Sint-Nicolaas, milde gever

Is het eigenlijk wel zo dwaas om te geloven in Sinterklaas?

Sinterklaas bestaat! Nietes! Welles! Zo kun je nog wel een tijdje doorgaan. En, net als ik, zal je dat ook wel eens gedaan hebben. Toen je nog jong was, deed je dat om Sinterklaas te verdedigen; nu je ouder bent, weet je wel beter. Die onzin is voor de kleintjes.

Maar je hebt ook beslist wel eens gemerkt dat jonge kinderen soms heel vast in sinterklaas geloven. Zo vast, dat het eigenlijk helemaal niet leuk is om hem van het geloof af te helpen. Laat ze nog maar een tijdje, denk je dan. En toch zeg nu zelf: "Ik geloof niet meer in Sinterklaas. Punt uit." Waardoor ben je dat geloof eigenlijk kwijtgeraakt? Het leek toen toch zo aardig? Wie heeft je trouwens verteld dat Sinterklaas niet bestaat? Sprak die persoon dan wel de werkelijkheid? Ben je daar eigenlijk wel zo zeker van?

Waarom vieren we dan al honderden jaren lang sinterklaasfeest? Waarom vind je overal in Europa grote Nicolaaskerken? Waarom bestaat Sint-Nicolaas zelfs in het wapen van enkele Nederlandse steden? Waarom is Sinterklaas de beschermheilige van Amsterdam, en zelf van Rusland? Dat is toch niet niks! Neem nou bijvoorbeeld Rusland. Daar hebben nu nog steeds veel mensen een geschilderd portret van Sint-Nicolaas in huis. Omdat ze erg veel van hem houden. En om hem de hele dag bij zich te hebben. Zo is hij deel van het gezin. De mensen vertellen elkaar en Nicolaas van hun zorgen en hun blijdschap. Ze luisteren naar elkaar en naar Nicolaas. Het is als of hij echt bij hen is. De mensen beschouwen Nicolaas als een heilige, als een man voor wie je veel eerbied hebt. Een heilige krijgt het woordje "Sint" voor zijn naam. Dus: Sint-Nicolaas.


 

 

 

 

 

 



Een icoon met de afbeelding van Nicolaas

 

Je ziet hiernaast een portret van Sint-Nicolaas, ongeveer honderd jaar gelden in Rusland geschilderd. Zo’n afbeelding van een heilige, heet een icoon. Voor de komende paar uur is dit icoon voor jou en mij. Ons icoon van Nicolaas. Om mee te praten. En om aan te vragen wat we maar willen. Misschien ben je niet meer gewend iets aan Sint-Nicolaas te vragen? Dan zal ik zelf maar beginnen.

Ik zet ons icoon voor me, en stel de grote vraag: " Wie bent u, Sint-Nicolaas?" En dan is het net of Sint-Nicolaas begint te leven; of hij uit het ikoon de kamer binnen stapt. Hij kijkt me lang aan. Dan zegt hij: " Je kent me toch, jongen? Of , nee... eigenlijk niet. Jij kent alleen wat de mensen van me in Nederland gemaakt hebben. Een wat vreemde Sinterklaas. Daar heb ik het zelf ook wel eens wat moeilijk mee.
Maar ik wil je wel helpen. Pak dit boek maar eens aan. Daar in kun je mijn levensverhaal lezen."
Voorzichtig neem ik het grote boek aan. ER staan gouden letters op een rood kaft.: "Legenda Aurea," door Jacopo de Voragine. En dan 1255. Zou het zo oud zijn? Sint-Nicolaas raad mijn gedachten: " Ja, inderdaad, erg oud. Er staan "Gouden Legendes" in, en sommige daarvan gaan over mij. Moet je maar eens lezen.

Het levensverhaal van Sint-Nicolaas

Nicolaas werd 1700 jaar gelden geboren, omstreeks 270, in Patara. Dat ligt in Turkije, dat toen Klein-Azië heette. Op pagina 21 zie je een kaartje; Patara ligt aan de kust, dicht bij Myra, waar zijn oom bisschop was. Hij woonde heel zijn leven in Patara en Myra, in Turkije, dus. Hij heeft nooit ver gereisd, en hij is nooit naar het buitenland verhuisd. Zeker niet naar Spanje! Toch zeggen wij maar steeds dat hij uit Spanje komt. Daarover straks meer. Er is verder heel weinig bekend over het leven van Nicolaas. Het enige wat wij zeker weten is,dat hij later zelf ook bisschop van Myra werd. En dat hij gestorven is. Ja zeker, Sint-Nicolaas was ook maar een mens. Hij is dan wel oud geworden, ongeveer 70 jaar, maar hij is toen toch overleden , op 6 december 342.

Let nog eens even op die sterfdag: 6 december. Wij denken altijd dat we op 5 december de verjaardag van Sint-Nicolaas vieren. Nou, dat is in ieder geval niet juist: we weten niet eens in welk jaar hij geboren is, laat staan op welke dag. Dus zijn jaardag -- of zoals we nu zeggen: zij verjaardag -- kennen we helemaal niet. Een heilige zoals Nicolaas, heeft bovendien iets bijzonders: vieren niet z’n geboortedag, maar z’n sterfdag: op die dag werd hij "heilig", zou je kunnen zeggen. Maar waarom dan 5 in plaats van 6 december? Dadt omt zo: de mensen van het oosten vinden dat de dag niet begint om 12 uur s’nachts, maar om 6 uur van de vorige avond. Zodat we, precies op tijd, de sterfdag( 6 dec) beginnen te vieren op de avond van 5 december.

Het eerste wonder

Nicolaas is nog geen uur oud; of hij laat merken hoe bijzonder hij wel is. Als een van de helpster de baby gaat wassen, gebeurt er een wonder. De kleine Nicolaas gaat recht overeind in het bad staan. Hij vouwt tot ieders verbazing zijn knuistjes en begint God eerbiedig te danken voor zijn geboorte. En dat duurt twee uur! Je zou je ogen niet hebben geloofd! Het verhaal gaat als een lopend vuurtje door de stad, dat begrijp je. De mensen zijn het er al gauw over eens. ‘Een wonderkind," zeggen ze. " Wat een geluk voor zijn ouders en voor onze stad!" En ze zullen gelijk krijgen.

Gevangenen en zeelieden

Wanneer hij volwassen geworden is, wordt Nicolaas benoemd tot bisschop van de stad Myra. Zijn oom is overleden. Voor de mensen van de stad is het nu geen probleem wie hem moet opvolgen: de jonge Nicolaas natuurlijk: hij is immers altijd meteen bereid anderen te helpen. " Alle mensen zijn mijn vrienden," zegt hij vaak. " Ik zal iedereen helpen die in nood zit, met bidden of hard werken. Misschien helpt een van de twee." En zo heeft hij in zijn leven vele, vele mensen geholpen of gered. Op een keer wist hij drie ter dood veroordeelde generaals uit de gevangenis te redden. Hij redde zelfs een keer met een wonder zijn stad Myra van de hongerdood. Hij kreeg het vooral druk met mensen op zee. Je weet al dat Myra langs de kust ligt. In de hoek van de Middellands Zee kan het flink stormen. Daarom zijn er verscheidene verhalen over hoe Sint-Nicolaas hulp bood aan zeelieden in nood. Een daarvan is het volgende.

De legende van de drie schippers

Op een dag bevinden zich drie schippers in groot gevaar: de zware storm heeft hun zeilen kapot gescheurd, en het wilde water heeft hun bootje lek geslagen. In hun angst bidden ze tot Nicolaas , de bekende bisschop uit de stad. "Heilige Nicolaas, als het waar is wat ze van u zeggen, dan kunt u ons redden. Doe uw best, alstublieft!"

En meteen staat er iemand bij hen in de boot. "Jullie hebt me geroepen? Hier ben ik. Wat kan ik voor je doen?" Zonder eigenlijk hun antwoord af te wachten, stroopt de vreemde man zijn mouwen op , en begint het water uit het bootje te hozen. En de storm bedaard bij toverslag. De matrozen komen veilig aan land en gaan regelrecht naar de kerk van bisschop Nicolaas. En wanneer ze de bisschop zien, herkennen ze hem direct als de aan die hen geholpen heeft. Maar Nicolaas wil niet bedankt worden. Hij zegt: " Ik kon niet anders. Ik moest jullie van God komen helpen. Bedank Hem maar!"

Door deze verhalen gaan de mensen Nicolaas al gauw zien als de beschermer van zeelieden en mensen die over zee reizen. Daarom worden er in heel Europa eeuwenlang veel kerken ter ere van Nicolaas gebouwd. Vooral in de buurt van een haven of een rivier. Wanneer de zeelieden dan voor een nieuwe reis uitvaren, vragen ze hun beschermheilige om hen niet in de steek te laten. Zonder hem zouden ze zich op zee niet lekker voelen. Ze geven hem zelfs een bijnaam: Nicolaas de Natte.

In de gevangenis

Op oudere leeftijd raakt bisschop Nicolaas zelf ook eens in de gevangenis. Dat komt doordat hij op een plechtige vergadering erg boos is geworden op een andere bisschop. Zo boos, dat hij zich niet kan inhouden. Hij staat op, en geeft zijn eerwaarde collega een draai om zijn oren met ... zijn mijter! Stel je toch voor. Dat geeft me toch een opschudding! De voorzitter weet de boze bisschoppen te kalmeren, maar hij laat Nicolaas arresteren. Zijn bijbel en bisschopsmantel worden hem afgenomen, en hij wordt opgesloten.

Daar zit hij dan, vol berouw over zijn domme driftbui. Hij heeft dan wel gelijk gehad, maar een bisschop moet toch beter weten! En wat nu? Hij kan wel anderen uit de gevangenis redden, maar zichzelf.... dat was andere koek! Misschien dat bidden helpt. Hij is alleen niet gewend voor zichzelf te bidden, en daarom stamelt hij maar wat voor zich uit. Tot hij in slaap valt. Midden in de nacht schrikt hij opeens wakker: er schijnt een fel licht in zijn cel. Hij weet niet wat hem overkomt. En hij is ook niet meer alleen: daar staan nog twee personen. Maar, is dat niet...? En wie is die andere persoon dan? Hij kan zijn ogen niet geloven. Het zijn niemand minder dan Jezus en Maria, die hem zijn bijbel en bisschopsmantel weer komen terugbrengen. Zoiets groots is nog nooit iemand overkomen. Wanneer de mensen Nicolaas weer terug zien, luisteren ze adenloos en vol eerbied naar zijn verhaal. En ze vertellen het aan iedereen die het maar horen wil. Dit is dan ook een van de beroemdste verhalen over Sint-Nicolaas. Je vindt het dan vaak afgebeeld op iconen, die afbeeldingen van heiligen.

Je voelt wel , deze verhalen zullen niet helemaal precies zo gebeurd zijn. We noemen ze legendes: verhalen over wonderen die de mensen elkaar graag vertellen, over hoe goed en heilig sommige mensen zoals bisschop Nicolaas, waren. Verhalen die steeds opnieuw, honderden jaren lang, verteld worden. Met nieuwe vertellers en nieuwe toehoorders. Allemaal genietend van die goeie, ouwe Sint-Nicolaas, die zoveel voor anderen deed, tot hij zelf ook in de knoei raakte.

De bruidsschat

In Patara, de stad van Nicolaas, woont ook een arme koopman. De zaken gaan slecht , en de man heeft geen cent in huis. Wel drie dochters die oud genoeg zijn om te trouwen. Maar er komt geen jongen om hen te vragen. De koopman weet waarom. "Ik kan ze geen geld meegeven om te trouwen."

Nicolaas die dan nog een jonge man is, heeft zojuist het geld van zijn overleden ouders geërfd. Hij kent de koopman, en heeft medelijden met de drie meisjes. "Hier meegeholpen worden, maar hoe? Ik kan die koopman toch niet zomaar geld geven. Dan zou hij zich beledigd voelen. Ik zal het ongemerkt moeten doen. ‘s Nachts, als iedereen slaapt. Ik gooi het geld gewoon naar binnen." En zo gebeurde het.

Midden in de nacht sluit Nicolaas over straat naar het huis van de koopman. Daar aangekomen, gooit hij een zak goudstukken door het open raam naar binnen. Vlug, voordat iemand het merkt, maakt hij dat hij wegkomt. De volgende nacht doet hij het weer. Maar als hij de derde nacht aankomt, ligt de koopman op de loer: hij wil wel eens weten wie die milde gever eigenlijk is! Terwijl Nicolaas stillestjes de derde beurs met goud naar binnen werpt, gaat ineens de voordeur open. Nicolaas rent weg, de koopman rent hem achterna, en krijgt hem bij zijn jas te pakken. Nicolaas voelt zich ongelukkig, vooral wanneer de koopman hem onder tranen bedankt, en hem zelfs het geld wil teruggeven. Nicolaas zegt: "Houd het geld, alstublieft. Ik heb genoeg. Geef het aan je dochters, zodat ze kunnen trouwen met de jongens die ze willen. Maar zeg vooral tegen niemand van wie je deze zakjes met goudstukken hebt gekregen.

De koopman belooft het en gaat naar huis terug. "Hoe kom je toch aan al dat goud , vader?" vragen de meisjes dan. De gelukkige vader glimlacht, en zegt: "Van een vreemdeling gekregen, die in de stad verdwaald is zeker."Naar aanleiding van dit verhaal zie je Sint-Nicolaas vaak afgebeeld met drie zakjes met goudstukken in zijn hand. Soms draagt hij goudkleurige beursjes, of drie gouden bollen. Soms zelfs drie gewone appels! Dat komt doordat de mensen op den duur het verhaal niet goed meer kenden. Ze dachten ten slotte zelfs dat Sint-Nicolaas daar met drie sinaasappels stond. Denk maar aan het liedje:

 

Sinterklaas goedheilig man,
Trek je beste tabberd an,
Rijd er mee naar Amsterdam,
Van Amsterdam naar Spanje,
Appeltjes van Oranje,
Appeltjes van de bomen,
Sinterklaas zal komen.

 

Dit liedje gaat helemaal over het vorige verhaal. Laten we het eens regel voor regel bekijken. Sinterklaas wordt aangesproken als ‘’goedheilig man." Vroeger zong men "goed heylik-man". Heylik is een oud woord woorhuwlijk. Het betekent dus eigenlijk: Sinterklaas, goed huwelijk-man. Sint-Nicolaas gaf de meisjes immers de kans om te gaan trouwen! Daarom gaat hij naar een trouwpartij " met z’n beste tabberd an," in z’n beste pak, om op het feest goed voor de dag te komen. En hij heeft het huwelijkscadeau al bij zich: "appeltjes van oranje." Helemaal niet Oranje met een hoofdletter, zoals bij onze Koningin. Maar oranje appels, gouden bollen of beursjes met goudstukken voor de bruidsschat.

Waarom zou hij uit Spanje komen?
Wel, oranje rijmt op Spanje, zou je kunnen zeggen, maar dat lijkt een beetje flauw.
Nou, goed dan! Waar komen de sinaasappeltjes vandaan ........?
En waarom reist hij naar " Amsterdam?" Daarover straks.

De drie kinderen in het kuipje

Deze legende staat niet in het grote boek dat Sint-Nicolaas me gegeven heeft. Misschien kende de schrijver van dat boek het verhaal niet. Maar het is wel het verhaal dat bij ons het bekendst is geworden. Je hebt het ook vast wel eens afgebeeld gezien.
Er waren eens drie scholieren, die rondtrokken door de wijde wereld. Op een dag, toen ze moe waren, gingen ze naar een herberg.
"Kunnen we hier overnachten?" vroegen ze.
"Kom maar vlug binnen, jongens", zei de herbergier.
Maar hij had de deur nog niet dicht , of hij pakte een grote slagersbijl en sloeg de drie jongens dood. Hij had een enorme hekel aan kinderen. Beneden in de kelder stond een grote, houten kuip. Hij sneed de jongens in stukken, en gooide ze in het zoutvat.
Zeven jaren gingen voorbij. Op zekeren dag kwam Sint-Nicolaas door de streek. Ook hij, de grote kindervriend, klopte bij de herberg aan, en vroeg of hij er de nacht kon doorbrengen.

"Natuurlijk Sint-Nicolaas, kom binnen. Er is wel een bed voor u vrij. En wat kan ik nog meer voor u doen?" " Ik heb wel wat honger van de lange wandeling," zei Sint-Nicolaas.
"Wilt u misschien een stuk ham?"
"Nee, die ham is niet goed."
"Wilt u misschien een stuk biefstuk?"
"Nee, zei Sint-Nicolaas, nee die is bedorven."
De herbergier stond wel raar te kijken van zo’n vreemde gast. " Weet je wat ik wil hebben?"
zei Sint-Nicolaas, terwijl hij opstond, zo dreigend als hij kon. "Ik wil een stuk pekelvlees dat al zeven jaar in het zoutvat in de kelder staat."
De herbergier schrok zich wild en hij probeerde naar buiten te vluchten. Sint-Nicolaas pakt hem snel bij zijn arm, en zei: "Als je berouw toont, zal God het je vergeven. Kom mee, naar de kelder!" Daar stond de kuip. "Haal het deksel er maar eens af." Toen Sint-Nicolaas de drie in stukken gesneden kinderen zag, kwamen er tranen in zijn ogen. Nadat hij gebeden had, zei hij: "Jongens, jullie slapen. Kom, hier is Sint-Nicolaas, jullie vriend."
En hij strekte drie vingers uit over de kuip. Het wonder gebeurde: er kwam beweging in de kuip, en de drie kinderen werden wakker. "Ik heb lekker geslapen, "zei de eerste, terwijl hij uit de ton kroop. "Ik heb gedroomd van het paradijs," zei de tweede. "Dank u wel, Sint-Nicolaas, "zei de derde. En de herbergier vouwde zijn handen, en begreep vanaf die dag de grote macht van Sint-Nicolaas.

Beschermheilige

Omdat Sint-Nicolaas zoveel mensen in nood wist te redden, werd hij al gauw beschermer van allerlei groepen:bijvoorbeeld van meisjes, van jongens en studenten, van gevangenen, en zelfs van dieven. Maar vooral van schippers en zeelieden. Hij werd hun beschermheilige genoemd. Tot op de dag van vandaag vind je dat nog terug. De school voor schipperskinderen, in Amsterdam, heet bijvoorbeeld Sint-Nicolaasschool. Ook veel steden kozen Sint-Nicolaas als hun beschermheilige. Hij zou de handel beschermen, en de handelaars weer veilig thuisbrengen, thuis in eigen stad. DE rijke handelssteden langs de oude Zuiderzee, het tegenwoordige IJSSELMEER, hadden allemaal een Nicolaaskerk, dicht bij de haven. Ook Amsterdam, een echte Nicolaas-stad, langs het water van de Amstel en het IJ. Met een grote Sint-Nicolaaskerkvlak langs het water, bij het Centraal Station. Met handelaars die hun schepen over de hele wereld uitstuurden. Hier hoorde Nicolaas thuis.
Sint-Nicolaas is dus al eeuwenlang een graag geziene gast in Nederland, en vooral in Amsterdam. Maar Amsterdam ligt toch duizenden kilometers van Myra, in Turkije, waar Sint-Nicolaas woonde? Hoe kwam hij dan eige|ijk bij ons terecht?

 


De Nicolaaskerk in Myra

Bari

We duiken weer even de geschiedenis in. We hebben gezien dat Sint-Nicolaas stierf in de vierde eeuw. Het is eigenlijk vreemd dat hij daarna steeds bekender is geworden. Zeelui en reizigers bleven hun beschermheilige, Nicolaas, om hulp vragen. Waar ze kwamen, vertelden zij over over hem: in de havens rond de Middellandse Zee, en langs de kusten van Europa. Het duurde dan ook niet lang of ieder jaar trokken duizenden mensennaar Myra om daar zelf in de kerk van sint-Nicolaas te bidden bij zijn graf.
Dat ging jaren zo. tot Myra in de 11e eeuw gevaar liep, door vijandige legers te worden ingenomen. Dan zou niemand meer naar Myra kunnen komen om te gaan bidden. Dus namen enkele zeelieden een kloek besluit.

In 1087 voeren ze van uitBari, in Zuid-Italië, naar Myra, om te reden wat er te redden viel.
Ze braken het graf van Zint-Nicolaas open en kaapten het gebeente van de heilige! Het opengebroken graf is nu nog steeds te zien. Op 7 mei 1087 kwamen ze in Bari terug. Het werd meteen een groot feest. Sint-Nicolaas was gered!

Binnen enkele jaren was er een enorme kerk boven zijn tweede graf gebouwd. Die kerk staat er nu nog. En nog steeds komen hier duizenden mensen bidden om hulp, genezing, of bescherming: pelgrims noemen we hen. Ieder jaar is hier ook een heel groot Sint-Nicolaas-feest, maar dan wel op 7 mei, de datum van zijn komst naar Bari! In een grote optocht wordt een beeld van Sint-Nicolaas naar de haven gebracht, daar rondgevarene op een versierde boot, en daarna weer teruggebracht naar de kerk. Bari ligt in Zuid-Italië, dat is duidelijk. Maar in de 11e eeuw, en ook later, waren de grenzen in heel Europa anders. Zuid-Italië was toen Spaans gebied. Bari lag toen dus in ..... Spanje!

Onze voorouders hadden dus toch een beetje gelijk, toen ze zeiden ‘’Sinterklaas komt uit Spanje." De mensen van Bari denken natuurlijk heel anders over hun Santa Nicola. Ze kennen ‘’Sinterklaas" niet eens. Een paar jaar geleden is de Sinterklaas-van-Amsterdam een bezoek gaan brengen aan Bari. Moet je je voorstellen! De Italianen snapten er niets van. Daar kwam een vreemde bisschop aan met een rode mantel en een lang namaak baard, en allemaal vreemde geklede, zwart gemaakte mannetjes. Helemaal uit Nederland. Zien ze er in Nederland dan zo uit? Er was een muziekkorps meegekomen, dat speelde: " Zie ginds komt de stoomboot!" Had Nederland zo’n vrolijk volkslied? Ze gingen toch maar voor de zekerheid netjes in de houding staan! En toen de zwarte Pietenpepernoten begonnen rond te strooien, gooide iedereen ze hard terug........ Er is daar wat afgelachen.

Rusland

In heel Europa leerden de mensen Sint-Nicolaas kennen. Zoals we gezien hebben , kwam hij naar Nederland met de handelaars en zeelieden. Ook reizigers over land namen hun heilige mee om hen te beschermen. Hij was ook hun beschermheilige. Zo kwam hij in Rusland terecht. En hij werd daar een erg belangrijke heilige. Het duurde niet lang of iedereen had wel een icoon van Nicolaas in huis. Veel mensen noemden hun zoons Nicolaas; er zijn zelfs twee vorsten geweest die Tsaar Nicolaas heetten. Nicolaas werd zelfs beschermheilige van heel Rusland. De mensen voelden: Als het met ons slecht mocht gaan, zal Nicolaas ons altijd helpen.

Er zijn daarom in Rusland enorm veel Nicolaas iconen geschilderd. Je kunt deze iconen gemakkelijk herkennen. Nicolaas heeft een hoog voorhoofd, cirkelvormig haar, en een half-ronde baard. En zijn ogen zijn soms streng, maar meestal heel vriendelijk. Kijk hem nog maar eens goed aan, want zo’n goede heilige mag je niet per ongeluk voorbij lopen.
Je weet nog wel hoe ik, aan het begin van dit verhaal, opeens begon te praten met de Sint-Nicolaas van de iconen. De oude heilige, de oude heilige die me het boek met de Gouden Legendes gaf, waaruit ik tot nu toe een paar verhalen heb overgenomen. Dat boek is nu uit, en ik heb geprobeerd het aan Sint-Nicolaas terug te geven. Maar hij zit naast me te dutten.....
Toch wil ik nog niet weggaan, want er is nog zoveel te vragen. Trouwen, de oude heilige heeft nog een boek bij zich, zie ik. Zou ik het durven pakken? Is het ook voor mij? Voorzichtig til ik zijn hand een beetje op om het boek te kunnen weghalen. Het lukt, maar Sint-Nicolaas mompelt verstoord in zijn slaap: "...... iantonios......". Ik snap er niets van. Hij droomt zeker van oude vrienden? Dan doe ik het boek open. Op de eerste bladzijde staat: "Mijn Vaderlands Geschiedenis, door S.Nicolaas. Ik begin te lezen.

De vaderlands geschiedenis van Sinterklaas

Heel lang geleden woonden hier in onze streken de Germanen. Er waren hier toen nog geen steden, geen wegen, geen stenen huizen. De mensen waren nogal arm; de meeste van hen waren boeren of jagers. Er liepen nog wilde dieren rond. Het leven was niet gemakkelijk. De Germanen geloofden in verschillende goden. Een van hen was de God van de Wilde Jacht, die langs de hemel reed op een geweldig groot, wit paard met acht poten. Dat paard heette Sleipnir, en die God heette Wodan. Hij was zo belangrijk dat de mensen zelfs een dag naar hem genoemd hebben: Wodansdag. Dat is nu onze woensdag, dat zie je duidelijk. Wodan reisde op zijn witte paard iedere nacht langs de hemel. Met twee zwarte raven naast zich. In de lange winternachten, als het stormde, kon je hem voorbij horen razen. Je kon hem en zijn witte paard af en toe zien tussen de jachtende wolken .

Zijn grote speer suisde als een bliksemschicht door de lucht. De mensen wisten: die god moest je niet boos maken. Nee, je moest proberen hem mild te stemmen, met geschenken, of met voer voor het paard. Anders ging je huis er aan, of werd de oogst vernield.
Wodan wist alles van de mensen. Dat had hij te danken aan zijn zoon, Oel. Oel moest altijd van zijn vadernaar de mensen op aarde, om hun geschenken op te halen, of om te straffen waar dat nodig was. Oel reisde dan naar beneden, naar de armoedige hutten, waarin de mensen angstig lagen te slapen. Ze hadden tegen elkaar gezegd: " Wat een weer, komt er dan nooit een eind aan die koude, donkere winter? Zal het ooit lente worden?"
In het dak van hun huizen was een gat voor de rook van het haardvuur. Hierdoor keek Oel naar binnen. En als hij de geschenken voor Wodan op de offerplaats bij de haard klaar zag staan, was hij tevreden. Dan gaf hij zelf ook geschenken. Dan zorgde hij voor nieuwe zaden, voor nieuwe planten, voor een nieuwe oogst in het volgende jaar. Hij zorgde er voor dat de mensen verder konden leven

De grote verwarring

Na verloop van tijd begonnen die oude Germanen hun goden een beetje te vergeten. Ze verloren ook een beetje hun angst voor die woeste goden. Maar ze vertelden nog wel steeds verhalen over hen aan hun kinderen, en die weer aan hun kinderen enz, enz.
Toen kwamen er opeens verhalen mee met de reizigers uit het zuiden over een zekere Nicolaas, een heilige die ook alles wist, die hielp waar hij kon. En die weer nieuw leven gaf aan jongens, meisjes en schippers.
Wodan en Sint-Nicolaas deden eigenlijk zo’n beetje het zelfde, vonden de mensen. Het duurde dan ook niet lang, of ze gaven Sint-Nicolaas het witte paard van Wodan. Ze gaven hem Wodans lange baard en lange mantel. En van wodans lange speer maakten ze een bisschopsstaf, met een mooie krul. Ze zetten Wodan een bisschopsmijter op z’n wilde haren. En toen wist niemand meer precies wie wie was!

Ze gaven hun nieuwe heilige een heel gewonen naam. Hun kinderen heetten Jan, Piet of Klaas. Daarom noemden ze hun eigen, vriendelijke heilige heel gewoon "Sint Heer Klaas." Een beetje eerbiedig nog wel. Later werden die drie woorden(Sint Heer Klaas) vanzelf een woord: Sinterklaas. En de zoon van Wodan, Oel kreeg ook zo’n gewone naam: Piet. Maar dan wel "Zwarte" Piet, want zijn gezicht was natuurlijk zwart geworden, doordat hij altijd door het rookgat naar binnen moest kijken! Logisch. En, net als Oel, strooide Zwarte Piet nog steeds zaadjes -- maar nu zijn het handen vol pepernoten. Opeens hoor ik iemand zachtjes naast me lachen, Sint-Nicolaas is weer wakker. Hij lacht om mijn verbazing, en zegt: "Weet je nog wel wat je de eerste keer tegen me zei?

Jullie in Nederland hebben mij veranderd. Ik ben zelfs bijna onherkenbaar geworden. Jullie Sinterklaas is eigenlijk niemand anders dan Wodan met een vreemde mantel aan. Of ben ik het zelf, met een paard bij me? Ik nog nooit op een paard gezeten, jongen. Ik ben bij jullie gekomen met de schippers, over zee. Dus ik kom per stoomboot, uit Spanje, zogenaamd he? En toch zingen jullie: "Hoe huppelt zijn paardje het dek op en neer!" Een paard op een stoomboot! Dat beest is doodsbang natuurlijk!"
Sint-Nicolaas schatert van het lachen. " Wat zou Wodan denken van die staf met krul? Zou hij daarmee kunnen bliksemen? En die mijter? Die zou hij bij de eerste de beste storm al kwijt zijn!
Toch was Wodan misschien wel knapper, want hij onthield alles zelf. Maar sinterklaas kreeg een groot rood boek om alles in op te schrijven!" Ik voel me niet zo op mijn gemak. Waarom zit Sint-Nicolaas zo met zichzelf te spotten? Maar dan begin ik het te begrijpen. Sint-Nicolaas lacht niet om zichzelf: hij lacht om wat de mensen eeuwen geleden van hem gemaakt hebben. Hij is er nog steeds net zo verbaasd over als ik. Sint-Nicolaas zit nog een tijdje naast mijn werktafel na te gniffelen. Dan zegt hij opeens, met een knipoog: " Ik moet je eerlijk zeggen, jongen, ik zou eigenlijk best ook eens voor Sinterklaas willen spelen."


Sint-Nicolaas

Ieder op zijn eigen wijze

Het sinterklaasfeest wordt al eeuwenlang bij ons gevierd. Da weten we uit allerlei boeken. In Dordrecht is een rekening gevonden uit 1360. Daar staat in, dat de scholieren "op St. Heer Nyclaesdagh" wat geld kregen en een vrije dag. Twee dingen tegelijk dus. En eigenlijk bleef het dar heel lang bij. Wel werden er op 6 december overal in het land "Sint Niclaesmarckten" gehouden. Met kraampjes vol lekkernijen. De intocht van Sinterklaas wordt pas sinds de vorige eeuw een beetje georganiseerd. Alles nog in het klein, hoor. Want in onze tijd, met de televisie-intocht, met al die reclame en koopavonden is het allemaal wel wat te gek aan het worden. Ja toch?
Op enkele plaatsen in Nederland wordt het sinterklaasfeest heel anders gevierd dan de meeste van jullie gewend zijn. Daar zou je eigenlijk een heel boek over kunnen schrijven. Op de Wadden eilanden gaat het er heel spannend aan toe. Op Ameland bijvoorbeeld, mogen op 5 dec. ‘s avonds alleen de mannen verkleed, compleet met masker , de straat op. En wee, als ze een vrouw of een jongen aantreffen; die krijgt er van langs! De vrouwen en kinderen blijven angstvallig in huis, maar zetten wel de deur open. Als de verklede mannen dan binnen komen, proberen de vrouwen en kinderen met allerlei plagerijen te weten te komen wie er nu wel achter dat masker zit.

 Daar heeft iedereen veel plezier mee, want je kunt elkaar weer eens lekker voor de gek houden. In Grou, in Friesland, komt de broer van Sinterklaas, "Sint Pieter"! Ann pas op 22 februari. Dat komt, omdat Sinterklaas op een keer merkte dat hij al zijn surprises voor Grouw in Spanje had laten liggen! Wat moest hij doen? Hij stuurde toen zijn broer, Sint-Pieter, naar het paleis in Spanje om de spullen op te halen. Maar ja, Pieter moest lopen, want Sinterklaas had de schimmel nodig. En zo kwam Sint-Pieter pas op 22 februari bij de kinderen van Grouw. En dat is nu nog steeds zo.

Het sinterklaasfeest

Het wordt tijd om eens te gaan kijken naar wat we tegenwoordig op 5 dec. doen. Hoe vieren de meesten van ons het sinterklaasfeest? Het begint met de intocht. Er komt een als bisschop verklede man op een stoomboot, zogenaamd uit Spanje. Hij heeft allemaal kereltjes met zwart gemaakte gezichten bij zich, die de meisjes op stang jagen; als het tenminste goeie Zwarte Pieten zijn. Ze hebben de roe en de zak van Sinterklaas rij zich, waar du kinderen zo bang voor zijn. Ze strooien pepernoten, en soms delen ze appels, of zelfs sinasappels uit. ‘s Avonds zetten we onze klomp of schoen bij de schoorsteen, en zingen er een paar liedjes bij, zoals; "Zie de maan schijnt door de bomen."

In de klomp zit voer voor het paard, en soms een verlanglijstje. DE volgende morgen vind je misschien suikerbeestjes in je schoen. Of, als je geluk hebt, een "vrijer" van speculaas. Op de avond van 5 dec. komen Sint en Piet van het dak af, en gaan bij veel mensen op bezoek. Ze delen dan de surprises uit, met vaak prachtige gedichten erbij. Zwarte Piet zit alweer achter de gillende meiden aan, en geeft ze een tik met de roe. Als het feest voorbij is, gaat de hele kleedpartij verder naar de volgende familie. En daarmee is Sinterklaas opeens spoorloos verdwenen. Een heel jaar lang. Je ziet, dat er bij de viering van het sinterklaasfeest allerlei vreemde gewoontes zijn ingeburgerd. Enkele daarvan kun je begrijpen, want die kwamen we al eerder tegen bij de legendes. Toch zijn er nog meer van die eigenaardigheden, die typisch bij het sinterklaasfeest horen. Laten we nog eens een paar bekijken.

De maan

De Germanen zagen hun God Wodan iedere nacht langs de hemel reizen, als een grote witte bol. Als de maan dus. En ze zagen hoe de maan iedere maand weer groter en kleiner werd. Ze vergeleken dat met hun bomen planten. De planten werden in het voorjaar gezaaid, groeiden in de zomer, en gingen dood in de herfst. En het jaar zelf begon ook donker, werd dan licht in de zomer, en dan werd donker en koud in de winter. In de donkere dagen van december gaf de maan hen weer hoop. Het zal weer lichter worden, alles zal weer gaan groeien. Vroeger strooide de God Oel zaadjes. Hij maakte alles weer vruchtbaar! Nu strooit Zwarte Piet in december zijn pepernoten.

De klomp bij de schoorsteen

Je ziet dat een klomp de vorm heeft van een halve maan. Onze stenen huizen hebben een schoorsteen voor de rook. De hutten van de Germanen hadden, zoals we gelezen hebben, alleen een gat in het dak: het rookgat of oelegat. Een duidelijke naam: de god Oel keek er immers door naar binnen. Soms dekten de mensen dat toe met een plank; die noemde ze een "oelebord’’. In het noorden van ons land hebben nog veel boerderijen zo’n oelebord in de punt van de gevel.

Suikerbeesten

Vroeger werden echte beesten aan Wodan geofferd. Nu doen we het wat voorzichtiger, en ....eten de (suiker) beesten zelf op!

Taaipoppen en vrijers van speculaas

Sint-Nicolaas is de patroon van meisjes die willen trouwen. Dat weet je uit de legende van de bruidsschat. Hij is de patroon van de verliefde mensen. En dan zijn we allemaal opz’n tijd. Nou, zeg maar eens, wat geef je graag aan iemand op wie je verliefd bent? Ik ben benieuwd wat je allemaal opnoemt. Er is ook vast wel iets heel echt van jezelf bij, een stukje van jezelf. Dat laatste zou wel een beetje pijnlijk zijn. Dus, waarom geef je niet een afbeelding van jezelf: jezelf als pop. Een pop van speculaas. Dan kan die ander je heerlijk op smikkelen. Je kent toch wel de uitdrukking: "Ik zou je wel willen opvreten!" Je geeft dus een koek, en je bedoeld daarmee: " Ga je gang, neem maar een hap van me.’’

Daarom heten de poppen natuurlijk "vrijers". Je kunt ze zelf nog mooier maken door ze te vergulden", zoals je op de foto ziet.Achterin dit boekje vind je een recept en een beschrijving, hoe je moet vergulden. Om de vrijer te versieren..... Je weet misschien wel dat die poppen gemaakt worden met speculaasplanken. Dat zijn planken met een uitgeholde vorm van een pop er in. Weet je hoe zo’n plank ook wel heet? Een "houten klaas." Er bestaan ook poppen in de vorm van Sinterklaas zelf. Die poppen noemden ze vroeger "sinten," of "santen". De kraam waarin die verkocht werden, heette dan de " santenkraam." Is het niet vreemd dat we zoveel uitdrukkingen in onze taal {ennen die iets met Sinterklaas te maken hebben, zonder dat we dat eigenlijk nog weten?

De zak van Sinterklaas

Ach, wat zij veel kinderen daar toch bang van. Ik ben het zelf trouwens ook geweest. Er wordt ook wel een beetje mee gedreigd. Zo van: " Als je niet gauw doet wat ik zeg, ga je in de zak mee naar Spanje." En dan doet Jantje maar gauw wat moeder hem vraagt, want anders... Onzin natuurlijk, en kinderen merken dat heus wel. Ouders moesten maar liever proberen hun kinderen die mooie legendes over Sint-Nicolaas te vertellen. Dan bleven die kinderen tenminste hun hele leven in Sint-Nicolaas geloven. Dacht jij van niet? Waar dient die zak dan voor? We komen alweer terug bij die Germanen. Zij geloofden dat de maan, wanneer het ‘s morgens weer licht werd , in een zak werd gestopt. Daar werd hij dan de volgende nacht weer uit losgelaten, zodat hij zijn reis langs de hemel opnieuw kon beginnen. Daarom draagt Zwarte Piet die zak: Sinterklaas met z’n grote witte baard is de volle maan, en Zwarte Piet met z’n zwart gezicht is de maan die weg is, in de zak. Zo is er dus nog een verklaring voor Zwarte Piet.

De roe

Andere mensen noemen dit de "gard" Ook hiermee worden jonge kinderen zo vaak bedreigd. "Pas op, anders krijg je van Zwarte Piet met de gard." De gard of roe is dus een dun takkenbosje. Heel vroeger gaven volwassenen aan jongen mensen een tikje met een takkenbos tijdens bepaalde feesten:vanaf dat moment waren de jonge mensen ook volwassen, en mochten ze trouwen. Men dacht toen dat een tik met een bosje groene takken je vruchtbaar maakte. Daarom deelt een goeie Zwarte Piet links en rechts tikken met de roe uit! Ga er maar dicht bij staan!

Afgekeurd

Zo omstreeks 1600 kwamen in veel steden in de Nederlanden de protestanten aan de macht. Zij moesten niets hebben van allerlei katholieke en andere gebruiken. En ze vonden het sinterklaasfeest het ergst van alles! " Wat moeten we met die roomse bisschop!" riepen ze kribbig. " En met die vrijers! Weg met al die popperijen."Daarmee bedoelden ze natuurlijk de suikerbeesten en de koeken waarop sinterklaas en de andere figuren stonden afgebeeld.

Want ze waren de bijbel weer heel zorgvuldig gaan lezen. En daar lazen ze dat God tegen
Mozes had gezegd:" Jullie mogen geen gesneden beelden en afbeeldingen meer maken.
Anders gaan de mensen daarvoor bidden. Dan maken ze er afgoden van. En vergeten ze mij.
Eerlijk gezegd vonden de protestanten het sinterklaasfeest één grote afgoderij.
Bedenk zelf maar eens hoeveel poppen, en afbeeldingen van Sint-Nicolaas je rond
5 december tegenkomt in de winkel. De hele santenkraam moest dus verdwijnen.
De markten het eerst! Er werden wetten gemaakt tegen het sinterklaasfeest gemaakt.
Die wetten heetten keuren, waarin van alles werd goed-gekeurd en af-gekeurd.
Welnu, het sinterklaasfeest werd in ieder geval keihard áfgekeurd.
Hieronder volgt een gedeelte van de oorspronkelijke tekst van de keur uit 1607.

ST. NICLAES AVONT VERBODEN OPTE MARCT MET WAREN VOOR TE STAEN.

Alsoo mijn Heeren de Magistraten deser Stadt Delft, bemercken datt opten vyftden Decemb, twelck genoempt wordt Nicolaesavont, hett marctvelt mett veel craemen wordt besedt, in welcke craemen vercoft worden verscheyden goeden, die men den cleynen kinderen diets maecktdatt den selftden Nicolaes henluyden geeft, twelck een saecke is, nyet alleen strydende tegens alle goede ordre ende politye, maer oock de luyden affleydende van de ware Godesdyenste ende streckende tot waengelooff ende affgoderye. Soo ist datt mijn Heeren Schoudt ende Schepenen mett adys van mijn Heeren de Burgemeesteren keuren datt voortaen nyema nt wije dye sij Inwoonder ofte wtheemstge sall vermoghen met eenighe craemen ende waeren opten selven Nicolaes avondt ofte voor ofte nae opentlick opt marctvelt oft elders voor te staen. Verbyeden ende interdiceren voorts, van nu voortaen gheen broot, couck, suycker ofte andere eetwaeren te vercopen, ofte te coope te stellen, hebbende tfacoen van eenige beelden, ofte daer eenich beelt ofte beelden an ofte op gebacken ofte gesteld sijn, op verbeurte van dijen. Aldus gepubliseert mette grote clocke vant stadt huijs opten 25e novemb. 1607. Dit is de vertaling van de oud nederlandse tekst in modern Nederlands:

VERBODEN OP SINT-NICOLAASAVOND MET KOOPWAAR OP DE MARKT TE STAAN.

De autoriteiten van de stad Delft hebben gemerkt dat op 5 december, de zogenaamde sinterklaasavond, de markt bezet is met veel kramen. Daar worden verschillende goederen verkocht waarvan men de kleine kinderen wijs maakt dat Nicolaas die aan hen geeft.

Dat is een zaak die niet alleen in strijd is met de goede orde en het gezag, maar het leidt
de mensen ook af van de ware godsdienst. Zo krijgen we hier ongeloof en afgoderij.
Daarom hebben Schout en Schepenen, samen met de Burgemeester besloten dat
voortaan niemand, inwoner van Delft of niet, op Nicolaas-avond met markt-kramen, goederen of
artikelen op de markt mag gaan staan, of waar dan ook.
Bovendien wordt verboden om voortaan brood, koek, suiker staat afgebeeld.
 
Koeken met afbeeldingen worden meteen in beslag genomen! 
Bekendgemaakt bij het luiden van de grote klok van het stadhuis, 25 november 1607.

Het werd dus "aan de grote klok gehangen," zou je kunnen zeggen. Het is in ieder geval duidelijk taal. Niet te geloven, hè? Verboden zoals deze kwamen jarenlang ieder jaar opnieuw terug, meestal| een beetje strenger dan het jaar ervoor. In 1618 werd in Tiel zelfs het schoorsteen zetten verboden! Maar men stoorde zich niet erf aan die keuren. De markten werden steeds kleiner, maar de mensen gingen het feest gewoon thuis vieren. Het werd een echt huiselijk feest. En dat is het nog steeds. Op 5 december zie je bijna niemand op straat. Alleen haastige Sinterklazen!

En wijzelf!

De dagen daarvoor is het wel anders! De mensen doen dan of hun geld niet op kan. Niemand gelooft zogenaamd in Sinterklaas, maar iedereen rent van winkel naar winkel. Kopen, kopen, kopen.! Tot we allemaal doodmoe zijn. En blut. Wat een onzin eigenlijk. En we doen dat allemaal uit naam van Sint-Nicolaas..... Ook wij hebben Sint-Nicolaas veranderd: in een koopjesjager, een roltraploper, een consument. Met verlanglijstjes, met koopavonden, met schreeuwerige advertenties. We laten ons beetnemen door reclame. Ons verlanglijstje en ons boodschappenlijstje groeien ieder jaar. Het gaar bijna vanzelf. Hoe komt dat toch? Is het sinterklaasfeest pas echt goed wanneer je meer hebt gekregen dan iemand anders? Hoe meer, hoe gelukkiger.

Laten we nog eens teruggaan naar het begin. Naar het verhaal van de bruidsschat. Daar gaf de jonge Nicolaas geschenken aan drie meisjes. Zomaar, om ze te helpen. Omdat hij dat fijn vond. Hij wilde er niets voor terug hebben. Hij wilde niet eens dat iemand wist wie de milde gever was. Het moest een surprise blijven, een verrassing voor hen. Ze wisten niet eens dat er iemand was die om hen gaf....
Als we zo 5 december kunnen vieren, bestaat Sint-Nicolaas weer. In ons hart.

Dag Sinterklaasje....

Het is een lang verhaal geworden. Er is ook zoveel met Sint-Nicolaas gebeurd in die 1700 jaar! Ik hoop dat je het leuk vond om over hem te lezen. Ik hoop ook dat je nu weer een beetje in de echte Sint-Nicolaas gelooft. Hij zou ‘t heel fijn vinden, dat is een ding dat zeker is. Nog een keer kijk ik de echte Sint-Nicolaas aan. Hij zit nog steeds naast me. Hij heeft ons verhaal gevolgd. En af en toe met z’n hoofd geschud. Om wat ik schreef, of om wat de mensen van hem hebben gemaakt? Ik weet het niet. Je moet het hem zelf meer eens vragen.....

door Jan Rijsterborgh
Versluys informateek. Onder redactie van Cornelis Beekman Jr.