De oude kronieken vermelden dat rond  de  9e tot de 12e eeuw  in Friesland veel kloosters  werden gebouwd van allerlei ordes. Kloosterlingen hebben veel landerijen ontgonnen en in cultuur gebracht en een grote rol gespeeld in de maatschappelijke ontwikkeling van de bevolking.
Aanvankelijk werd in Sondel in de 12e eeuw een kleine kapel met een klok gebouwd. Zeer waarschijnlijk heeft de klok, die thans in de toren hangt al de eeuwen overleeft.
Als enige verziering heeft de klok  3 touwranden, 2 aan de bovenste rand en 1 boven de slagrand. De weinige verziering geeft aan dat de klok zeer oud moet zijn. De oudste klokken hadden namelijk geen opschrift.

Van 1150 tot 1350 was een duidelijke bloeitijd en waarschijnlijk is in deze periode  een zeer grote kerk gebouwd met een zware toren, aldus de aloude kronieken. Deze zware toren moet volgens de overlevering aan de achterzijde hebben gestaan en de torenmuur moet onder wel een meter breed zijn geweest en opgebouwd met keien. De kerk was eertijds omringd door een 'breeden steenen' muur.

Helaas heeft de pestepidemie de Zwarte Dood genoemd - rond 1350  en vele tientallen  jaren daarna, veel gezinnen, families, geslachten weggenomen. Door deze verschrikkelijke epidemie ging ook de kerk achteruit in onderhoud, vulden weinig  kerkgangers meer de ruimte van de grote kerk.
Het geestelijk peil daalde zienderogen. In de Roomse kerk kwam een reeds lang sluimerende verdeeldheid openlijk tot uiting. De westerse wereld raakte verdeeld in twee kampen; het ene volgde Paus van Rome; de andere de tegenpaus van Avignon. Mogelijk zou dit de reden kunnen zijn dat de grote kerk door brand in 1495 is verwoest. Uit de restanten van de oude kerk is een kleinere en sobere kerk opgebouwd.
Als laatste pastoors zijn bekend Aucke Benthiesz en Gepco Suffridi.
 

De kerk had voor de Reformatie van 1640 vier geestelijken als, een Pastoor, een Vicaris en nog twee die ook Vicaris of Onder-Vicaris genoemd worden. (een vicaris is een plaatsvervanger voor de bisschop of pastoor) . Met de komst van de reformator, hervormer Maarten Luther in 1517  een scheuring plaats in de Rooms- Katholieke kerk. Na de hervorming  in 1640 gaat de kerk over in hervormde handen  en voegt Sondel zich bij Oude- en Nijemidrum

In 1845 zou de kerk opnieuw zijn opgetrokken uit de restanten van de kerk die er stond nadat deze door brand zou zijn verwoest. Lang stond de kerk overigens niet.

Het fraaie kerkje  van nu dateert uit 1869 en is gebouwd op de fundamenten van het vroegere middeleeuwse kerkje.   De kerk kreeg een houten vloer over de oude stenen vloer heen die bijna geheel bestaan uit grafstenen. Het orgel werd in 1897 ingewijd. Het is geplaatst ter nagedachtenis aan Vrouwe van Swinderen  die erg op Gaasterland was gesteld. Dit blijkt uit de tekst die op het bord onder het orgel staat vermeld.

 
Pentekening van de kerk te Sondel 1721

De kerk van nu herbergt nog meubilair uit de vroegere kerken. Dat geldt ondermeer voor de eikenhouten preekstoel die dateert uit de 17e eeuw. Ook de overhuifde familiebank  stamt uit die tijd.  Deze heet hedendaags de Heldering bank.
In de kerk onder de houten vloer moeten zich verscheidene grafzerken bevinden.
Op de begraafplaats ligt o.a. Cornelnis Frisius Hylckama begraven. Op zijn grafsteen wordt vermeld, dat hij majoor was en ridder in de Militaire Willemsorde. Verder liggen er verschillende grafstenen van Franse vluchtelingen, die in Gaasterland  hun toevlucht zochten. Ook liggen hier leden begraven van de voorname familie Rochefort en Carpentier.
Naast velen uit Sondel en omgeving, die hier in de loop der eeuwen begraven zijn, is ook het graf te vinden van
Jacobus Johannes Boomsma, die op 6 november 1944 in Sneek werd gefusilleerd.


1957, verbouw van de kerk

In 1956 heeft de toren van de Ned. Hervormde kerk dringende behoefte te worden gerestaureerd en ook het vernieuwen van de voorgevel heeft prioriteit. De kosten worden geraamd op 23.000,-  gulden. De Gemeente neemt de helft voor haar rekening, de kerkvoogdij de andere helft.
Op 15 juni 1957 waren de timmerlieden druk in de weer om het torentje te slopen. Hierna stuiten  zij  op drie jonge uilen die waren uitgebroed en in een hoek zaten vlak tegen het te restaurerende       gedeelte.  De timmerlieden hielden zoveel mogelijk rekening met de kerkuilen maar het restauratiewerk moest doorgaan.
April 1958 is de kerk weer in gebruik genomen.
September 1958 is een huis aan huis collecte geweest van de hervormde gemeente te Sondel, Nije- en Oudemirdum ten bate van de restauratie van de kerk te Sondel. Dit heeft een bedrag van 7200 gulden opgebracht. De vrouwvereniging zal trachten een deel van het genoemde bedrag nog  ,,boven water te brengen door op 9 september 6000 oliebollen te bakken en te verkopen.

 

Door een fusie van de Ned. Hervormde kerk en de Geformeerde kerk in Sondel, Nijemirdum en Oudemirdum is er nu de Protestantse SOW kerk genaamd 'De Haven', Samen Op Weg. Vanaf 2007 is dit de PKN-gemeente.

Oud Sondeler Ds. Jorrit de Haan heeft  in oktober 2007 het kerkje in Sondel een gebrandschilderd raam geschonken.

Riedo.nl
Juli 2009

Bronnen: De Andreaskerk van Sondel
             Sondel door de eeuwen heen
             Archief Leeuwarder Courant.