Op bezoek bij Jouke en Frans Smits in Sondel 
 



Paardenhouderij bedrijf van Frans en Geke Smits
       
     
Gaasterland is overigens een heel bijzonder stukje Friesland. Het onderscheidt zich in meer dan één opzicht duidelijk van het doorsnee beeld, dat men gewoonlijk van deze provincieheeft. Het sterk glooiende landschap, de royale bebossing en de typisch streekeigen varianten op het standaard-Fries zijn kenmerken voor de regio.

De eenzame toren van Nijemirdum, door Inne de Jong zo prachtig bezongen in zijn gedicht "Marder toer"(Harstwiich, 1939); het karakteristieke landhuis Rinia State even buiten het dorp Oudemirdum, waarbij goed weer de Friese paarden in de wei lopen en het riviertje de Luts, bekend van Herman Gorters beroemde "Mei"uit 1889 en van de Elfstedentocht op de schaats, vormen een paar van de beeld- en sfeerbepalende elementen van deze gemeente.

Hynstepraat

Gaasterland is eigenlijk nooit zo zeer een centrum van de Friese paardenfokkerij geweest. Op zichzelf is dat merkwaardig, want de Zuidwesthoek was (en is) dat heel duidelijk wel. Ik denk bijvoorbeeld aan het werk van de families Boersma te Oudega HON (nu G-S), Folkertsma te Koudum en De Vries te Ypecolsga. Toch zijn er ook uit Gaasterland wel enkele "wapenfeiten" op dit terrein te noemen, die de moeite waard zijn. De Friese stamboekhengst David 11 (1877) werd gefokt door Roelof Valkena te Wijckel en was later eigendom Krijn Schotanus te Rijs. Deze hengst is in tweeërlei opzicht uniek in de historie van Het Friesch Paarden Stamboek.

Het is niet alleen de enige opgenomen (kastanje) bruine Friese hengst, maar hij is met zijn schofthoogte van slechts 1,151 en een halve meter ook de kleinste van de hele Friese hengstenstapel. De preferente hengst Aize 170 (1942) was een fokproduct van de familie Tromp te Harich, die in de jaren dertig maar liefst vier eigen gefokte preferente merries tegelijkertijd op stal had staan, namelijk Gonne 1462 (1927), Gepke 1463 (1927), Jarinkje 1495 (1929) en Kerstje 1518 (1930). De stamboekhengst Ygram 240 (1969) van de familie Smink te Opudemirdum tenslotte, die sinds 1993 van een rustige oude dag geniet op de boerderij aan de Marderhoek, is om zomaar te zeggen een geboren en getogen Gaasterlander.

In Sondel woont de familie Smits. Vader Jouke (71) is al nagenoeg een halve eeuw heel nauw betrokken bij de Friese paardenfokkerij. Zoon Frans (41) treedt in de voetsporen van zijn vader en zet de familietraditie voort. Het begon in 1948. grootvader Frans Smits gebruikte voor zijn werk op de Maria Hoeve paarden van allerlei ras en slag. Zoon Jouke was echter helemaal in de ban geraakt van het Friese paard en zijn grootste wens was het bezit van een eigen Fries merrieveulen. In de herfst van 1948 kocht grootvader Frans op de terugreis van een bezoek aan Stavoren voor zijn zoon een Fries merrieveulen bij de familie Schaap uit Hemelen. Dat was de latere stermerrie Harmke 3035 (Aize 170P keer Pria 1650S van Held 140P). thuis vertelde hij, dat hij de keuze had uit twee.

Toen Jouke dat hoorde, wilde hij dolgraag dat andere veulen er bij hebben. ,,Twee zijn beter dan één", wist de oude prediker al. Vandaar, dat hij de volgende dag samen met een buurman naar Hemelum toog om Heldinne 3037 (Aize 170P keer Kinke 1519 van Paulus 121) ook te kopen. Beide merries behoorden tot de nog altijd langs een uiterst smalle lijn voortlevende Annie 87H-stam (36), ontstaan in 1918. Harmke is heel lang op de boerderij gebleven. Hij was een bijzonder lief en werkwillig paard. Heldinne daarentegen deed haar naam nogal eer aan en was erg onhandelbaar, zodat zij al gauw weer van de hand gedaan werd. De familie Smits is er tot nu toe nog niet in geslaagd om een eigen merrielijn op te bouwen. Daarvoor werden er teveel hengstveulens en te weinig merrieveulens geboren.

Bekende paarden van Jouke en Frans Smits waren Djo en Otsje. De stermerrie Djo 5753 (1971), een dochter van Gabe 221 en de preferente modelmerrie Stynke 4208 van Bouke 274P, de moeder van de stamboekhengsten Herke 256 en Peke 268, werd gefokt door Thijs Maat te Rohel.
Zij behaalden als enter in 1972 het reservekampioenschap bij de enters en de twenters op de fokdag van It Fryske Hynder te Blauwhuis en op de Centrale Keuring van het FPS te Leeuwarden.
De stermerie Otsje 6465 (1977), een dochter van Wessel 237P en de preferente stermerrie Eelkje 5979 van Ulrig 204, was een fokproduct van Frans Gerritsma te Wijckel. Zij werd in 1978 als enter uitgeroepen tot reservekampioen bij de jeugd op de Centrale Keuring van het FPS en een jaar later veroverde zij als twenter in diezelfde categorie het
 
Jouke en Frans Smits
 kampioenschap tijdens de grootste Jubileummanifestatie (1879-1979) van het FPS te Leeuwarden.
Van Otsje zijn tot nu toe drie stermerries en een Z-dressuurruin opgenomen.

Op het ogenblik staan er drie stermerries en één sterruin in de stallen van De Sondeler Leijen. Dat zijn achtereenvolgens: de elfjarige Jiske 8306, een dochter van Reitse 272P en Otsje; de zevenjarige Sonja IQ8908670, een dochter vn Jelmer 297 en Jiske; de vijfjarige Wenda S 199117850, een dochter van dirk 298 en Otsje en de vierjarige Arjen 19928741, een zoon van Nykle 309 en de stermerrie Anne 7222 van Jochem 259. De eerste drie zijn fokproducten van de familie Smits zelf, de laatste is afkomstig uit de stal van dorpsgenoot Rintje Veltman. De drie merries zijn (vermoedelijk) drachtig van Ulke 338, de kampioen in tuig 1996. dat is bepaald niet toevallig. Zoon Frans wil namelijk graag wat meer in tuigtypische richting gaan fokken. Sinds vorig jaar is hij een enthousiaste deelnemer aan de regionale concoursen. Hij roemt de prettige sfeer onder de rijdsters / rijders en probeert zo goed mogelijk voor de dag te komen. Zijn opleiding kreeg hij bij De Oorsprong in Sint Nicolaasga. Daar volgde hij een mencursus onder leiding van Jaap van der Meulen uit Broek en behaalde er een mendiploma en het koetsiersbewijs. In 1995 beperkte hij zich tot de rubrieken enkelspannen met Arjen, maar dit jaar kwam hij met Arjen en Sonja ook uit bij de dubbelspannen.

Vader Jouke Smits heeft de Friese paardenwereld niet in de eerste plaats naam gemaakt als fokker, maar vooral als keurmeester. In 1957 werd hij voor het eerst door zijn fokvereniging It Fryske Hynder (Blauwhuis) afgevaardigd naar de fokdag van Het Friese Paard te Wolwega om daar te jureren. In die begintijd –de Friese fokverenigingen dateren uit 1952- fungeerden de bestuursleden contactcommissieleden van de verenigingen over en weer op elkaars fokdagen als keurmeester. Smits senoir heeft toen veel profijt gehad van de raadgevingen van Jonkheer Hector van Baerdt van Sminia, destijds inspecteur van het FPS. Sindsdien was hij een kleine 40 jaar lang en bekend en gewaardeerd jurylid op fokdagen. Pas vorig jaar, toen hij 70 werd. Heeft hij een punt gezet achter dit werk, dat hij met ontzettend veel plezier gedaan heeft.

Intussen heeft zoon Frans zijn vader ook op dit terrein opgevolgd. In 1982 deed hij met goed gevolg examen als FPS jurylid, nadat hij onder leiding van ervaren keurmeester Hendirk Jansma uit Joure twee jaar als aspirant had gefungeerd. Tegenwoordig doen fokverenigingen en stamboek geregeld een beroep hem om te komen keuren. Gevraagd naar hun oordeel over de huidige stand van zaken in de fokkerij, geven vader en zoon Smits als hun mening, dat de kwaliteit de laatste tijd duidelijk vooruit gegaan is en dat de zogenaamde "veertig-zestig verhouding" (exterieur-beweging) de gangen merkbaar ten goede is gekomen. Anderzijds waarschuwen ze er echter ook voor, dat de grote nadruk op het bewegingsmechanisme niet ten koste mag gaan van het exterieur. Met name de lengte van de rug en de kwaliteit van de aansluiting en baren hun zorgen. Ook het langzamerhand zeldzamer worden van de voor het Friese paard zo karakteristieke "kap" (lengte van de nek) zien zij met lede ogen aan. Extra aandacht voor deze vitale en rastypische eigenschappen is daarom huns inziens dringend geboden. De Smitsen houden overigens van paarden die helder overkomen en karakter uitstalen.

Ook bestuurlijk zetten vader en zoon Smits zich in voor het Friese paard. Jouke Smits was 23 jaar lid van de contractcommissie en tien jaar bestuurslid (vice-voorzitter) van It Fryske Hynder. Bij zijn afscheid in 1988 werd hij benoemd tot erelid van deze vereniging. Frans Smits kreeg zitting in de contractcommissie toen zijn vader het bestuur verliet. Daarnaast is hij lid van de tuigpaardcommissie van De Oorsprong. Het besturen zit de familie Smits kennelijk wat in het bloed. Vader Jouke maakt(e) zich verdienstelijk voor onder andere de geitenfokvereniging, Het Groene Kruis en de jaarlijkse bejaardentochten in Gaasterland. Zoon Frans is volmacht van het (nieuwe) waterschap Boarn en Klif en bestuurslid van de VVB (Vereniging voor Bedrijfsvoorlichting) in Balk. Waar zou het Friese paard (gebleven) zijn zonder de belangeloze toewijding van mensen als Jouke en Frans Smits in Sondel, die op hun eigen manier een waardevol steentje bijdragen aan het behoud en de bloei van dit unieke ras van eigen bodem.

Bron: Landbouwblad 21 december 1996. 

In 2005 zijn Frans en Geke Smits-Boersma van de boerderij gegaan.