Gegevens letterlijk overgenomen uit het notulenboek van de Nieuwe Sondeler Polder,
van de jaren 1922 - 1938.
Met dank aan de Fam. Willem de Vries.
           
Notulen

Vergadering van ingelanden der Nieuwe Sondeler Polder gehouden op den 18 Maart 1922 bij Steensma te Sondel.

De boekhouder leest de notulen der vorige vergadering voor. Daar niemand hierop aanmerkingen maakt worden deze goed gekeurd.
Hierop leest de boekhouder de verschillende uitgaaf posten voor alsmede de ontvangstposten waaruit blijkt dat het afgeloopen boekjaar sluit met een voordeelig saldo van Fl. 12,16.
De molenaar Jan Bakker zegt, dat de schuif van de pomp bij ’t Zwaaigat is verrot, ook de schuif van de pomp bij’t ... van de Wed. Ottema is aan reparatie toe. Besloten werd deze werken aan Jan Bakker op te dragen, die dit aanneemt.
Op een daartoe gedaan verzoek nemen de Heeren H. Kramer en H. de Jong op zicht de ontvangsten en uitgaaf posten te controleren. Nadat door zij alles in orde was bevonden werd den penningmeester de’arge verleend. Voor de bij opbod verkochte oude molen roede werd kooper H. de Jong, voor Fl. 3,- welke deze zou dadelijk betaalde.
Op een daartoe gedane vraag, neemt Jan Bakker de molen weer aan ten bemaling, zijnde de som van Fl.180,-
Jan Bakker zegt de kammen van het onderste rad zijn niet al te best meer. Aan Jan Bakker werd opgedragen hierin te willen voorzien.
Jan Bakker zegt, de grootste kwestie is het hout hiervoor te krijgen.
Overeenkomstig zet gelezene in de notulen werd gevraagd waar een volgende jaar de poldervergadering te houden. Op voorstel van ’t bestuur werd besloten dit aan ’t bestuur over te laten.
Nadat de heer Hendrik de Jong als plaatsvervangend boekhouder werd aangewezen en deze benoeming door deze werd geaccepteerd, werd de vergadering gesloten.

 

Notulen 17 Maart 1923

Vergadering van ingelanden der Nieuwe Sondeler Polder op 17 Maart 1923 bij Steensma te Sondel.
Aanwezig waren 13 personen. De boekhouder opende de vergadering en leest de notulen voor der vorige vergadering welke zonder op of aanmerking worden goedgekeurd. De boekhouder doet verslag van de verschillende uitgaafposten zoomede als van de totale som der omslag welke thans voor de losse landen op Fl. 3,- per Hectare zijn gesteld, waardoor een saldo wordt verkregen van Fl. 64,29.

Tot commissie tot nazien der rekening worden benoemd de heeren W. Lefferstra en L. Oppedijk, nadat deze commissie alles heft gecontroleerd verklaarden zij alles in orde te hebben bevonden.
Waarna de boekhouder werd gedetacheerd. In bespreking wordt gebracht de begrooting Bangma voor Fl. 50,- de molen te willen schilderen. Op voorstel van heer Dooper werd besloten dit den molenaar te doen verrichten, die dit op zich neemt. Hij zal verf koopen en de droge?Zeeuwvorden in rekening gebracht. De molenaar Jan Bakker werd op de bestaande na laneeuwing? voor een jaar herbenoemd. De heer Oppedijk vind dat het hekkelen der molier te laat word afgedaan in een vluggere en lagere afmaling tegenhoudt. Daar de molenaar bij den heer Eppinga te werk gesteld is nemen wij op zich de werkzaamheden zoo te regelen, dat Jan Bakker in de gelegenheid wordt gesteld voor 1 december de molier te hekkelen.

De heer Tj. Folkertsma vermeld de waterkering meer geregeld te schonen.
Tusschen de heeren Dooper en Akkerman ontstaat verschil omtrent het eigendomsrecht van de bedding der Sijpe bij den polder in onderhoud. De heeren Dooper neemt er genoegen mee, dat zijn kant der waterkering wordt schoon gehouden. De heer Akkerman geeft deze toezegging onder voorbehoud, dat niets van zijn land wordt afgesneden en noodigd het betuur uit te zien of de bedding zich op de juiste plaats bevindt. Dit verzoek werd ingewilligd.
Door den boekhouder wordt medegedeeld, dat een groot deel zijner venne? thans op het boezemwater loost. Waar het streng indertijd aan de polder werd toegevoegd is het de bedoeling dat de ruiling wordt gedaan. Mocht het blijken dat de oppervlakte land welke thans een natuurlijke afwatering heeft gekregen gewoten? Blijkt te zijn dan het streng, dit gewotere de l niet zal worden onttrokken aan de jaarlijkse bijdrage tot het onderhoud der molen. Dit werd goed gekeurd.

L.H. de Jong houdt van de 9.76.99. Ha. over 7.56.79. Het voorstel komt ten laste Aise de Jong zijnde Ha. 0.22.30. Jan Bakker zal voor nieuwe zwichtlijnen en vangtouw zorgen. Sierd Folkertsma , Ruigahuizen komt in de plaats van K. de Jong, Ruigahuizen.
M. M. vd Goot wordt voor het volgend jaar benoemd tot boekhouder en Hendrik de Jong tot plaatsvervangend boekhouder.
Daar niets meer aan de orde is, wordt de vergadering gesloten.

 

Vergadering in de herberg van den heer Steensma te Sondel van den Nieuwe Sondeler Polder op den 23 Maart 1924.

Aanwezig waren acht ingelanden. Naar aanleiding der goedgekeurde notulen van het vorige jaar, merkte den heer Folkertsma op dat de waterlossing tegen Akkerman nog niet in orde is. Aan den molenaar werd opgedragen deze waterlossing in orde te maken. Op voorstel van Folkertsma werd besloten den molenaar op te dragen de draaischijf van de waterlossing te passen tot het regelen der waterstand in de waterlossing.

Op een daar toe gedaane vraag, neemt Jan Bakker de bemaling der molen en andere te verrichten werkzaamheden op de zelfde voorwaarden weder aan voor den tijd van een jaar.
De molenaar wijst er op, dat de pomp bij L. Oppedijk in gebruik veel water doorliet.
Daar L. Oppedijk niet aanwezig was, werd besloten hem hierop attent te maken.
Besloten werd verder aan den molenaar op te dragen het stek bij de molen op te knappen en verder de bruinenbank met vuuren hout te herstellen, nadat dit hout eerst met teer en carboleum behoorlijk is in geteerd.

De heeren Eppinga en de Jong zullen mee helpen de schroef en de dwarsbalk op te lichten. De commissie heeft de rekening na gezien en alles accoord bevonden en alszodaaning door hunne ondertekening ter goedkeuring van de rekening gehecht, sluitende met een voordeling saldo van vijfenvijftig gulden en 95 ct.
Op voorstel van Folkerstma wordt besloten nu reeds een commissie te benoemen voor het nazien der jaarrekeningen, opdat deze een half uur voor den aanvang der vergadering met hun werkzaamheden kan beginnen om bij de opening der vergadering met haar wel staan te zijn.

Tot deze commissie werden benoemd de heeren Folkertsma en Elzinga.
Besloten werd door middel van het co…..cotiefbiljet dit besluit onder hun aandacht te brengen.
Daar niets meer werd gevraagd wat in ’t midden werd gebracht werd de vergadering gesloten.

 

Algemeene vergadering van de Nieuwe Sondeler Polder gehouden den 14 Maart 1925 in het logement van den heer Steensma te Sondel.

De notulen der vorige vergadering werden voorgelezen en na lezing goedgekeurd.
De heeren Sj. Folkertsma en Eppinga, daartoe aangewezen in de vorige vergadering, zagen de jaarrekening na en vergeleken de uitgaven met de inkomsten, waarover het slot een nadeelig saldo van Fl. 5,49 aanwees. Daar de jaarrekeningen in orde werd bevonden werd deze hierop goedgekeurd.

Daar de heer Sj. Folkertsma niet weer in aanmerking wenschte te komen voor de naziening der bestuderen werd in diens plaats benoemd de heer Hendrik de Jong. De heer M. Vogelzang zegt, dat de waterlossing tussen het land van Titte Zandstra en Reekers klaar gehouden zou worden, maar zich hiervan niet veel, De waterafvoer gaat zo langzaam toch is hij aangeslagen op 8 hect en er is hoogstens 18 pondem, het andere vindt zijn afwatering op de Rijnsloot.
Besloten werd dat J. Eppinga en M. M. vd Goot de waterlossing zullen nazien en op laten knappen, tevens werd besloten dat deze in vereniging met de heer Vogelzang de toegroote van het land te zullen bezien. Op verzoek van den heer B. H. de Boer werd verder besloten ook de Zijpe tusschen het land van de Boer en Eppinga op te slotten. De buis onder de Grindweg door wordt minder, deze is niet meer goed in orde, niemand weet echter aan wien deze pomp toe behoort.

De Vergadering wenschte de heer Jan Bakker voor het komende jaar op de oude voorwaarden in functie te laten blijven. De heer Jan Bakker wenscht de molen wel te behouden maar wanneer het laage land van Eppinga altijd droog moet, is dit lastig.
Na enige bespreking neemt Jan Bakker de molen voor een jaar aan te bemalen op de zelfde voorwaarden evenals het onderhoud van de Zijpe en molier.
Daar niks meer in ’t midden word gebracht, nog wordt gevraagd, sluit hiermee de vergadering.


Op 15 Febr. 1926 J. Eppinga., M. Vogelzang en M. M. vd Goot het land op de Hadijk gemeten met de waterkering valt op 18 en een halve pondemaat.

 

Algemene jaarvergadering van de Ingelanden der Nieuwe Sondeler Polder gehouden op den 7 Maart 1926 in het logement van den heer P. van Netten te Sondel.

Nadat de luid bezochte vergadering was geopend werden de notulen der vorige vergadering gelezen en hierna goed gekeurd. Hierop werd verslag uitgebracht over de ontvangsten en de uitgaven over het tijdsvak 5 Maart 1925 tot 5 Maart 1926, sluitend met een voordeelig saldo van Fl. 29,15.

Ten gevolge een besluit van de vorige vergadering waren de heeren Tj. Elzinga en W. Lefferstra belast met het nazien der jaarrekeningen. Nadat deze zich van hun taak hadden gekweten, verklaarden zij, alles in orde te hebben bevonden, waarna de jaarrekening werd goed gekeurd.

Bij de bespreking over de toestand der polder, merkte de heer B. H. de Boer op, dat er een pomp is die veel lekwater door laat, deze pomp kan er wel uit. De heeren de Boer en Lefferstra nemen op zich dit tot oplossing te brengen. De heer Sjoerd Folkerstma wijst op de wenstebijlheid? van het jaarlijks te hekkelen der Zijpe. Besloten werd waneer ’t water het toelaat de Zijpe uit te plaskjen  en bij laag water te hekkelen.

Aan de heer Eppinga werd opgedragen het schoonmaken der Zijpe te regelen. Gevraagd werd of de uitwatering der molen bij het onderhoud der molier behoort, daar dit niet het geval is werd besloten dit gedeelte bij het jaarlijks onderhoud te brengen. Daar de heer Folkertsma niet meer in aanmerking wenscht te komen voor de naziening der jaarrekeningen werd in diens plaats benoemd de heer H. de Jong en verder het funct inneemend lid de heer Tj. Elzinga.

Op de vraag van de heer Kramer die boven het opschonen der Zijpe gaat, antwoord de heer Eppinga; tot aan de dam van de heer Dooper. Daar niemand meer iets in ’t midden had te brengen werd deze vergadering gesloten.

Hierop werd onmiddellijk een nieuwe vergadering geopend bestaande uit de eigenaren en gebruikers van de landen welke bemaald worden door de molen der Nieuwe Sondeler Polder en de eigenaren of gebruikers van de bovenlanden onder Sondel ten Oosten van de Sondeler vaart. Dit een onderhoud met den heer Notaris van Giffen  van de secretaris gebleken, dat de landeigenaar de heer J.F.B. Bok te den Haag in deze zaak wenscht te handelen volgens het inzicht van zijn huurder de heer Frans Smits, landgebruiker onder Sondel.

Deze vergadering heeft ten doel in door samenwerking te komen tot een betere bemaling voor den bestaande polder en daar boesempeil verloopig is te verwachten ook eigenaars en gebruikers van genoemde boezemlanden in de gelegenheid te stellen onder opheffing den betrouwde molen een nieuwe polder te sluiten met windmoterbemaling voor gemeenschappelijke rekening, men heeft dan geringe kosten van oprichten en één bediening.

Dit plan kan dus ook voor de bemaling der onze gepolderde landen, van het hoogste belang worden geacht.

1927 ?

 

Poldervergadering gehouden op den 10 Maart 1928 in de herberg van van Netten te Sondel.

De notulen worden goedgekeurd, alsmede de polderrekening welke door H.de Jong en Tjeerd Elzinga in orde werden bevonden met een voordeeling saldo van Fl. 88.62 en een halve cent.
Medegedeeld word dat de polderrekening van 1901 uitwijst dat Hectare 79.01.70 deel zullen hebben uitgemaakt in de oprichting van molen en molenerf. Volgens mededeling in der tijd gedaan door wijlen de heer v.d. Wetering vroeger oprichter van den N.V. Mij Gaasterland moet de legger der polder door wijlen de heer Otte Luinenburg in leven rentmeester van de fam. Van Swinderen verloren zijn geraakt.

Bij het opstellen van een nieuwe legger is het landeigen van den heer Fetse Hoekstra zuiderij? niet opgenomen.
De betrokken aangeslagenen zullen ongetwijfeld hunne rechten en verplichtingen ten opzichte der molen in hunne koopbrieven vermeld vinden waarin de bond van oprichting en gezamenlijk eigendom moet worden gezien.

Na de oprichting ter bede aangenomen landen zijn buiten het verband van oprichting gebleven omdat zij volgens koopakten geen rechten kunnen laten gelden, en ook uit niets blijkt, dat de ter bede opgenomen landen een evenredig deel per hectare van de te schatten waarde van den molen in de kas hebben gestort, waardoor toch een evenredig deel in het eigendomsrecht van deze molen kan worden verkregen moeten de ter bede aangenomen landen beschouwd worden als niet behoorend tot den polder.
 
Deze uiteenzetting bevredigde echter sommige ingelanden niet. Het voorstel van Meine de Vries een ander polderbestuur te benoemen werd direct behandeld. Bij gelanden stemming werden de heeren Jac. Eppinga met 7 en
H. de Jong 5 stemmen verkozen. Geen van beiden wenschten de benoeming aan te nemen.
Wegens staking der verdere te landen stemming werd besloten het oude bestuur voor een jaar in functie te laten. Het oude bestuur nam hiermee genoegen.
Manus Mous bedankte als molenaar. Schelte Aukema heeft zich aangemeld. Aan de heer J. Eppinga werd verzocht met Schelte Aukema te overleggen waarbij rekening word gehouden dat bij dringende gevallen op nachtdagen moet worden gemalen. De heer Eppinga merkt nog op dat twee zeilen door Meine dienen vervangen te worden.
Daar de afwatering van het land der erven Vogelzang door de boomgaarde niet in orde is werd aan het Bestuur opgedragen te overwegen of het aanleggen riool buizen hier aanbeveling verdient.
Besloten werd volgend jaar om 9 uur te vergaderen. Hierna sluiting.

 
 
Sondeler molen in de nieuwe polder.
1931 afgebroken en hierna een
windmotor geplaatst.

Notulen der poldervergadering gehouden op den 16 maart 1929 der voormiddag negen uur in de herberg van van Netten te Sondel.

Na opening werden de notulen der vorige vergadering gelezen en goedgekeurd. Door den heer H. de Jong en Tj. Elzinga werden de polderrekeningen nagezien en in orde bevonden.
Bij de verkiezing van een nieuwe bestuur werd de heer J. Eppinga gekozen. Bij herstemming de Heer H. de Jong. Daar deze zich terugtrok werd de heer Dooper benoemd. De heer Dooper wenschte de benoeming niet aan te nemen. Op verzoek van de vergadering werd aan het fungerend lid verzocht aan te willen blijven, waarop deze dit aannam voor een jaar.

De molenaar verschijnt en de aandacht op dat de molen aan nieuwe zeilen toe is. De heer Eppinga deelt mede, dat de molen den heer L. Mulder zal worden afgebroken. Waneer de zeilen deze molen nog goed zijn, zouden wij deze wel tot geschikte prijs kunnen krijgen, en ander nieuwe. Hiertoe besloten.
Besloten werd verder de molen te laten lieren en verven.
De molenaar werd wederom voor een jaar aangenomen tegen een salaris van Fl. 180,- voor de bediening der molen, benevens Fl.18,- voor molenhekkelen en Fl. 18,- voor ’t onderhoud de Sijpe.
Op een daartoe gedane voorstel werd besloten het bestuur met een lid speciaal uit de contributanten der Sijpe uit te breiden.
De heer Bruinsma vraagt hoever de waterlozing reikte bij de boomgaarde. Het bestuur belooft er met Bruinsma naar te zullen zien.

De heer J. Eppinga vraagt of Fetse Hoekstra voor het geheele land betaald. De secr/penningmeester segt dat indertijd door een commissie is goed gevonden dat Fetse Hoekstra alleen voor die helft van zijn land die naar de polder afwatert wordt aangeslagen.
Hierna werd de molenroede verkocht bij opbod. Kooper werd de heer Hendrik Eppinga voor de som van Fl. 6,- welk bedrag aanstaande jaar op de poldervergadering zal worden verrekend. Daar niets meer aan de orde is wordt de vergadering beëindigd.

 

Notulen der poldervergadering gehouden op den 8ste Maart 1930 in de herberg van Van Netten te Sondel

De heer Hendrik de Jong brengt verslag uit over de ontvangsten en de uitgaven der molenrekening.
De verfrekening werd hoog genoemd, waarna de molenrekening werd goedgekeurd.
Tot bestuurslid werd gekozen M .M. vd Goot.
Tot bestuurslid tot behartigen der belangen van de ingelanden der Sijpe werd de heer Sj. Folkerstma gekozen, welke deze benoeming onder voorbehoud aanneemt.
Hierop wordt mededeling gedaan, dat Fetse Hoekstra ook voor dit jaar weigert de omslag te voldoen, voorgevende dat het land waarvan de omslag word geleverd, heeft gekocht als zijnde vrij van polderlasten.

De heer H. de Jong deelt mede dat volgens koopboekje van 1881 het geheele land van Fetse Hoekstra molenplichtig is. Op voorstel van den heer W. Lefferstra werd besloten dit van Fetse Hoekstra mede te deelen en indien nodig inzage der koopakte te vragen.

Aan het bestuur der molenpolder werd opgedragen overeenkomstig deze aangelegenheid te regelen.
De molenaar deelt mede dat de molenzeilen los laten. Besloten hiermee met Jan Visser van gedachten te wisselen hoe deze kunnen worden hersteld. Schelte Aukema vermeld op zich het blik op de molenkop vast te spijkeren is tevens genegen de molen, het hekkelen der molier en onderhoud der Sijpe onder dezelfde voorwaarden wederom voor het komende jaar op zich te nemen waarbij dezelfde bedragen als voorige jaren zullen gelden.
De molenaar neemt tevens op zich om de maalgelden voorzoo verre deze voor of op de poldervergadering met zijn voldaan voor den polder te innen.
Verder werd besloten voor dit jaar Klaas Veltman te nemen al timmerman. Daar niets meer werd gevraagd nog in ‘t midden werd gebracht, werd de bijeenkomst gesloten.

 

 

Verslag van de vergadering der Nieuwe Sondeler Polder gehouden op den 14 februari 1931 bij van Netten Sondel.

Aanwezig ; Jacobus Eppinga, H. Eppinga, M.M. vd Goot, S. Dooper, Roelof de Jong, B. de Boer, H.Y. de Jong, Kl. Veltman, Meine de Vries en W. Lefferstra.
Bij de opening werd mede gedeeld dat de molen in verval is, moet nu hersteld te worden +. Fl. 1100,- reparatiekosten waarna Kl. Veltman nadere toelichting omtrent de reparatiekosten geeft. Schoef slecht, schoefbak versleten, vermoedelijk steun kapot, en nieuwe loop kammen erin.
De heer B. de Boer, noemt de begrooting hoog, Meine de Vries zou liever nog een deskundige raadplegen.
Het bestuur heeft gemeend naast deze begrooting ook een opgaaf van een Nieuwe Windmotor te doen, om deze molen der gewenscht door een windmotor te vervangen.

Er zijn aanbiedingen ingekomen, vergelijkende berekeningen gemaakt tussen den molen en windmotor waaruit blijkt dat de gemiddelde omslag der molen over de laatste 10 jaar Fl. 3,53 per Ha is geweest. Waar tegenover een nieuwe windmotor naar 4 ½ . Zo renteafschrijving in 25 jaar, bediening, smeerolie en onderhoud Fl. 3,54 per Ha. zou kosten.
Wanneer een nieuwe windmotor werd aangeschaft heeft men dus de Fl. 1130,- als een eerste besparing te beschouwen.

Nadat de vergelijkingen waren besproken, B de Boer had gezegd dat deze polder op losse schroeven staat en iedereen er bij weg kan wie wil werd tot stemmen overgegaan, waarbij Jacobus Eppinga , Kl. Veltman en
M. M. vd Goot zich uitspraken voor het aanschaffen van een windmotor en Meine de Vries , S. Dooper,
H. de Jong en Wil. Lefferstra voor ‘t behoud der molen.
Volgens deze uitslag bleek dat hoofdelijk 4 tegen 3, de meerderheid zich uitsprak tot behoud van deze molen, waar echter de minderheid over de meeste hectaren beschikten, berust de meerderheid in feite bij het meeste aantal hectaren, waarbij dus het aanschaffen van een windmotor werd besloten.
Gecmateteerd? werd, dat de uitslag der ingelanden stemming juist nu niet van eensgezindheid getuigd, en zij ons even als voor vijf jaar op een hellend vlak bevinden.

Ieder moet weten, dat geen ingelanden genoegen behoeft te nemen met onvoldoende bemalen land.
Prov. Staten wenschen geen verwatert land. Daartoe aangewent, bieden deze de behulpzame hand, door middel van wettelijke maatregelen droogmaking te bevorderen.
Wegens de financiële lasten die in den regel het gevolg zijn, wanneer men hiertoe overgaat, kan dit worden ontraden, en slechts in het uiterste geval kan aan het uitroepen van hulp van overheidswege worden gedacht.

Hierop gaven voorstemmers het belang van den oude molen te kennen, dat deze meer voor den windmotorgevoelden indien het boerenland ook aangesloten werd. Hiervan werd goede nota genomen en aan de heer H. Eppinga en H.de Jong opgedragen dit nader onder de ogen te zien.

 

Notulen der Poldervergadering gehouden op den 7den Maart 1931 des voormiddag’s half negen uur in den herberg van van Netten te Sondel.

De notulen der vorige vergadering werden voorgelezen en goed gekeurd. Naar aanleiding van het genotuleerde deelde de heer Jac. Eppinga mede, dat Fetse Hoekstra genegen is de achterstallige polderlasten over de laatste twee jaar te betalen overeenkomstig het koopboekje 1891 a 80 cent per hectare. De rekening van ontvangsten en uitgaven voorgelezen en op voorstel van H. de Jong en H. Eppinga goedgekeurd.
Opgemerkt werd dat de pomp bij de Sijpe lekt waardoor veel water in den polder stroomt, besloten werd deze pomp er uit te trekken. Dooper zegt bij hem is ’t allemaal water. Achter het land van Fetse Hoekstra zal het zitten.
Besloten werd, dat Dooper en J. Eppinga zaken nazien en naar bevindingen zullen handelen.

Op voorstel van J. Eppinga zal voor 1 augustus de molier worden na gezien en voor 1 november nog eens en voorloopig geen vast bedrag van Fl. 18,- voor de molier uit te trekken, maar naar bevinding de molier in orde te maken. In de plaats van Sj. Folkertsma wordt S. Dooper benoemd als vertegenwoordiger van de belangen der Sijpe.
Schelte Aukema neemt op zich de molen te blijven bedienen, ook indien tot het opzetten van een windmotor moet worden besloten, voor ’t laatste geval voor zooveel weken als dit nodig is berekend naar een vast maalloon van Fl. 180,- in het jaar.
Onderhoud Sijpe en molier vallen hier buiten en worden tot nader orde door ’t Bestuur uitgevoerd.
Thans wordt in bespreking gebracht het aanschaffen van een windmotor. Eppinga deelt mede dat aansluiting van het buitenland geen vorderingen gemaakt heeft. De boekhouder deelt mede, dat door hem inlichtingen zijn ingewonnen tot het verkrijgen van een legger van aanslag. De landmeter van het kadaster te Sneek berekend Fl. 5,- per uur in ’t veld voor opmetingen. Zoodat ieder kan nagaan dat het verkrijgen van een geregistreerde
Polder onder Waterschap gezag hooge kosten meebrengt.

Aangeraden kan worden eensgezind eigen zaken te regelen. Wanneer de molier goed in orde wordt gehouden wenscht spreker het grootste deel van het land gelijk voorheen wederom aan den polder toe te voegen, indien tot een windmotor wordt besloten, want droog land heeft meer waarde, dan de omslag die in onze polder per Ha. wordt geheven.
Hierop ontspanne zich eenige besprekingen over directe afschrijving der oprichtingskosten windmotor, zoowel als; zich bij contract verbinden, waarbij het voorstel H. de Jong om in 25 jaar door rente en aflossing tot afschrijving der oprichtingskosten te komen werd aangenomen.
Hierop werd met algemene stemmen tot oprichten van een windmotor besloten en H. de Jong en H. Eppinga aangewezen dit besluit tot uitvoering te brengen, waarbij zij gemachtigd werden de molen desgewenscht op afbraak te verkoopen. De molenzeilen dienen eerst nog wat opgeknapt te worden. Wordt het buitenland bij deze polder opgenomen dan dienen deze 70% van de onkosten bij te dragen als zomerbemaling tegen de oude polder 100%.
Hierna sluiting.

Vergadering van de Ingelanden van de Nieuwe Sondeler Polder gehouden op 2 Maart 1932 bij van Netten

Verslach werd gedaan van het verhandelde der vorige vergadering. Naar aanleiding hiervan meldt de heer F. Smits op dat hem er niets van bekend is dat de zomerkute naar 70% in de kosten der motor zal bijdragen en meent dat hiervoor een vol maalgeld is vastgesteld.

Het besluit van 70% werd door velen bevestigd. Hierop deelt de heer Smits mede, dat door de zomerpolder veel waterschade is geleden, dat de motor op 1 september is begonnen te malen vind daarom de aanslag zooals die thans is vastgesteld te hoog en doet het voorstel dit jaar over 4 maanden te worden aangeslagen, dan is dit een gulden per hectare.

Een tweede voorstel n.l. van 1 september tot 1 maart ’32 zijnde een half jaar ook voor ook voor een half jaar te doen gelden, omdat rente en afschrijving van de motor door gaat ook al wordt deze ongebruikt gelaten.
Het voorstel Smits werd eerst in behandeling gebracht en daar niemand zich tegen bedenkingen operde werd dit aangenomen en werd er dadelijk toe overgegaan het te veel betaalde af te trekken en in mindering te brengen van den aanslag.
Hierop werd de rekening over het boekjaar 1931 –1932 nagegaan en op voorstel van den heer H. Eppinga en H. de Jong goedgekeurd. De heer Smits stelt nog eenige vragen over het tekenen der schuldbekentenis.

Geantwoord werd, dat het teekenen van alle eigenaren of gebruikers noodzakelijk is. Of evenwel de eigenaar of de huurder teekend is een zaak die tusschten huurder en verhuurder vooraf dient uitgemaakt, waarmee de polder zich niet mee bemoeit.
Nu kan dit niet meer worden verandert. Gezien de lage aanslag, behoeft de heer Smits zich niet te verantwoorden dat eventueele nieuwe huurders zich van een aanslag zullen onttrekken, waardoor de bemaling van het land ook zou kunnen komen te vervallen.
Daar geen vragen meer werden gesteld nog voorstellen werden gedaan wordt aangenomen, dat het schoonen der Sijpe zoowel als het hekkelen der molier gelijk als vorige jaar zal geschiede. Hierna sluiting.

 

Poldervergadering van de Nieuwe Sondeler Polder op 4 Maart 1933 bij van Netten te Sondel.

Aanwezig zijn veertien ingelanden.
De heer Jan. J. Akkerman deelt mede, dat wegens overschrijving van een huisperceel de groote van zijn land niet 4.27.05 maar 4.25.25 Ha. groot is. Er wordt verslag van de ontvangsten en uitgaven gedaan waardoor op voorstel van de commissie van naziening de rekening wordt goedgekeurd. De heer Meine de Vries maakt opmerkingen over het hekkelen der molier.
Bestuur zegt toe hier aandacht aan te schenken.

De heer Meine de Vries stelt voor om een inwateringspomp aan te leggen. Dit wordt ondersteund door de heer H. Eppinga. De heer R. de Jong stelt voor alle jaren een gleuf te graven wanneer behoefte is aan uitloopen van water.
Bij de stemming werd geen meerderheid verkregen. Na eenige gedachten wisseling werden wederom tot stemming overgegaan en het voorstel een uitlaatpomp aan te leggen met algemene stemmen aangenomen.
De uivoering werd opgedragen aan de heren F. Smits en H. Eppinga. De heer Eppinga zegt dat de pomp bij ’t Zwaaigat lekt.
Op voorstel van de heer Dooper werd besloten de pomp bij ’t Zwaaigat te doen onderzoeken en zoo nodig te hernieuwen. Als commissie hiertoe werden benoemd de heren Hendrik de Boer, H Eppinga en S.Dooper.

De heer D. van der Werf vraagt hoever gaat het Sijpestroomen met het oog op de ontwatering van het land bij hem in gebruik. Na eenige bespreking stelt de heer F .Smits voor , deze waterlossing een keer door deze polder in orde te laten maken en volgende jaren aan het onderhoud der naastliggers over te laten. Aan dit voorstel werd toegevoegd, dat naastliggers gehouden zijn de takken, slakespecie en wat dies meer zij kosteloos op te ruimen. Aldus werd besloten en aan ´t bestuur opgedragen dit te regelen.
Daar niets meer werd gevraagd volgde sluiting der bijeenkomst.

 

Vergadering van ingelanden der Nieuwe Sondeler Polder gehouden op den 7 Maart 1934 bij van Netten te Sondel.

De vergadering wordt geopend en de notulen gelezen en goedgekeurd. In bespreking wordt gebracht het onderwerp ,,Verteringskosten”.
Zonder borrel 60 cent per persoon met borrel Fl. 1,-. De heer Hendrik de Vries wenscht het oude gebruik met borrel te handhaven a Fl. 1,- per persoon. Hiertoe werd besloten met 5 tegen 4 en 2 blanco.

Na gedane toelichting werd de rekening van de penningmeester goedgekeurd door de commissie van naziening bestaande uit de heeren H. J. Eppinga en H. de Jong, sluitend met een voordeeling saldo van Fl. 18,15.
De heer F. Smits vraag waarom de pomp geheel uit Ferwoude moest komen nodig voor de polder. De heer de Boer vraagt of de pomp goed is. Deze vraag wordt bevestigd. De heer H. Eppinga had liever gezien voor dergelijke werken de heer Kl. Veltman te vragen.
Toegezegd hiermee in ’t vervolg rekening te houden.

Naar aanleiding van het besluit der vorige vergadering tot het schoonen der waterlossing tusschen de heeren vd Werf en Akkerman ontspan zich een discussie tusschen genoemde heeren. De heer Akkerman wil de waterleiding niet dieper hebben, omdat de afwatering op een andere plaats behoord langs te lopen. Besloten werd onder goedkeuring van de heeren vd Werf en Akkerman deze waterlossing volgens besluit van de vorige vergadering door de Polder te doen uitvoeren en verder aan belanghebbenden over te laten.

Bij Rondvraag merkt de heer Meine de Vries op, dat bij droogte het water in de polder graag wat hooger zou willen hebben. Dit werd ondersteund. Besloten werd aan de heer H. Eppinga het beheer over de uitlaatpompen over te dragen en het inlaten van boezemwater bij droogte te regelen. Op voorstel van de heer H. Eppinga werd besloten de motor te teren of te schilderen, na hiermee eerst de motorondernemer Mous of Hoogeveen hierover te hebben geraadpleegd.
Aan de heer H. Eppinga werd verzocht dit tot uitvoering te brengen.
De heer de Boer meent, dat het hoofd der pomp geteerd moet worden. Aan de heer H. Eppinga werd verzocht dit teeren ook uit te voeren.

De heer R. de Jong, Nijemirdum maakt de opmerking dat bij berekening der oprichting de omslag hoogstens Fl. 3,50 per hectare zou bedragen en wij zijn van ’t jaar op Fl. 4,10.
De boekhouder bevestigd dit, maar voegt er aan toe, dat Fl. 3,50 per jaar is aangenomen als gemiddelde omslag tijdens de duur der aflossing.
Daar niets meer aan de orde kwam, nog werd gevraagd, volgde sluiting der bijeenkomst.

 

Jaarvergadering van de Ingelanden der Nieuwe Sondeler Polder gehouden op den 13 Maart 1935 in de herberg van de her van Netten te Sondel.

Aanwezig waren de heeren: J. Eppinga, Melle M. vd Goot, J. Akkerman, H.J. de Jong, H. J. Eppinga, D vd Werf, H.de Boer, K. Veltman, F. Smits, H. Ottema,en R. de Jong. Samen 11 personen.
Na opening en voorlezing der notulen der voorige vergadering worden deze goedgekeurd.

Naar aanleiding van het voorgelezene brengt de heer H. de Jong in het midden, dat de pomp in het Zwaaigat nog niet is geteerd. De heer H. Eppinga geeft toe dat hoofd der pomp in het Zwaaigat nog niet is geteerd, doch zal dit werk dit jaar uitvoeren.
Hierop werd de rekening voorgelezen met een ontvangst van Fl. 463,66 en een uitgaaf van Fl. 432,93 latende een batig saldo van Fl. 30,73. De omslag bedroeg Fl. 3,75 per hectare. De heeren H.Eppinga en H. Y. de Jong. Waren wederom belast met het nazien van den jaarrekening.

Nadat genoemde heeren uit van hun taak gekweten hadden werd door hen hiervan verslag uitgebracht en aan de vergadering voorgesteld de rekening goed te keuren.
 
Nadat enkele vragen werden gesteld, en beantwoord werd hiertoe besloten en namens de vergadering door genoemde heeren de jaarrekening voor nagezien en accoord bevindingen getekend.
Thans werd overgegaan tot het in uitbespreking brengen van onderhoudswerken der andere polderbelangen.

Tusschen de heeren J. Akkerman en D. vd Werf werd van gedachten gewisseld over de afwatering van een grup, waarbij bleek dat deze verwaarloosd.
Besloten werd aan het polderbestuur op te dragen deze te laten uitslatten of in elk geval te schoonen.
De heer H. Eppinga zegt, dat de grup tusschen T. Zandstra en D. vd Werf ook moet worden opgeknapt, hiertoe wordt besloten.

Op voorstel van de heer Hendrik Eppinga werd aan Hendrik Bakker de Boer met diens goedkeuring opgedragen om de pomp tegen het stek van Willem Lefferstra op te ruimen.
Hiertoe met goedkeuring van H. B. de Boer toe besloten.
Dar niemand meer iets in ’t midden heeft te brengen nog iemand iets heeft te vragen wordt deze polderbijeenkomst hiermee besloten.
 


De nieuwe windmotor die dienst doet in
de nieuwe polder van 1931 tot 1968.

Jaarvergadering der ingelanden van de Nieuwe Sondeler Polder op 26 Febr. 1936 bij den heer van Netten te Sondel.

Aanwezig waren: J. Eppinga, J. Akkerman, K. Veltman, H. B. de Boer, S.Dooper, U. Ottema, M. de Vries,
H. J. de Jong, R. de Jong en M. M vd Goot.
De vergadering wordt geopend, de notulen gelezen en goedgekeurd. De heer vd Werf zegt, dat de grup naast zijn land nog niet in orde is. Besloten werd deze grup deze zomer op te knappen.

Verder werd besloten om twee berkenboomen in het drinkengat bij Dooper te doen verwijderen. Op de noodzakelijkheid werd gewezen om een buis bij de Monkelbaansreed bij te leggen. De heer Akkerman wenscht de wallen der waterlossingen glad gesneden te hebben.
Besloten werd alle jaren de hoofduitwateringen uit te slotten.
Vooral het water van het land van de heer Bruinsma moet beter en vlugger kunnen afvloeien.

Hierop wordt een overzicht gegeven van de uitgaven en ontvangsten der polder welke sluit met een batig saldo van Fl. 40,72. De rekening wordt goedgekeurd en door de heer H. Y. de Jong voor accoord getekend.
Op voorstel van de heer K. Eppinga worden de heeren S. Dooper, K. Eppinga, D. vd Werf en de secr-penn aangewezen om met Lijkele de Jong de uitwateringen der Sijpe in ogenschouw te nemen om te kunnen beoordeelen en aanwijzigingen te doen waar verbetering in de afwatering der Sijpe het meest noodzakelijk is om een flinke onbelemmerd afstroming te bevorderen.
Verder werd nog besloten dat de heer K. Eppinga voor den polder en de heer Kl. Veltman als uitvoerder, zullen zien naar het deksel van de windmotor, hetwelk vernieuwd moet worden.
Daar niets meer aan de orde is en niets meer wordt gevraagd, wordt de bijeenkomst gesloten.

 

Vergadering van Ingelanden van den Nieuwe Sondeler polder gehouden op den 24 Februari 1937 bij van Netten te Sondel.

Aanwezig waren : J. Akkerman, J .Eppinga, S. Dooper, O. Bruinsma, H. J. Eppinga, K. Veltman, H. Ottema, D. vd werf, H. Y. de Jong, F. Smits, Roelof de Jong en M. M vd Goot.
Na opening werd verslag gedaan van de vorige vergadering. De in deze vergadering genomen besluiten waren naar behoren uitgevoerd.

De heer S. Dooper sprak zijn tevredenheid uit over de werkzaamheden verricht aan de Sijpe.
Niettegenstaande de zeer groote regenval in de afgeloopen winter was door de betere afstrooming van de Sijpe was nergens overlast van water geweest. De heer Bruinsma zegt dat het water van zijn land en dat van het schoolhuis niet weg kan.
Wenschelijk werd geacht of aansluiting en afvoer op de Sijpe werd verkregen.

Na eenige gedachtenwisselingen over en weer, werd besloten dat deze aangelegenheid tot oplossing zal worden gebracht door de heer S. Dooper en O. Bruinsma.
De commissie der naziening der boeken en bescheiden brengt een kort verslag uit over het gehouden beheer.
Alles wordt in orde bevonden en als gevolg van accoord bevonden onder goedkeuring der vergadering door deze geteekend.
Daar de te behandelen zaken zijn afgedaan en niets meer in het midden wordt gebracht, wordt de bijeenkomst gesloten.

 

Vergadering van Ingelanden van den Nieuwe Sondeler Polder gehouden op den 26 Februari 1938 bij van Netten te Sondel.

Aanwezig waren de heeren: J. Eppinga, J. Akkerman, H.Y. de Jong, H. de Boer, M. de Vries, H. Eppinga, H. Ottema, F. Smits, O. Bruinsma, D.vd Werf, R.K. Veltman, Roelof de Jong en M. M. vd Goot.

Na opening werd verslag gedaan van de vorige vergadering. Op de daartoe gedane vraag deelde de heer O. Bruinsma mede, dat de waterafvoer en dat van het schoolhuis is geregeld.
Hierop werd verslag uitgebracht over de rekening over het afgelopen boekjaar.
De commissie tot het nazien der boeken en bescheiden brengt een kort verslag uit.

Alles wordt in orde bevonden en onder goedkeuring der vergadering wordt aan deze boekhouder decharge verleend voor het gehouden beheer.
Op een daartoe gedane vraag zegt de heer H. Ottema, dat de pomp van de Sijpe niet best meer is. De heer J. Eppinga meent dat de pomp nog in goeden toestand is, zoodat nog niet aan vernieuwing behoeft te worden gedacht.
Daar niets meer wordt gevraagd nog in het midden wordt gebracht, wordt de bijeenkomst gesloten.

 
           
    Helaas houdt het hier op met de notulen en zijn er geen gegevens meer te vinden over deze polder mbt tot het bestuur der ingelanden.