Ynskare in de Warren, e.a.
In vroeger tijden, voor 1965, hadden de boeren uit Sondel, Nijemirdum en Wijckel veel ‘bútlân’. Via de Sondelerdyk alwaar om de 300 meter vijf bomen aan de kant van de weg stonden, richting Tacozijl kwam je bij de Warren en verder bij de 1e-2e-3e Steke en de Aap. Via de Sondelerleane kwam men via de rolbatten in de Nieuwe Grasfenne, (Fintsjes of Foene).
In de zomers van eertijds was het een drukte van jewelste op de Sondelerdyk richting Tacozijl van paarden met wagens naar deze ‘bútlânnen’. En aan het eind van de dag kwamen ze dan terug met de paarden en volgeladen hooiwagens.
Na een paar weken als het gras lang genoeg was, werden de melkkoeien en eventueel de pinken er heen gedreven en in de herfst weer terug naar de stal. De melkrijders moesten de melkbussen dan op andere plekken ophalen dan bij de boerderij.
Voor 1800,
De Sondelerdyk is als slaperdijk gebouwd in 1725. Zo is de brede vaart naast de slaperdijk ontstaan van Sondel naar Tacozijl toe. De koeien graasden vervolgens op de slaperdijk. Bij Sondel is net voor 1900 het Swaaigat gemaakt. De naam zegt het al, om de skutsjes van 25 ton die o.a. turf vervoerden naar Sondel, hier te laten draaien.
Voor 1750 waren deze landerijen achter o.a. de Leijen meer voor gemeenschappelijk gebruik. Deze lage weilanden waar geen boerderijen stonden, dienden ervoor om hooi te winnen voor gezamenlijk gebruik. Een hogerstaand persoon/schar-rechter regelde dan de hoeveelheden hooi voor elke boer. Boeren betaalden hiervoor. Volgens het reglement moest het hooi binnen 4 weken van het land zijn.
Na de hooiwinning als het nieuwgras lang genoeg was werd het vee ingeschaard. Iedere koe kreeg anderhalf pondemaat toebedeeld. Hiervoor werd dan 6 stuivers worden betaald.
Stukken weiland kon ook worden gehuurd per jaar en dat werd dan gemarkeerd, het mocht niet worden (onder)verhuurd. Als een beest aldaar doodgaan dan moet dit dier binnen 48 uur terplekke worden begraven. Naderhand werden de gehuurde percelen, eventueel door afscheidingen of door afscheiding van sloten, ook wel door de huurder gekocht. Later kregen deze percelen door de afscheiding een nummer. Na 1800 was er geen wisseling meer in het gemeenschappelijk gebruik van deze weilanden.
Ruilverkaveling 1963-68
Rondom 1963 is een landbouwweg achter de Leijen aangelegd en daarmee is de bevaarbare Sânfeart doorsneden. De versleten rolbatte die voordien nog in gebruik was en over deze sloot lag om in de Fintjespolder te komen, was een paar jaar terug al vernieuwd tot een vaste betonbrug.
Op de scheiding van de Fintsjes en de Warren stond een Amerikaanse windmotor om het slootwater op peil te houden en overtollig water in de Leijen te pompen. Molenaar was Hans Samplonius, veehouder aan de Sondelerleane 3. Nu had de familie Samplonius van mode om hier en daar een (bij)naam aan vast te knopen. Zo noemde Hans de sloot bij de windmotor de ‘Boatsjesleat’. Waarom de naam ‘boatsjesleat’? De oude garde is niet meer, dus zal het altijd in nevelen verhuld blijven.
Daar de Warren en Fintsje polders achter de Leijen een 150 ha beslaat, was men in de ruilverkaveling van 1963-68 van plan om achter de Leijen een 4-tal boerderijen te stichten van elk een 40 hectare groot, voor die tijd grote boerderijen. De gedachtegang van de ruilverkaveling was om de weilanden dichter bij de boerderij te krijgen. De moderne boerderij in 1968 gebouwd aan de Sondelerdyk 4 voor Jouke Smits (1925-2001) is wel gerealiseerd, heden Johannes en Hanneke.
De boerderij aan de Sondelerleane 4 van nu SiemenCees zou worden opgeheven/ verplaatst naar achter de Leijen, nu de mestzak-opslag van SiemenCees. De eigenaar van deze vrij nieuwe boerderij, herbouwd in 1931 eigendom van Heldering–Star Numan wilde dit pertinent niet, dus toenmalige veehouder Jan en Hinke Bangma bleven er wonen. Ze verhuisden in 1969 naar de Groninger, even verderop. Vervolgens kwam hier veehouder Johannes Draaijer(1932-1991).
Om in de ‘greiden’ van de Warren te komen ging men eertijds via de Sondelerdyk, bij nu Johannes en Hanneke het erf/land/reed in, in 1 rechte lijn een kilometer lang.
Zo kwamen veehouders bij hun eigen weiland. Ook een mogelijkheid was bij de Halve Maan de zeedijk op en zo halverwege kon en ook in de Warren komen. Richting de herfst was het niet echt een pretje om de koeien dan te melken en dan door de modderige reed en de melkbussen aan de weg te krijgen.
De Sondelerzijde van de Leijen
Via de ‘hikjes’, de 2e ingang die lag na de moulier waaraan de molen stond in de oude Sondeler polder lag links de Simmerpolder. De ingelanden van deze polder betaalden per jaar minder omslag dan de voorliggende polder. In de jaren rondom 1925 stond in de Simmerpolder tegen de Leijen een kleine windmotor, aldus een plattegrond van die tijd. Deze windmotor stond op het land van veehouder Paulus Schram, hij woonde aan de nu Vogelzangwei 9. 1928 verkoopt Paulus alles en gaat met zijn vrouw Berber Postma en kinderen naar Altweerterheide in Limburg en heeft daar een boerderij met 44 hectare.
Titte Zandstra geb. 1873 had een 6.50 hectare in de oude Sondelerpolder. Na de molier waar de molen stond ging Titte het land in door 3 percelen om bij zijn eigen 2 stukken te komen. De percelen noemden men ook wel de wurtelbedden, zijn erg smalle ikkers.
Behoorde vroeger bij de boerderij van Wiebe en Cornelia de Vries. De verhuurder van de boerderij had bij de huurder bedongen dat er elk jaar een tiental bolderwagens grond en leem van de terp (waar nu woningen en school staan) moet worden afgegraven om de wurtelbedden op te hogen en vruchtbaarder te maken. Zijn 3e perceel was te bereiken via de bakkerreed, dan langs de 2 percelen van Hendrik Klootwijk en dan door 2 percelen rechtsaf. Dit perceel moet nu van Sierd of Kerst zijn. In vroeger tijd was dit een stuk water, een uitloper van de Leijen. Door de tijd opgehoogd met grond, nu grazen er melkkoeien.
Zo is er weer iets van de historie opgehelderd en beschreven.
Riedo.nl – Febr. 2026












