Wouda stoomgemaal

Wouda stoomgemaal

Februari 1910 is 44.000 ha in het zuidwestelijke deel van Friesland overstroomd door water.  Daarmee kwam het beheersen van de boezem en de bouw van een kunstmatig gemaal in een stroomversnelling, daar er in 1904 al een commissie was die verslag moest uitbrengen over een stroombemaling op de Zuiderzee nabij Tacozijl.  In 1920 werd het Wouda stoomgemaal bij Lemmer in werking gesteld. Nooit meer natte voeten. Het had niet veel gescheeld of een nieuw kanaal werd gegraven vanuit de Grote Brekken dwars door de Steke’s en de Uitheijing-polder, uitkomend  in de Zuiderzee, incl. de bouw van een dieselgemaal met zeesluis.

De ingenieurs L. van Krimpen en A. E. Kempees werden belast om een definitief plan te ontwerpen, om een kunstmatig gemaal te bouwen die het Friese boezempeil verlaagt als dat nodig is. In 1910 liet de minister de Provincies weten, dat steun van het Rijk zou bestaan in het stichten van “krachtige bemalingswerktuigen”. Zij dienden dit plan in op 6 december 1911.
In dat plan stelden zij voor een plaatsing van een dieselgemaal van 750 Water Paarden Kracht (WPK) bij Tacozijl, en van een eventueel tweede gemaal aan de Wieldijk nabij Mirns.
(Op de tekening is het nieuwe dieselgemaal met zeesluis gesitueerd vanuit de Grote Brekken dwars door de landerijen van de Stekes en de Zeedijk en Uitheijing-polder) 

Plattegrond van Google maps en overlay van een tekening gemaakt rond 1910

Ir. D. F. Wouda trad op 13 juni 1912 aan als hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat, als opvolger van ir. L. van Krimpen die op 5 mei 1912 was overleden. Ir. A. E. Kempees overleed op 25 sept 1913.

Op 5 dec. 1912 dienden Gedeputeerde Staten hun voorstel bij de Provinciale Staten in. Voorstelt werd tot de bouw van gemalen aan de zuidkant met een gezamenlijk vermogen van 1575 WPK, waarvan in eerste instantie alleen het gemaal van 750 WPK bij Tacozijl gebouwd zou worden.
Financiering van het gemaal en het vast te stellen peil speelden een grote rol. In het plan der beide hoofdingenieurs is het gemaal begroot op 705.000 gulden, n.l. 470.000 voor de pompen, motoren enz, en 235.000 voor het gebouw.

Er is berekend dat het gemaal een vermogen moet hebben van 750 WPK om al het overtollige water af te voeren naar de Zuiderzee. Maar omdat er ook plannen zijn omtrent de uitvoering van de watergang de Linde om ook dit  overtollige water op het Friese boezemwater te lozen. Hier is dus een extra vermogen van 150 WPK nodig. Dus 750 en 150 maakt 900 WPK aldus een schrijven van Prof. Dijxhoorn.

Door de voortdurende studie van de hoofdingenieur Wouda mbt het gehele afstromings-plan, stelde hij op 22 okt. 1913 voor om in plaats van dieselmotoren stoommachines aan te schaffen. Hoogleraar prof. Dijxhoorn kon zich met dit voorstel verenigen.
21 nov. 1913 gaf ir. D.F. Wouda het denkbeeld in overweging om een andere plaats  te kiezen voor het gemaal en wel aan de zeedijk bij de Teroelsterkolk. 

In een rapport van januari 1914 staat dat de toepassing van stoommachines in plaats van dieselmotoren in het gemaal van Tacozijl tot besparing zou leiden van 100.000 gulden.
Maar omdat men de capaciteit verhoogd met 150 WPK naar 900 WPK zal dit pl.m. 700,- gulden per WPK kosten.
Bij gebruik van een stoomgemaal van 900 WPK zijn de kosten 710.000 gulden.
Verschillende gemeente besturen in de Friese Zuidwesthoek hebben de Staten verzocht om het te bouwen stoomgemaal te combineren met een elektriciteit centraal-station.

Voortschrijdend inzicht

Vervolgens bepleite hij het gemaal te bouwen bij de enige kilometers oostelijk van Tacozijl gelegen Teroelsterkolk. Dit omdat er een geheel nieuw kanaal van 2 kilometer lang vanaf de Grote Brekken moet worden gegraven, via nog aan te kopen landerijen van de Tweede en Derde Steke en dwars door de Uitheijing-polder in de Zuiderzee uitmond. Beter zou dus zijn om het gemaal bij de Teroelserkolk te bouwen omdat vanuit de Grote Brekken de eerste 1250 meter gebruik kan worden gemaakt van de bestaande Zijlroede. Dit deel van 1250 meter zal wel verdiept en verbreedt worden.
Het laatste deel van 750 word nieuw gegraven en dus aanzienlijk goedkoper, de besparing van de aanlegkosten van het toevoerkanaal zou volgens globale begroting op deze wijze 80.000 gulden kunnen bedragen.
Een voordeel verder is, dat het gemaal dicht bij Lemmer zal staan. Voor het bereiken van het gemaal door tijdelijk personeel, voor het halen van hulp voor herstellingen enz, is dit van betekenis.
Dit gewijzigde plan werd op 15 januari 1915 door de Provinciale Staten goedgekeurd.
De bouw en info van het Ir. D. F. Wouda gemaal is te bekijken op de link 

Het gemaal werd officieel in gebruik genomen op 7 oktober 1920,  “een wonderschone stralende herfstdag” zoals zijn geestelijke vader enthousiast schrijft. Het heeft een capaciteit van 4000 m3 per minuut. In 1947, bij diens pensionering op 67-jarige leeftijd, gaf het provinciaal bestuur het de naam van zijn geestelijk vader ir. D. F. Wouda.  In 1998 plaatste de UNESCO het op de lijst van Werelderfgoed.
Het gemaal gaf verlichting van de wateroverlast in de winterperiode, maar deskundigen die hadden aangegeven, dat er eigenlijk twee gemalen gesticht zouden moeten worden, kregen weldra gelijk.

Met extreem weer in de winterperiodes staat het boezemwater soms buitengewoon hoog, landerijen buiten de polders staan ook blank.
De schoorsteen van het stoomgemaal rookt dan op volle kracht om het overtollige water af te voeren.
In de winter van 1965-1966 liep één derde van het zuidwesten van Friesland de provincie onder water.

Het gemaal aan de Wieldijk nabij Mirns is niet doorgegaan, doch later is gesproken om het bij Laaksum te plaatsen. Het Fryske Gea voerden hier bezwaren tegen en het bleek dat er nog steeds zand verplaatsing optrad, met name naar de zandplaat de Mokkebank, dus is het Stavoren geworden.
Het elektrische J.L. Hooglandgemaal bij Stavoren werd op 10 mei 1967 officieel in gebruik gesteld, met een capaciteit van 6000 M3 per minuut. Bij hoog water word dit gemaal snel in werking gesteld.
Het Ir. D.F. Woudagemaal is en blijft nog steeds een belangrijke schakel in de Friese waterbeheersing.

Ir. D. F. Wouda gemaal in werking

In 1891 werkt de jonge ingenieur Lely de eerste levens vatbare plannen uit voor de Afsluitdijk, die in sept. 1933 voor het verkeer gereed kwam en dus de Zuiderzee IJsselmeer werd. Na de aanleg van de Afsluitdijk in 1932 is de Zuiderzee niet meer en krijgt het de naam IJsselmeer. Het Prinses Margrietkanaal met schutsluis is in 1952 in gebruik genomen. Voordien (voor 1928) vaarden de schuiten door de sluis bij het aloude Tacozijl en nu minder door de Lemstersluis.

 

Dan moet er ook nog overblijfselen zijn van de verbinding van de Middeelzee en Zuiderzee.  De Sudermude of Sûthermûtha of Surmunte Keeg.  O.Santema vertaalt dit letterlijk in ‘Zuidermond’.
Een landnaam welke eerder met de Sudermude in verband kan hebben gestaan is de Surmunte Keeg. In het Floreenkohier van Sondel (dit strekte tot voorbij Tacozijl) stond in 1700 een perceel miedland (weiland) in Suyr Muntker Keegh aangegeven.
Dit weiland /gebied lag tegen de Zeedijk aan de nu Plattelijk (Henk vd Meer).

Bronnen: Gemaal bij Tacozijl – Winterzitting 1914,  Google books – Beheersing van de boezem, e.a.