Woonarken in het Swaaigat


Na de oorlog van 1940-45 kwam er een woningnood met de top in 1962. In die oorlog zijn er veel huizen kapot geschoten  en de bouw van woningen kwam geheel stil te liggen. Ook was het in die tijd de normaalste zaak om bij iemand 'in te wonen' waardoor meerdere gezinnen één huis deelden. De wederopbouw kwam gestaagd opgang, maar er waren er ook bij die in een woonboot gingen wonen.
Zo heeft in het Swaaigat van Sondel ook een tweetal woonarken gelegen.
 

Wiebe van der Goot  heeft vanuit Balk via de Sondelervaart de eerste woonark hier in 1952 aangemeerd.
Dochter Johanneske van Wiebe en Lena is 1953 aan boord geboren.
Vanwege dat er minder werk was in de branche van Wiebe en dat hij meer en hogerop wilde zijn ze in 1956 verhuisd naar Giezenburg.
De woonark is verkocht aldus Lena. De koper heeft de de boot pas na een paar weken betaalde en opgehaald.
Haar vader Hendrik Klootwijk heeft dit allemaal afgehandeld.


1952 - 1957
Wiebe van der Goot, geboren 30 april 1926 te Harichop de 'Bells', overleden 23 juli 2014 te Leiden. 88 jaar.
Beroep, centrifugist in een melkinrichting in Wassenaar. Zoon van Hendrik van der Goot en Geeske Tuinier.
Getrouwd op 8 mei 1952 te Balk met:
Lena Klootwijk, geboren 1 jan. 1923 te Nijemirdum.
Dochter van Hendrik Klootwijk en Johanneske Muizelaar.


1956. De woonark van Wiebe en Lena vd Goot-Klootwijk in het Swaaigat.


 


1961 - Aanvraag bij de Gemeente voor een ligplaats in het Swaaigat

 

1961 - 1961
Zomer 1961 heeft skutsjeskipper Anne Feenstra, woonachtig in Sondel, samen met Petrus van der Werf een woonark uit Leeuwarden gehaald. Ook deze ark is via de Sondelervaart in het Swaaigat aangemeerd.
Het jonge stel Petrus en Ida  van der Werf-Postma die op 9 nov. 1961 trouwden hebben weinig plezier aan de woonark beleefd.
Binnen een week is de ark in vlammen opgegaan door een te hete kachel.

 
   

 

 

 

 


 Bron: Leeuwarder Courant
         15 nov. 1961


Het pasgetrouwd stel is bij zijn broer Gooitzen en Rika van der Werf ingetrokken op de bovenste verdieping van de in 1954 gebouwde woning aan de Jac. Boomsmastraat 39.
De ouders van Petrus en Gootzen, Durk en Jantje vd Werf-Rekers veehouder en woonachtig aan de Jac. Boomsmstraat 41 zijn in januari 1962 naar Balk verhuisd.
Gooitzen en Rika van der Werf zijn van Jac. Boomsmastraat 39 naar 41 verhuisd.
Petrus en Ida van der Werf  hadden nu de woning aan de Jac. Boomsmastraat 39 geheel voor hun zelf.
Laatst genoemden zijn 1964 naar Tacozijl verhuisd, naar de boerderij waar Feike en Anna van der Goot veehouder waren, heden daags de Skiepebourkerij van Durk en Heidi van de Werf.

De afgebrande woonark is verkocht aan de Gebr. Frankena uit Lemmer. Jan Haagsma en Rypkema uit Sloten hebben de ark met hun duwbootje opgehaald.
De woonark is geheel kaal gemaakt en weer helemaal opgelapt tot woonark en later weer tot ?skutsje.

 


 

Zoals aan het begin van het verhaal, werd gemeld dat er huizenkrapte was. Dit moet Andries Roskam ook gedacht hebben. Petrus van der Werf zou er een aantal maanden in wonen en dus heeft Andries bij hem gevraagd of hij nadien de woonboot over kon nemen.
De beide heren hebben een akkoord gesloten, gezien de aanvraag van Andries bij de gemeente die bij hem in Maart 1962 pas op de mat lag.


 

Maar zoals u heb kunnen lezen is het niet zover gekomen......... de woonark brandde voortijdig af.

Andries Roskam die werkt als schilder bij Rinke en Feikje Bangma-van Netten bleef thuis wonen.
Schilder Rinke Bangma woonde aan de Beuckenwijkstraat 5. In 1964 werd een stuk grond van Fam. Klootwijk vlak bij de kerk gekocht en er werd een woning (Delbuursterwei 1) opgebouwd.
Rinke en Feikje zijn naar de nieuwe woning aan de Delbuursterwei 1 verhuisd.  Andries Roskam is zijn Alie Brouwer in 1964 getrouwd en aan de Beuckenswijkstraat 5 gaan wonen en zette de schilderwerkzaamheden van Rinke Bangma voort.

 



1950. Skūtsje van Anne Feenstra met de 'Cornelia'.
 

Eerder lagen er al skūtsjes in het Swaaigat, dat eind 1800 moet zijn gegraven.  Deze skūtsjes waren van Rein de Vries en Wieger Feenstra en later zijn zoon Anne. Swaaigat werd de  naam omdat de skūtsjes er konden keren en men er een op en overslagplaats had.

De in Sondel geboren turfschipper en handelaar Rein de Vries, geboren in 1892  lag met zijn skūtsje
'Hoop doet leven' in het Swaaigat van Sondel. Rein heeft heel Nederland bevaren behalve Zeeland.  Ook vervoerde hij hooi, hout uit Gaasterlandse bossen voor de bakkers, walbeschoeiingen en kaphout als brandstof. Tot 1957 is er gevaren op het schip.
Wieger en later Anne Feenstra vervoerden in die tijd zwarte brandstof, kleimodder, grind en zand. Ook hij had een turfhandel.
Andries de Weerd voer ook op Sondel met zijn skūtsje met turf uit Drente.
De aan lager wal geraakte Reade Jackle lag er in die tijd ook met zijn bootje.

De boerderij op de hoek van indertijd Hendrik en Kee de Boer-v Midlum is begin 1900 door de Mij. Gaasterland in de verkoop gedaan. Weinig grasland is bij de boerderij gebleven. Het perceeltje achter de boerderij waar nu ons dorpshuis op staat is toen in handen gekomen van Wieger Feenstra. Hij was hier de hoogste bieder.
Fam. de Boer heeft dit perceel van hem gehuurd en later gekocht.
Wieger heeft hier op geboden omdat hij indertijd 'spul' had met Caféhouder Steensma. Douwe Steensma meende dat de opslag bij het Swaaigat ook bij het Café hoorde en spande voor het Swaaigat over de Sondelervaart een ketting zodat Feenstra niet in het Swaaigat kon komen met zijn skūtsje.
Feenstra moest dus zijn goederen over de weg kruien en op het aangekochte perceel stallen.
Wellicht hebben de heren na een tijd hun 'twist' weer bijgelegd, maar dat verluit de overlevering niet.

 


Niets meer herinnert vandaag de dag nog aan het het vroegere Swaaigat, alleen een waterpartij aan het eind van de Sondelervaart en straatnaam aldaar doet nog van zich spreken.

 

  mmv: Feike Samplonius
Riedo.nl , 5 febr. 2015