Nirmala uit Sri Lanka boert mee in Sondel

Ceylonese wil kaas leren maken

Drie maal drie maanden stage op boerderijen

SONDEL. Miriam Nirmala Paiva, 22 jaar en afkomstig uit het hartje van de Ceylonese hoofdstad Colombo, woont sinds half april in Sondel. Zij blijft daar drie maanden als hulp en als huisgenote bij Hielke en Sjoke van der Goot en hun drie zoons Petrus (4), Tjebbe (3) en Mark (negen maanden).

Ze wordt altijd bij haar tweede naam genoemd, Nirmala. In het Singalees (de belangrijkste taal van het eiland Sri Lanka, zoals Ceylon tegenwoordig heet) schrijft zij dat op: een woord vol krullige, voor ons onbegrijpelijke letters. Het wonderlijke is, dat haar ouders thuis dat venmin kunnen lezen als haar gastvrouw en gastheer in Sondel. Haar ouders behoren namelijk tot een groep Ceylonezen die een minderheidstaal spreekt en schrijft. Nirmala leerde Singalees op school en niet de taal van haar ouders. De correspondentie tussen ouders en dochter gaat in hun beider tweede taal, het Engels.

Toen Nirmala hier net was werden de landerijen rond het veehoudersbedrijf van Hielke en Sjoke geteisterd door sneeuw en hagel. Nirmala heeft er met grote ogen naar gekeken. Zij zag dat voor het eerst van haar leven. Toen zij op 29 maart Sri Lanka verliet was het daar erg heet.


Nirmala voert de schapen, Tsjebbe kijkt toe
KANALEN

Ceylon is een eiland ten oosten van India. Een zeestraat van zo’n 25 km breed scheidt beide landen. Voor het zelfstandig werd was Ceylon een Engelse kolonie. ,,Er zijn", zo verteld Nirmala, ,, nog steeds door Nederlanders gegraven kanalen in gebruik". Na een universitaire studie volgde Nirmala een opleiding aan een landbouwpraktijk centrum. Zij specialiseerde zich in melkproductie. Omdat zij graag wilde zien hoe het op een boerderij elders in de wereld toegaat melde zij zich voor een studiewerk reis. ,,Wij kennen op Ceylon geen seizoenen", legt zij uit, ,, er is altijd bijna gras – en zij noemt vele soorten – en hooien is dus ook niet noodzakelijk".

Met nog drie meisjes en twee jongens van Sri Lanka werd zij uitgezonden. Zij leeft van een studiebeurs, daartoe in staat gesteld door een ontwikkelingssamenwerkingsprogramma tussen Nederland en Sri Lanka dat vanuit de Volkshogeschool in Bergen (N.H.) wordt geregeld.
Maandelijks stort Hielke van der Goot een bedrag op rekening van de Volkshogeschool als gift in ruil voor het werk dat Nirmala op de boerderij doet.
De zes jonge Ceuylonezen reisden via Londen. ,,Da wilde ik zien", zegt Nirmala. Ze kwam met de boot naar Hoek van Holland en toen volgden en aantal stoomcursussen. Allereerst was dat op de Volkshogeschool in Bergen, waar een discussie- en oriëntatieweekeinde werd kennis gemaakt met veel Nederlandse jongeren.

Toen volgde een stageweek op de praktijkschool in Barnelveld. ,,Daar hebben we in één week heel wat over varkens en kippen geleerd, zegt Nirmala. Inmiddels waren er nog twee jonge mensen bij de groep gekomen. Nog een jongeman uit Sri Lanka en een jongeman uit Soedan.

JOURE

Met z’n achten toog men het weekeinde rond de 18de april naar Joure, waar het comité Koppelgemeenten klaar stond. Zoals bekend heeft de gemeente Haskerland een koppelband met het Ceylonese dorp Thunnana. De acht jonge mensen werden bij particulieren onder gebracht. Er werd over en weer erg veel verteld. ,,Dat was veel plezier bij de mensen thuis", zegt Nirmala.

Het laatste restje heimwee naar het warme Sri Lanka verdween tijdens de daarop volgende dagen op de praktijkschool in Oenkerk. Nirmala probeerde daar vertrouwd te raken met een tractor. Ook hield zij zich bezig met melkmachines. Die leverden haar niet zulke grote verrassingen op, want op de boerderij van haar opleidingschool in Sri Lanka was ook zo’n machine. ,,Een geschenk van Holland". De vier dagen Oenkerk brachten haar ook nog spoedonderricht in hoefverzorging en het toiletteren van koeien. Een zwaar programma, zegt ze er zelf van, maar wel erg goed.

KAAS MAKEN

Na Oenkerk is de groep van acht uit elkaar gevallen. De acht zullen elkaar weliswaar geregeld zien, maar ze zijn allemaal op een anderen plaats in Nederland terechtgekomen. Een jongenman bijvoorbeeld in Koudum. Een ander in Blokzijl. Nirmala op de boerderij van de Van der Goots in Sondel. Zij blijft daar, zoals gezegd, drie maanden. Daarna volgt nog twee stageperiodes van elk drie maanden op boerderijen elders in Nederland. Als het aan Nirmala ligt worden dat boerderijen met kaasmakerij aan huis. Want dat wil ze heel erg graag leren. Ze wil volgend jaar in Sri Lanka een kaasmakerij beginnen. ,,Geen kwantiteit, maar kwaliteit". Ze heeft een aanvraag voor een kaasmakerijstage ingediend.

Intussen helpt ze Van der Goot in huis en in de stal. Ze melk de 60 koeien mee, ze voert de pinken en de schapen, ze bemoeit zich, met handen en voeten pratend, met de kinderen. Ze heeft de Flevohof al gezien en als ze tijd heeft gaat ze nog heel wat meer van Nederland bekijken.

Mevrouw Van der Goot heeft weinig moeite in haar contacten met Nirmala. Voor haar huwelijk werkte zij geruime tijd in de Ver. Staten, in Denekmarken en in Frankrijk. Zij weet van wanten. ,,Mijn ouders hadden ook wel vaak volontairs via Bergen", verteld ze. ,,vorig jaar was ik in verwachting. We wilden toen wel graag een jongen die kon tractor rijden. We kregen een Ceylonees. Een beste jongen, maar het tractor rijden was niet zo best. Hij was bovendien erg licht van bouw. Niet zo geschikt voor het zwaardere werk ". Intussen kwam er al vaak een Ceylonees meisje binnen wippen. Die zat toen in Koudum. Na haar stage in Koudum kwam zij naar Sondel. Dat beviel zo goed, dat de Van der Goots direct weer inschreven voor een meisje. En zo is Nirmala bij hen gekomen.

Bron: Leeuwarder Courant 15 mei 1976