Tacozijl en het Joodse kerkhof

De inlaatsluis van Tacozijl
Tacozijl,

Via de Sondelerdyk (die in 1725 werd voltooid en tevens als slaperdijk diende en in 1846 is de vaart en weg verbreed en verbeterd ) richting Lemmer komt men bij Tacozijl en hier ligt ook het Joodse kerkhof. Tacozijl was voorheen een doorgang voor de scheepvaart en een stroomsluis in de Zuiderzeedijk.
De naam Takozijl wordt al in 1398 genoemd als belangrijke vaarroute, maar het schijnt dat Tacozijl veel ouder is. De naam Tacozijl wordt afgeleid naar een persoon Taka (Teake) die bij de sluis woonde. Zijl is een ander woord voor (keer) sluis. 
In vroeger tijden moet het hier een echte nederzetting zijn geweest. Er stond ook een herberg maar deze is afgebroken. 
Er lagen ook woonboten bij de sluis. De kinderen van deze bewoners gingen in Sondel op school. Een oude molen en later een windmotor moest de Jan Obbespolder (Jan Obbes de Jong, landbouwer) droog malen. In de polder achter het Joodse kerkhof stond vanaf de 30er jaren een windmotor. In de Uitheijing is in 1853 een nieuwe achtkanten wind-watermolen op een stenen voet gebouwd. Deze molen is in 1928 afgebroken. 

De ophaalbrug met rechts het sluiswachterhuisje
Aan het eind van de tweede wereldoorlog hebben de Duitsers de ophaalbrug bij de sluis opgeblazen. Deze ophaalbrug stond via de weg met een bocht landinwaarts en de nieuwe te bouwen brug is later met de bestaande weg rechtgetrokken. Er werd tijdelijk een noodbrug werd geplaatst. 
In 1952 is een begin gemaakt met de nieuwbouw van een inlaatsluis die plaats moest maken voor de bestaande bouwvallige sluis. 
Het sluiswachterhuisje staat er nog steeds. (rechts op de foto)

Sinds 6 juni 1944 behoord Tacozijl toe aan Lemsterland. Voordien grensde Gaasterland tot aan het Ir. D.F. Wouda gemaal. Dit liep dan via de Langesloot naar de Ee terug naar Durk en Heidi  vd Werf. Totaal is een 547 hectare overgegaan naar Lemsterland. Na deze grenswijziging had de gemeente Gaasterland 70 personen minder. 37 mannen en 33 vrouwen.
Hedendaags dient de inlaatsluis van Tacozijl alleen om het boezenwater in Friesland op peil te houden.
 
   
         
Joodse kerkhof

Vlakbij de sluis van Tacozijl ligt onder aan de voet van de zeedijk het rustieke Joodse kerkhof gesticht in 1802.
De vroegere hoge mantel van iepen rondom het kerkhof werd in november 1976 gekapt vanwege iepziekte.
Maar een nieuwe mantel is weer in de groei, rondom de 0.2 hectare grond.


De ingang van het Joods kerkhof
  In 1802 wordt de Joods gemeenschap voor het eerst genoemd in de koopbrief van het stuk land voor een begraafplaats. Vanwege de goedkope grond werd gekozen voor deze verafgelegen hoek.
Een begrafenisstoet deed er een uur over om er te komen van uit Lemmer waar de Synagoge stond van de Joods gemeente. Het aangekochte perceel lag zo laag dan men voortdurend geconfronteerd werd met wateroverlast.
Daar kwam in 1876 verbetering in, doordat de toenmalige burgemeester van Gaasterland, dhr. J.H.F.K.  Van Swinderen, de joodse gemeente een stuk grond schonk dat wat hoger lag en aan de begraafplaats grensde.

De begraafplaats bestaat dus uit twee delen: een laag gelegen deel en een hoog gelegen deel. Beiden vormen nu een geheel. Op het laagste deel staan 21 grafzerken voorzien van grafschriften in het Hebreeuws met soms Nederlandse tekst toegevoegd.
Op het hogere gedeelte bevinden zich 8 grafstenen die geen of hoegenaamd geen Hebreeuwse tekst(en) dragen. Simon Jacobs (geboren 26-10-1850, koopman van beroep) en overleden 30-19-1938 was de laatste die op deze begraafplaats ter aarde is besteld.

Een gedenkplaat (geplaatst in april 1990) herinnert aan de periode 1940-1945, waarin ook drie joodse bewoners Jantje Jacobs, Sara Blok en Jozef Blok op transport werden gesteld en in Auschwitz werden omgebracht. De gedenkplaat heeft Sarah en  Joseph Blok en Jantje Jacobs symbolisch herenigd met hun ouders. Die liggen alle vier bij Tacozijl begraven.

Grafstenen op het Joods kerkhof
       
Na de Tweede Wereldoorlog keek eigenlijk niemand naar de afgelegen begraafplaats om. De onderhoudstoestand van de dodenakker ging daarom snel achteruit. De stichting Joodse begraafplaats Tacozijl die in 1986 werd opgericht beheerd de begraafplaats in opdracht van het Nederlandse IsraŽlische Kerkgenootschap in Amsterdam. 
         
De geheel in april 1990 gerestaureerde dodenakker werd in april 1990 overgedragen aan het Nederlandse IsraŽlitische Kerkgenootschap.
De in Son wonende Amsterdammer Salomon Wasserman, consulent van het NIK, opende de begraafplaats en sprak te midden  van leden en donateurs van de stichting en leden van de voormalige Joodse gemeenschap in Lemmer,  bij de steen het gebed voor de doden uit.

Op het monument is de kaart van de wereld uitgehouwen met, in bergkristal, de verbinding tussen Lemmer en Auschwitz. ,, Juster barde it by ķs, moarn is it  wer earne oars. Oantinken liedt  ta ferlossing, ferjitten ta ballingskip", aldus de tekst op de steen.

 
It Fryske Gea beheerd de begraafplaats. Hiermee eindigend wordt het aandenken van de Lemster Joden behouden.


Joodse begraafplaats in nov. 1976.
Bomen gekapt wegens iepziekte
         
In de serie van Waringa  ,,Tusschen Flie en Lauwers" wordt medegedeeld, dat het Kerkarchief in de laatste mobilisatietijd, wegens de hoge papierprijzen, helaas als scheurpapier werd verkocht.
De toen geldende papierprijzen waren er dus kennelijk de oorzaak van dat het kerkarchief als oud papier is verkocht. Dit is bijzonder jammer, temeer daar juist kerkelijke archieven dikwijls een geweldig stuk historie bevatten.
In de periode 1876 bereikte de gemeenschap in Lemmer met 138 leden haar hoogtepunt. Daarna liep het aantal joden terug, zoals in heel Friesland. De crisisjaren betekenden het einde voor de joodse gemeenschap, met als gevolg dat de Lemster synagoge in 1923 haar deuren sloot en de diensten voortaan in Sneek werden gehouden.

De Joodse gemeenschap heeft in Lemmer weinig sporen achtergelaten. De voormalige synagoge aan de Beneden-Schans wordt sinds jaar en dag bewoond en in Echtenerbrug herinnert alleen de Zuster Jacobsstraat aan de Joodse Jantsje Jacobs.
In 1940 nam de afdeling Osterzee-Echten van het Groene Kruis na 22 jaar afscheid van deze ongehuwde wijkzuster. Zij werd door de Duitsers weggevoerd en stierf op 19 november 1942 in Auschwitz.