
van Houten ook wel bij het Swaaigat-opslag en anders tegen het beschutte bos bij
Sietze Faber het was maar net hoe het hem uitkwam. Om wat bij te verdienen ging
Durk de boer op. Hieronder staan enige belevingen over Jan van Houten en zijn
zonen;
In de Norde stond een boerderij naast Herman en Gretha Kramer en daar woonde
Eibert Dooper. Deze man was daar boer en had een knecht Pieter Fokkema die
woonde in Sondel in het huis waar nu Melle en Ulkje Zwerver wonen. In de
winterperiode stonden de koeien op stal en Eibert en Pieter hadden afgesproken
als Durk van Houten weer eens langs kwam dan zouden ze een grap met hem
uithalen. En ja op een keer stond Durk onder melken bij Eibert en Pieter in de
stal. Durk was vanaf het Swaaigat naar hun toegelopen om te vragen of hij wat
hooi kon krijgen voor het paard (kedde). Dat kon wel, maar Durk mocht niet in de
schuur komen want hij rook niet al te fris, dit omdat Pieter de zak met hooi
moest klaar maken en Durk daar niet bij mocht zijn. Pieter vulde de zak met
hooi, maar deed er nog een zak binnen in met een stuk of wat keien.
Na het melken pakte Durk de zak met hooi op en zou deze over het schouder
gooien maar dat lukte niet zo erg. ,,Wat is die zak bliksems zwaar", zei
Durk, ,,dit komt omdat er buitendijks hooi in zit en dat is extra goed hooi",
zei de boer. En zo liepen Durk met de zware zak hooi over het schouder en Pieter
naar huis toe. Thuis gekomen gaf Durk het paard wat hooi maar zag dat er nog een
zak in zat... met keien. Wat Durk toen zei zullen we maar bedekken met de mantel
der liefde.
In de winter van ‘43 , het was een strenge winter, ging Durk weer eens naar
Hendrik de Boer toe om een praetje( búthúsje) want er waren daar wel meer
mensen om een praetje en het was er lekker warm. Durk moest dan ook de goten
voor de koeien vol water pompen, zodat de koeien dan water konden drinken. Voor
deze arbeid kreeg hij dan een schaaltje melk in het kattenpannetje. Maar eerst
moesten de katten van Hendrik melk uit het schaaltje drinken want als Durk eerst
dronk dan hoefden de katten geen melk meer zo goed paste Hendrik op zijn katten,
maar ja dit kwam ook doordat Durk zich bijna nooit waste..
Ook in deze winter ging Hendrik de Boer een keer naar de woonwagen van Jan
van Houten om hun koeiendekken te brengen want het vroor 's nachts behoorlijk.
Jan nam de dekken wat graag aan want zoveel dekens hadden zij zelf niet. Nadat
de winter verdwenen was bracht Jan van Houten de koeiendekken weer terug. Op een
morgen zat Hendrik te koffie drinken en toen zag Kee, de vrouw van Hendrik , de
luizen op Hendrik zijn trui omspringen. Ja dit kwam van de koeiendekken die Jan
van Houten had gebruikt. Hendrik heeft de dekken gelijk in het Swaaigat gegooid
zodat de luizen dan dood gaan. Maar hij liet zich wijs maken dat de luizen dat
wel konden overleven. Nou was Jan Poepjes schipper en hij viste veel op de het
Slotermeer en in de Polder en hij had zijn boot soms bij het Hop in Wijckel en
soms in het Swaaigat liggen. Hier stond ook de 'taansjettel' om er de netten in
te drenken zodat deze langer mee konden. Dus toog Hendrik naar Jan om te vragen
dat zijn dekken ook in de 'taansjettel' mochten zodat dan de luizen dood gingen.
Dit gedaan en de luizen dood, maar de koeiendekken waren nu wel erg donkerbruin
geworden.
De
woonplaats van Jan van Houten was Joure. Bertus zoon van Jan had daar een hok met daarin een schaap. Een schaap
met vijf poten. Als men dit schaap wilde bekijken kon dat voor een stuiver. Men
liep dan bij het hok langs en zo kon met het schaap zien en inderdaad het schaap
had vijf poten. De poot hing onder de buik van het schaap. De poot hing
wel met een touw over de rug van het schaap vast maar dat kon men bijna niet
zien.
In de zomer stond
men meestal in Sondel bij het zwaaigat en Jan ging dan bij de deuren lang
en met een aap op het schouder en hij kreeg dan een halve cent van de mensen.
Ook wel eens wat eten en zo leefden zij.
Doede Deinum
2002
|