|
Johannes Draaijer met profcontract uit anonimiteit |
|||
![]() Johannes Draaijer |
Hij
staat bekend als eigenzinnig. Dat blijkt nauwelijks tijdens het twee uur durend
gesprek. Hij staat niet bekend als bescheiden. Van nu af aan wel. Want Johannes Draaijer is bescheiden. En niet dom. Hij studeerde vier jaar weg- en waterbouw aan de HTS. Johannes Draaijer kan ook aardig fietsen. Heel aardig zelfs. Hij veroverde afgelopen zomer in Geulle de nationale kampioenstrui bij de amateurs. Een ingenieur op de fiets. Heeft hij niets beters te doen. "Een baan in de bouw, ho maar. De enige die ik aangeboden kreeg, ging aan m’n neus voorbij. In moest namelijk nog in militaire dienst. Ik heb me rot geprakkiseerd hoe ik die tijd het beste kon doorkomen. Ik heb het geprobeerd met trompetspelen en met fietsen. |
||
|
Dat laatste is me gelukt. En hoe". Johannes is aan het woord. Zijn
gezicht met daarboven de blonde krullen doet me denken aan een
jeugdvriend van me. Ook zijn stem werpt me terug naar mijn kwajongenstijd. Wat kunnen twee mensen toch op elkaar lijken. Komt Johannes Draaijer daarom zo vertrouwd op me over? Of is hij, met wie ik nooit eerder een woord heb gewisseld, gewoon een sympathieke en vooral een gewonen jongen. Ik veronderstel dat laatste. Waarom staat deze 25 jarige Fries dan bekend als eigenzinnig? "Dat zou ik niet weten", antwoordt hij zelf. "Misschien omdat ik voor mezelf opkom. Dat moet ook wel, anders ga je er onder door. Blijkbaar word je dan snel als eigenzinnig betiteld. Ik ben zeven jaar amateur geweest en weet onderhand wel hoe ik moet trainen. Als het dan plotseling heel anders moet, wil ik daar mijn visie op geven. Op tactisch gebied heb ik veel van Piet van der Kruis geleerd. Ik probeer die kennis in de koers toe te passen. Dat valt wel eens verkeerd bij andere jongens. Die willen daar blijkbaar niets van weten. Maar echte problemen heb ik nooit gehad. Zeker niet met mijn ploegleider, Frits Schür met hem heb ik een prima relatie". Hobby "Tot m’n achttiende was fietsen
gewoon één van mijn hobby’s", vervolgt de in Nijemirdum geboren en
opgegroeide Johannes. "Op de lagere school begon ik daarmee. Een klasgenoot
vroeg mij een keer aan de jeugdronde van Balk deel te nemen. Hij werd eerste, ik
tweede. Dat was natuurlijk een leuk begin. Op m’n veertiende werd ik kampioen
van de gemeente Gaasterland. Daarna reed ik veel toertochten, maar geen
wedstrijden. Op den duur wilde ik toch graag een licentie hebben. Die kreeg ik
toen ik tweedejaars junior was. Na een half jaar werd ik amateur. Maar serieus
fietsen was er nog niet bij. Mijn grootste hobby was muziek maken in een
fanfare. |
|||
|
Studiebol Het leren ging Johannes vrij goed af. Onze
studiebol slaagde in één keer voor het VWO en koos vervolgens voor de HTS,
waar hij zich verdiepte in de weg- en waterbouw. In 1984 studeerde hij af als
ingenieur. Maar werk was nog niet voorhanden. Aan het eind van dat jaar moest
hij het ‘land verdedigen’. Johannes zag tegen die diensttijd op. Hij
probeerde zich in de militaire fanfare te blazen. ‘Ik moest er iets bij
hebben, want 14 maanden in de kazerne leek mij niks. Op het moment dat Johannes zich in het
groene uniform hees, beschikte hij over een aardig uitslagenlijstje. Een
overwinning in de Drentse dorpen omloop en twee criterium zeges. Bovendien won
Johannes ook een selectie in Amersfoort, waardoor zijn missie slaagde. Hij werd
uitverkoren voor de militaire ploeg. "Elke dinsdag trainden we onder
leiding van majoor Beljaars. Nationale selectie Johannes koerste in juni 1985 in het
militaire tricot door Geulle in een poging hoog te eindigen op het NK. Maar
eveneens al het jaar daarvoor lukte het hem niet het finishdoek te bereiken.
Vooral op de heuveltjes ging hij kapot. Meer trainen leverde hem vorig jaar de
elfde plaats op, afgelopen zomer troefde hij in de finale Arjan Jagt af en liet
zich in de rood-wit-blauwe trui hijsen. |
|||
|
Muziek Johannes luistert graag naar muziek, het Top 40-genre geniet zij voorkeur. Naast de Wielerbladen rollen bij hem de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad in de bus. Die worden niet doorgespit, maar doorgebladerd. Op de sportpagina’s worden de schaatsberichtjes nauwlettend gelezen. Op TV ziet hij graag volleybal en Amerikaans honkbal. Politiek geïnteresseerd is hij niet. Je moet het heel goed bijhouden wil je er zinnig over kunnen praten, vindt hij. De voormalige studerende trompettist debuteert komend jaar bij de profs, in de PDM-ploeg. "Daar zal moeten blijken dat ik een stuk ervaring heb opgedaan bij de amateurs. Ik moet me natuurlijk opnieuw bewijzen. Ik ben dan wel Nederlands amateur kampioen, maar daar kijkt geen prof van op. Ik moet gewoon flink m’n best doen en respect proberen af te dwingen. Dat is voorlopig het belangrijkste. Het mooiste zou zijn om snel een wedstrijdje te winnen. Ik hoop in ieder geval aan de voorjaarsklassiekers deel te nemen en ze uit te rijden. Een hekel aan bergen heeft Draaijer niet. Ofschoon hij in de Vredeskoers,de belangrijkste etappewedstrijd voor amateurs, vooral dit jaar zeer goed meekwam, verwacht Johannes meer problemen in de Tour de France. Die wil hij natuurlijk graag rijden. "Twee etappes winnen, zoals dit jaar in de Vredeskoers zit er niet in. Zeker niet in mijn eerste jaar. De Tour is meer een wedstrijd voor de specialisten: klimmers, sprinters en tijdrijders. Ik kan het alledrie, maar ben beslist geen uitblinker.". Johannes verwacht niet zo gauw geflikt te worden in de finale van de koers. "Ik hou zeker rekening met wie ik samen rijd. Ik ga echt niet alleen het werk opknappen. Als ik merk dat die ander zich zit te sparen, dan fiets ik ook niet door. Ik laat me dan liever terug zakken in om een nieuwe demarrage te proberen". |
|||
| Dat
Johannes pas op zijn 25e bij de profs aan de slag gaat, ziet hij niet
als een nadeel. "Zeker niet. Misschien kan ik een groter en zwaarder
programma rijden dan iemand van 21, 22 jaar. Maar ik zal me zeker niet
forceren". Aardige bijkomstigheid voor Johannes is dat hij ploegmaat wordt van Greg Lemond, van wie hij veel kan opsteken. "Hij heeft al een prima erelijst en een enorme ervaring. Dat kan mij alleen maar ten goede komen. Het is iemand waar ik me graag voor op offer. Daarnaast biedt hij de ploeg een stuk zekerheid. Hij is tenslotte een favoriet voor de eindzege in de Tour. Met Lemond in de ploeg dwing je natuurlijk ook wat af. We zijn niet zomaar een ploegje". Begin volgend jaar treedt Johannes in het huwelijk. Hij verruilt het ouderlijk huis in het Friese Sondel voor een eigen woning in het al even lieflijke Brabantse Hoeven. "Mijn vriendin stimuleert me enorm. Ik wil ook haar laten zien hoe hard ik kan fietsen". |
![]() Johannes Draaijer op de foto bij de boerderij van Jan Piersma |
||
|
Bewijzen Ingenieur Johannes kijkt zeker niet neer op de andere coureurs, van wie de meesten hun school vroegtijdig de bons gaven. "Ik ben nu wielrenner en moet me eerst maar eens zien te bewijzen bij de profs. HTS of niet, nu telt alleen het fietsen. Met mijn opleiding heb ik hooguit wat achter de hand. Als ik niet slaag als beroepsfietser, kan ik iets anders proberen". Het is frappant dat juist de diensttijd waar Johannes vreselijk tegen op zag, zijn leven een positieve draai heeft gegeven. "Als ik niet in dienst had gemoeten, dan zat ik nu waarschijnlijk in bouw en niet tegenover jou". Bron: Wielrennen internationaal nr: 4 – januari 1988
|
|||
Plotse dood in de sport
PER JAAR OVERLIJDEN 120 SPORTERS AAN EEN HARTSTILSTAND Jaarlijks overlijden in Nederland rond de 120 jonge
(top)sporters aan een hartstilstand. Hun dood laat ver buiten de eigen
gemeenschap een spoor van ongeloof achter. Het hoort niet, het mag niet, het kan
niet. Maar het kan wel. En altijd komt de dood als een dief in de nacht. Zoals
op zaterdagavond 16 oktober 1999 als marathonschaatser Willem Poelstra uit Hijum
op schaatsbaan Jaap Eden in Amsterdam na de finish in elkaar zakt. Reanimatie
mag niet meer baten. Willem Poelstra, pas 24 jaar, is niet meer. Muziek is zijn passie. Uren kan hij wegspelen op zijn trompet. Wijlen dirigent Piebe Bakker ontdekt het talent; Johannes Draaijer mag in het nationaal jeugdkorps komen spelen. Van het geld dat hij verdient op het land en in de trekker van de bouwboeren in de polder koopt hij op zijn vijftiende zijn eerste racefiets. Nooit is het zijn bedoeling geweest om te koersen, laat staan er zijn brood mee te gaan verdienen. Naarmate de tijd vordert – Johannes heeft het atheneum in Sneek inmiddels verruild voor de hts in Leeuwarden – wordt het stalen ros steeds vaker van stal gehaald. De combinatie fietsen en studeren is perfect, zo heeft hij ontdekt. ,,Op een dei sei Johannes: Mem, it spyt my ferskriklik mat ik moat deis in oere blaze en dat kin ik der net mear by hawwe.” Nederlands kampioen Vanaf die dag schalt Johannes Draaijer de trompet vanaf de fiets, het gaat hard met zij carrière. Zijn eerste overwinning bij de amateurs haalt hij op 15 juni 1984 in Ee. In 1986 en 1987 wordt hij kampioen van Fryslân en in dat laatste jaar pakt hij in Geulle ook de nationale titel. Als het volkslied wordt gespeeld, pinken heit en mem Draaijer een traantje weg. De klanken van het volkslied zijn echter nog niet verstomd of Johannes Draaijer maakt kennis met de onrechtvaardigheid die ook zijn sport kent. De nationale kampioen én lid van de nationale selectie worden door bondscoach André Boskamp niet geselecteerd voor het wereldkampioenschap in het Oostenrijkse Villach. Neeltje Draaijer: ,,Johannes wie der ûnderste boppe fan, mar hy hie net it aard om deryn hingje te bliuwen. Hy sette it fan him ôf en gie as reserve me.” Het leven en de sport bieden immers nog volop uitdagingen. Hij trouwde zij Anna-Lisa en op 1 januari 1988 tekende hij een profcontract bij de PDM-wieler formatie. Met Gert-Jan Theunisse en Steven Rooks heeft de ploeg twee potentiële Tourwinnaars in huis en ploegleider Jan Gisbers acht Draaijer bij uitstek geschikt voor een knechtenrol. |
|||
![]() |
|||
| Johanne Draaijer tijden zijn laatste optreden in de Tour
de France; de afsluitende tijdrit in de Tour van 1989 over 24,5 kilometer
van Versialles naar de Champs-Elysees in Parijs. Draaijer zal zijn enige
Ronde van Frankrijk die hij reed als 130ste finishen; op ruim twee en een
half uur van de Amerikaanse winnaar Greg LeMond.
foto: archief Familie Draaijer.
|
|||
|
In zijn tweede jaar wint Johannes Draaijer – nota bene op
zijn verjaardag – de eerste rit in de Ronde van Murcia en dat is de opmaat
voor deelname aan de Ronde van Frankrijk. Voor de PDM-ploeg blijft het groote
succes echter uit. Rooks en Theunisse (die wel op magistrale wij ze de etappe
naar Alpe ‘d Huez wint) kunnen in het klassement geen rol van betekenis
spelen. De Tour krijgt met het duel tussen Greg Lemond en Laurent Fignon op de
Champs Elysees overigens wel een ongekend spannende apotheose. ,,Heit wie slim siik, dat trije fan de bern binne nei
Anna-Lisa gien. Woansdei kaam er thús en freeds is er begroeven. It
spyt my wol dat hy mar sa even thús west hat. It gie allegearre sa hurd.”
,,It hûs stie fol blommen. Johannes wie in leave jonge, der siet gjin kwea yn.
Elk mocht him. Yn en bûten de fietswrâld om libbe elk mei ús mei nei syn dea.
,,Se sizze dat ik in sterkte frou bin.
Mar dat wurdt je jûn . ik krij alle dagen wer nije krêft. Ik moast
binnen it jier soan en man ferlieze. Hoe komme je dêr troch hinne as der net
Ien is dy’t jo krêft jout? Sûnder myn leauwenwie ik nie alle gedachten lilk
wurden, opstandich. Boppedat ha ik de bern en fjouwer beppesizzers. Dat is in
gelok. ValpartijenDe jongste, Jurjen, is net als zijn overleden broer verknocht aan het wielrennen. Na het overlijden van Johannes komt die liefhebberij van zoonlief in een ander daglicht te staan. Neeltje Draaijer: ,, Net dat wy bang wiene om wat der by Johannes bard wie, mar Jurjen gie sa faak ûnderút. Mar wy woene it fytsen him net ferbiede. Uteinlik is hy der sels om dy reden mei ophâlden.” Johannes Draaijer ging in de laatste grote ronde die hij reed op Sicilië twee keer hard onderuit. Nadien klaagde hij over grote vermoeidheid. Mem:,, Ik hie my wolris ôffrege oft dy fallerij ek wat mei syn dea te krijen hân hat.” Draaijers ploeggenoot Erik Breukink reed eveneens in de Ronde van Sicilië , maar hij kan zich niets meer van die valpartijen of extreme vermoeidheid van Draaijer herinneren. ,,elke renner klaagt wel eens over vermoeidheid, dat valt niet echt op. Verbanden worden altijd achteraf gelegd.” Na de autopsie wordt de officiële doodsverklaring van Johannes Draaijer overigens op wiegendood gesteld. ,,Mar dêr kin ik neat mei”, zegt Neeltje Draaijer. Waar se ook niets mee kan, zijn de geruchten dat doping een rol heeft gespeeld bij de dood van haar zoon. De geruchten worden gevoed door het feit dat kort voor Draaijer ook de wielrenner Bert Oosterbosch (32) en wielrenner Connie Meijer (25) aan een hartstilstand zijn over leden. De dood van deze renners, en ook die van Draaijer, werd later – overigens zonder overtuigend bewijs – toegeschreven aan experimenten met EPO, een middel dat in die tijd net ontdekt was door de sportwereld. De bloeddoping EPO heeft in het bijzonder effect op (duur)sporten waar een maximale zuurstofopname van essentieel belang is voor de prestatie. Erytropoëtine (EPO) prikkelt de aanmaak van rode bloedcellen die op hun beurt zorg dragen voor zuurstofopname en transport. De resultaten van de chemische en toxicologische onderzoeken op het lichaam van Draaijer wijzen echter uit dat hij geen doping heeft gebruikt. PDM blijft echter de schijn tegen zich houden als in 1991 de hele ploeg in de Ronde van Frankrijk ziek wordt als gevolg van een besmetting door een bedorven preparaat. De gehele ploeg zal de Tour moeten verlaten. Neeltje Draaijer is er heilig van overtuigd dat haar zoon
nooit naar verboden middelen heeft gegrepen, of het moet al zijn dat hij er zelf
niet van af heeft geweten. ,,Johannes wie in earlike sportman. Hy soe noait oan
doping begjinne. As er it net winne koe, dan net. Dan hie de oar gewoan better
west.” Bron: Friesch Dagblad
sneinspetiele |
|||
![]() |
|||