Boer zijn op land van melk en honing

Boer zijn op land van melk en honing

Bijvriendelijk

In de landbouwprovincies Groningen, Fryslân en Noord-Brabant is de bijensterfte hoger dan elders in Nederland. Verschraling van het landschap door de intensieve landbouw is daarvan mogelijk een van de oorzaken. Maar rendabel bijvriendelijk boeren kan ook, bewijzen Sierd en Joke Deinum-Ensing in Sondel.

Hier zit veel leven in: vliegen, torren. Je ziet elke dag de zwaluwen er overheen scheren. Melkveehouder Sierd Deinum staat in zijn grasland in Sondel en wijst op de ongemaaide stroken van een meter of twee breed. Het bloeiende gras staat bijna kniehoog, er groeit cichorei, witte klaver, veldzuring, duizendblad, van alles. ,,Het is een experiment: straks maai ik een paar stroken, andere laat ik staan en weer andere ga ik beweiden. Kijken wat er gebeurt. Ik neem aan dat op den duur de oude, streekeigen kruiden terug komen die op deze grond horen te groeien.”

Er groeit een behoorlijke variatie aan kruiden, grassen en planten, terwijl het grasland van de gangbare boeren maar twee soorten gras groeien – Engels raaigras en timothee – en verder zeer weinig of niets. 

Deinums partner Joke Ensing, gediplomeerd kruidengeneeskundige, loopt tevreden over het land. ,,Als ik zo rondkijk, denk ik: ons land is een ware saladebar voor de koeien.”

Ongemaaide stroken in het weiland

Hoe anders is het over het algemeen gesteld met de landbouwgrond. Honingbijen en andere bloembezoekende insecten hebben nog maar nauwelijks iets te zoeken. Uit recent onderzoek blijkt dat in de landbouwprovincie Fryslân, Groningen en Noord-Brabant een significant hoger sterfterisico is voor bijenvolken.Onder andere door intensivering van het maaibeheer in de mekveehouderij, het met de ruilverkaveling verdwijnen van wilde ‘overhoekjes’ in het landschap, en – waarschijnlijk – het gebruik van pesticiden in de akkerbouw worden honingbijen, wilde bijen en hommels en vlinders meer en meer teruggedrongen. Daardoor staat de bestuiving van gewassen en uiteindelijk de hele voedselvoorziening onder druk.

Het is nodig dat het aanbod van stuifmeel en nectar weer verhoogd wordt. Op het land van Deinum en Ensing schieten kruiden die op tamelijk schrale grond met een rijk bodemleven groeien.
De grond wordt schraal bemest met 150 kilo stikstof per hectare per jaar. Over giftige kruiden als vingerhoedskruid en jacobskruiskruid maken Deinum en Ensing zich geen zorgen.
,,Gifftige kruiden hebben we niet. Als ze er al zijn, steken we ze handmatig uit.”

Bijenkast achter de mesthoop

Deinum en Ensing boeren biologisch. Vanuit een bewuste leefstijl hebben ze ruim tien geleden gekozen van gangbaar naar biologisch boeren.
Ensing: ,,wij waren al jaren bewuste eters: eerlijk en biologisch verbouwd voedsel uit onze eigen omgeving.
Op een ochtend zei ik bij de koffie: ‘Sierd, waarom brengen we die gedachte eigenlijk niet ook naar achteren toe? Best raar dat wij heel bewust eten, maar dat we daar voor ons vee helemaal niet mee bezig zijn’.”

Rentmeesterschapgedachte

Deinum vond dat ze gelijk had. Het voer voor de koeien moest van ver ingevaren worden, het vee stond bijna niet meer op het land, de belasting voor het land en het vee was heel hoog. Alles vanuit de optimalisatiegedachte, vanuit de drive om zoveel mogelijk productie per koe te behalen. ,,Die gedachte hebben we moeten loslaten”, zegt Deinum. ,,Dat is heel moeilijk. Je moet totaal anders tegen het boeren aan gaan kijken dan je op school en vanuit huis geleerd hebt.

Schaalvergroting is heilig verklaard en boeren hebben tegenwoordig een angst om op een andere manier te proberen hun brood te verdienen. Ik ben christelijk opgevoed, maar nu pas boer ik vanuit de rentmeestergedachte. En we kunnen het rendabel doen. Ik heb minstens evenveel winst per hectare als toen ik nog gangbaar boerde.” Het bedrijf telt zo’n tachtig koeien, waaronder een aantal vleeskoeien, en is 75 hectare groot; 55 hectare cultuurgrond en twintig hectare van Staatsbosbeheer.

De begrenzing van de grond is duidelijk te zien. Het land van Deinum is ruig, de perceelranden zijn allemaal ongemaaid en de kruiden bloeien uitbundig. Eromheen zie je biljartlakens van de gangbaar boerende buren. ,,Je ziet dat wij een oase van natuur zijn, maar ik oordeel niet over hoe anderen werken”, zegt Deinum.
,,Wij hebben vroeger zelf ook in april gemaaid, dan maai je dus voordat kruiden de kans krijgen om te bloeien. Die schaduwkant kennen wij dus ook. Het punt is: wij zeggen dat onze producten beter zijn, dat houdt automatisch een oordeel over de andere producten in.
Sommige gangbare boeren voelen zich dan aangevallen.”
Maar klachten van buren over eventueel overgewaaide zaden horen Deinum en Ensing niet. Ze maaien in de laatste week van mei, en de stroken van het experiment gefaseerd in het seizoen. In principe dus ook ideale omstandigheden voor weidevogels. ,,Maar daar hebben we er helaas niet veel van. Predatie door vossen houdt ze jammer genoeg weg.  

Pinken grazen in de kruidentuin/Simmerpolder bij de Leijen

Louter gras

Deinum en Ensing werken volgens de pure graze-methode (zie kader). Het vee wordt louter gevoerd met gras. Geen granen dus – ook niet in de vorm van brok. Deinum: ,,Het is een kennis intensieve landbouwmethode. We leren nog iedere dag bij. Het is een hele omslag: er komen andere planten op het land, andere pollen. Het land is ruiger. De grond moet ook aan de nieuwe methode wennen. Dat duurt best lang – voor een mens, voor de natuur niet natuurlijk.”

Pure graze: gezonde koeien in de wei

Pure graze is een beweidingmethode waarbij het melk en vleesvee op een vers grasdieet staan. Ze staan van maart tot en met november zoveel  mogelijk in de wei. Dagelijks krijgen ze vijf keer  een verse strook gras om te grazen.
Voor de boer betekent deze methode een bezuiniging die wel op kan lopen tot vijf of zelfs acht cent per liter. Bij een quotum van vijf ton kun je dus 25.000 euro besparen op de productiekosten.

De voerkosten worden geminimaliseerd omdat de koeien veel minder krachtvoer krijgen. Ook de mest kosten dalen, omdat het vee de mest zelf naar het land brengt  en erover verspreidt. Door de hogere brandstof prijzen stijgen de kosten van krachtvoer, kunstmest, loonwerk en mechanisatie alleen maar door. Bijkomend voordeel is de verbeterde gezondheid van de dieren.  De melkgift is wellicht iets lager, maar door de dalende kosten van krachtvoer slaat de balans meestal toch in het voordeel van de boer uit.

Daarom dus het geëxperimenteer met het maaibeheer. Ensing: ,,Op den duur zie je dat het werkt, dat kruiden terug komen, dat het land gezonder wordt. De natuur geeft je als het ware het vertrouwen dat je goed bezig bent.”
Dat blijkt ook uit het leven dat deze manier van boeren aantrekt. De koeien zijn gezonder – de veearts komt alleen voor de vier verplichte controles per jaar langs en af en toe om te onthoornen. Omdat de koeien veel buiten lopen hebben ze weinig klauwproblemen de vruchtbaarheid is veel beter dan koeien in de reguliere melkveehouderij. Wel is de melkgift – die toen Deinum en Ensing nog gangbaar boerden 7000 liter per koe was – iets lager.
Die gezondheid kun je ook aflezen aan de koeienvlaaien: vol kevers, maden en schimmels. Gezonde stront. Deinum en Ensing verspreiden de vlaaien niet over het land. ,,Dat doet het leven in en op de bodem zelf.”

Imkers

Insecten, knaagdieren, vogels, het bedrijf biedt een uitstekende biotoop. En daar komt Johannes Krol in beeld. Hij is imker en voorzitter van de Ekobijkers Fryslân, de werkgroep van zo’n veertig Friese imkers die belangstelling hebben voor de ecologische verantwoord imkeren.
Hij heeft sinds dit voorjaar vier kasten op het land van Deinum en Ensing staan.
,,Het is nog afwachten hoeveel volken er op dit type grasland kunnen staan, afhankelijk van het staduim waarin de kruiden zich hebben ontwikkeld”, zegt Krol.
Bij geconcentreerde landbouwgewassen als koolzaad kunnen vier tot zes volken per hectare staan. ,, Dit eerste seizoen is het nog aftasten hoe de volken zich ontwikkelen en wat de honingopbrengst is. Aan de hand daarvan bepalen we of er meer volken bij kunnen of niet.  

Sierd en Joke

 “Krols vrouw kwam in contact met Ensing en zo ging het balletje rollen. ,, Op het platteland is het aanbod aan drachtplanten drastisch verminderd. De grenzen waarbinnen de bij kan gedijen worden stukjes bij beetje ingenomen. Tegenwoordig is in stedelijk gebied meer voedsel voor bijen dan op het platteland. Mooi dat er zoveel bloeiende tuinen zijn., maar het is eigenlijk te triest voor woorden natuurlijk.”
De Ecobijkers werden 25 jaar geleden opgericht door imkers die de parasiet varroamijt pertinent niet met chemische middelen wilden bestrijden. Tegenwoordig is chemische varroabestrijding helemaal niet meer zo’n issue; bijna niemand doet het nog. De Ekobijkers richten zich nu op het herstel van de biotoop voor bloembezoekende insecten.

Ze gaan in gesprek met grondeigenaren en –beheerders – gemeenten, Wetterskip Fryslân, boeren – over insectenvriendelijk beheer. De gemeente Tytsjerkstradiel heeft bijvoorbeeld het maaibeleid van bermen aangepast, zodat bloeiers meer kans krijgen. Alleen op gevaarlijke kruispunten wordt nog gemaaid.
Ook andere gemeenten, bijvoorbeeld Smallingerland, hebben een dergelijk beleid. Met de gemeente Súdwest Fryslân is Krol in gesprek over tijdelijke natuur op voorlopige braakliggende terreinen.
Krol vindt de manier van boeren van Deinum en Ensing geweldig. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistieken (cijfers 2011) zijn er in Fryslân 130 biologische boeren (al dan niet in omschakeling) op een totaal van 5654 landbouwbedrijven. Zij beheren 11.847 hectare, tegen 227.268 gangbare landbouwgrond (cultuurgrond) waarvan ruim 80 procent gras en groenvoedergewassen.
,, Wij hopen op een vliegwieleffect. Dat imkers en boeren elkaar inspireren.”

Volgens Romée van der Zee van het Nederlands Centrum voor Bijenonderzoek in Tersoal staan boeren – ook gangbare boeren – open voor bijvriendelijker boeren. ,, De boeren zijn zich er van bewust dat ze een handje kunnen helpen om de honingbij weer in de lift te krijgen.
Hier in de Lege Geaen heb ik boeren op hun eigen verzoek geadviseerd over wat ze kunnen inzaaien om de bijen te helpen.”
Luzerne en witte weideklaver, adviseerde Van der Zee. Dat wordt nu toegepast in het gebied. ,, Dat vindt ik een goed voorbeeld van een goede samenwerking tussen de boer, onderzoeker en imker, met wederzijdse belang en niet al te bezwaarlijke acties. Zo kunnen boeren er aan bijdragen dat imkers in hun eigen omgeving kunnen blijven imkeren.”
Sierd Deinum: ,, Het land van melk en honing – dat zie je hier. Bijen en koeien hebben een hechte relatie. De bij produceert een soort gist dat ze achterlaat bij het fourageren. Dat gist is gezond voor de koe.”

Sierd Deinum
Sierd verzet de draad voor de melkkoeien weer een aantal meters. Op achtergrond schoorsteen Woudagemaal te Lemmer

Hechte relatie

,,Wij optimaliseren ook onze opbrengst, maar heel anders dan de gangbare boer, legt Deinum uit. ,,Wij zeggen: gras geeft gras. Bij een bepaalde lengte van het gras heb je een maximale opbrengst per dag. Wij kijken naar wat de grond en de koe nodig hebben. Wij laten de natuur het doen, maar we spelen wel met de natuur, we kijken wat er gebeurd als we alles omhoog laten komen. Het is verrassend wat koeien allemaal eten.: cichorei, paardenbloem, zelfs ridderzuring- nou, dat is haast een vloekwoord onder boeren omdat die moeilijk uit te roeien is.
Wij laten die planten geen zaad schieten, zo bestrijden we hem.”

Deinum en Ensing vinden het zorgelijk dat de koeien verdwijnen uit het landschap. Ensing: ,,We reden laatst de Elfstedentocht voor historische bromfietsen, en je ziet hier in deze hoek haast geen koeien meer in het land. In de regio bij Dokkum weer wat meer, maar hier echt niet.”
Deinum vult aan: ,,Heel spijtig. Koeien horen in het land. Ze laten altijd iets staan op, het land. Als je maait is alles vijf of zes centimeter hoog. Koeien verspreiden ook zaden, ze laten mest achter op het land. Dat trekt insecten en wormen aan, en dat is weer goed voor de vogels.
Als we de koe uit het land weghalen, halen we een kardinale schakel uit het leven eruit weg.

En de koe moet gezond gehouden worden met de hele trukendoos van mineralen, krachtvoer, antibiotica enzovoort.
Terwijl de landbouw gigantische mogelijkheden heeft om dicht bij de natuur te boeren. We hoeven niks te doen, we hoeven er alleen maar dingen voor te laten.” ,,Ecologie en economie passen gewoon heel goed bij elkaar”, vult Ensing aan. ,,Wij verdienen een meer dan goede boterham.
En, ook belangrijk: we genieten van de manier waarop we werken. Je bent trots en dankbaar dat het gaat zoals het gaat.”

Bron: Friesch Dagblad – Sneinspetiele 23 juni 2012 – Door Wybe Fraanje
Foto: Riedo.nl