Loonbedrijf Haagsma

Loonbedrijf Haagsma

Het begon allemaal in het klein, de eerst trekker die Wiemer Haagsma kocht was een petroleum Fordson ‘Blauwe Reiger’ trekkertje van 28 pk. Via de Marshallhulp (herstelhulp) na de oorlog van 1940-45 geregeld.
Hij deed loonwerk voor de Domeinen in de NOP en ging op zijn fiets met hulpmotor heen en terug. 1958 koopt Wiemer een boerderijtje (woning met houten schuur) in Sondel aan de Delbuursterweg, van erven Sijbren Bangma, die er maar even heeft gewoond.
Een loods kwam er bij en nog één. Het bedrijf groeide en kreeg bij de boeren in Gaasterland ook steeds meer werk. Wiemer had de slogan; ‘zeg nooit dat je het druk hebt’.

Wiemer 1921 – 2007, oudste van vier zonen van Bendiks Haagsma en Wypkje Bouwstra, veehouder aan de Lynbaan te Wijckel. De jongens konden niet allemaal boer worden dus Wiemer werd loonwerker. Hij trouwde Jantje Faber, ze gaan wonen in de Sânmar te Wijckel, later aldaar aan de Jachtlustweg. 

Logo Loonbedrijf Haagsma

Zijn materiaal had hij op het stee bij zijn vader staan.
Begin 1940 is de NOP drooggelegd en met de jaren in cultuur  gebracht.  Grondwerkers verbleven een hele week in de NOP om greppels te graven die het laatste water afvoerden. Het riet werd gezaaid met een vliegtuigje. Dit groeide zo hoog dat Wiemer dan op zijn trekker moest staan om over het hoge riet heen te kijken, hij maaide het riet met de zelfbinder. Daarna met de ploeg er door en vervolgens de cultivator.

Na verloop van tijd koopt Wiemer nog een aantal Fordson trekkers bij, maar voor de koude winterperiode liet hij op 1 van deze trekkers een houten cabine op bouwen die was gemaakt door Kuiper carrosserie. Jaap Klijnsma was de eerste werknemer bij Wiemer.

’s Avonds liet hij de trekker en machines in de polder staan en ging op zijn fiets met hulpmotortje weer naar Wijckel.
Ook meer (bouw)boeren als klant in de polder erbij, o.a. aan de Hopweg, waar hij een schuur huurde voor de opslag van zijn machines. Zoon Dix ging dan ook wel eens mee begin 1950 en dan kon je vanaf Lemmer in de verte de watertoren van de Kuinre zien, het Kuinrebos was nog maar net aangeplant. Het arsenaal aan machines werd verder uitgebreid. 

Rond 1953 - Jacobus Boschma met zijn 3 kinderen voor zijn boerderij, dit pand koopt Wiemer in 1958.

Er moest meer ruimte komen voor opslag en reparatie, dus werd in 1958 een ‘boerenspultsje’ aan de Delbuusterweg gekocht dat vrij kwam. Hier boerden eerst Jan Duister daarna, Age en Froukje Boschma, maar die verhuisden rond 1956 naar Punthorst.
Toen kwam Sijbren Bangma, geboren 1 mei 1897 (broer van Sjirk) met zijn vrouw His de Kroon vanuit Drenthe.
Ze rentenierden hier met een paar koeien om rond te komen. AOW had je nog niet. 4 maart 1958 overlijdt Sijbren en zijn vrouw vertrekt naar elders.
Vrij vlot na de aankoop van deze woning en schuur laat Wiemer er een grote loods door timmerman Duie Visser uit Wijckel naast bouwen voor zijn machinepark.

Tjitze, jongste broer van Wiemer, trouwt dec. 1956 met Betty Breimer en helpt zijn vader eerst op de boerderij. Een andere broer van Wiemer, Cees neemt de boerderij van zijn vader over, maar vertrekt in 1965 naar Marknesse.  Tjitze was intussen bij zijn broer Wiemer aan het werk en was al naar Sondel verhuisd met zijn vrouw in de aangekochte woning en schuur.

Na de geboorte van hun 2e zoon Jacob plaatsen ze een bord op de woning met BE-JA. Eerste letters van de beide zonen. De schuur wordt gebruikt voor opslag.



Dix op de Fordson 'Blauwe Reiger' en zijn moeder er voor

In die tijd woonde veehouder Piet en Ida Kramer achter aan het eind van het pad wat er naast lag, maar via dat pad was er een zandpad vlak achter het bedrijf langs dat weer voor Jan Bakker langs liep en zo kwam je weer op de Noorderreed uit.
Scheelde weer wat loopwerk als je binnendoor kon. Na enige tijd heeft Wiemer er een aantal meters achterhuis bijgekocht voor meer ruimte en voor bij Willem Jan Atsma iets toegegeven.
Het bedrijf werd groter, aardappel-rooiers , 2 combines voor de granen, 3 bietenrooiers, in de winter bij de boeren in Gaasterland mestrijden en als het hier te nat was kon je in de polder wel rijden, dus altijd werk.
Tjitze viel een keer van de zolder af op de combine die in de oude schuur stond, hij werd afgevoerd met een schedelbasisfractuur. Tjitze die altijd op de bietenrooier zat, moest dit nu over laten aan zijn oomzegger Dix. Deze had er ook nog nooit op gereden, dus maar net doen of je overal verstand van hebt.

De Kramers hebben in 1950 een dubbele woning aan de Delbuurstweg 15 laten zetten.
Ze verlengden hun boerderij een aantal keren, dus meer melkkoeien en meer arbeid.  In de Nijemirdumer zijde kwamen Herman en Gretha Kramer-Leenstra te wonen en in de Wijckeler zijde Gelf en Johanna Kramer-Melchers  die in 1967 naar de Brekkenpolder verhuisden. Tjitze en Betty en zonen Bendix en Jacob-Arend zijn in deze helft gaan wonen.

Ruilverkaveling
Om de efficiëntie van de landbouw beter op peil te brengen kwam de Ruiverkaveling van 1963 – 68 in beeld en dat bracht veel werk met zich mee. Hydrolyse kranen waren er nog niet zoveel, veel meer draadkranen en daar moesten weer mannen met een schep het talud van de sloot bijwerken. Veel van die arbeiders kwamen met busjes uit Jubbega.
Nieuwe dammen werden door de arbeiders met zoden opgezet. Voor een goede ontsluiting richting Woudsend werd het oude pad richting de Warren doorgetrokken en vernieuwd. Loonbedrijf Haagsma zijn werk was daar grond rijden en hand en span diensten verlenen.

1973 - Op de foto nog 1 loods

Grotere rechthoekige percelen werden gemaakt, de boeren zagen dat het vernieuwde grasland beter groeide. Bij boeren werd nadien veel grasland met een Lely-frees over de kop gehaald en dan ook kalk strooien tegen de zuurtegraad of voor onderhouds-bekalking, je had het land toch over de kop. Ook weer een opgang  na de ruilverkaveling. In de tijd van 1970 ook veel werk op de gasleiding vanuit Groningen die bij Hylpen het IJsselmeer in ging richting Noord-Holland. Wiemer er achter aan om de toplaag weer te egaliseren en af te werken.

Voordat de brug over de Langesloot werd gebouwd in 1964 in de Brekkenpolder, moest Haagsma vanaf de Spannenburgster kant met de pont over naar de boeren in de Brekkenpolder. Of via de Tweede Steke met de pont over bij Woudstra, maar dat was meer voor de boeren van hier die daar land hadden in de Brekkenpolder. Woudstra had aan deze kant grasland, het loonbedrijf die daar mest uitreed moest telkens met de trekker en mestwagen over de Langesloot, wat een werk.
Eibert Dooper had daar ook land en ging met zijn nieuwe trekker ook over de pont de Brekkenpolder in, althans dat zou maar de trekker belande in de Langesloot.  
In 1974 is de tweede loods tegen de eerste aangebouwd, dit hebben ze deels met eigen mankracht gedaan. Het bedrijf had in het hoogseizoen wel een 30 man aan het werk.

Trekkers
Wiemer heeft aardig wat trekker door de handen gehad. In het begin een aantal Fordson petroleum trekkers, Nuffield, Fiat SOM60, Eicher 42 pk, Buck DZ30 met een vingerbalk er aan waar Jaap Klijnsma bij de boeren gras maaide, 4 cilinder Fordson later omgebouwd naar 6 cilinder. In 1971, 2 nieuwe John Deere 6 cil-80 pk trekkers, zijn maar 1 jaar in gebruik geweest.  Meer werk meer trekkers, Wiemer kon de handel niet rond krijgen met de dealer van John Deere dus kwamen er 4 nieuwe Fiat-trekkers, waarvan 2 Fiat 850 en 2 Fiat 1000 en 2 gebruikte Fiat 750 en Fiat 1300-vierwiel enz…
Ook een paar UTB trekkers uit Roemenië gekocht, kosten niet veel maar dat viel bar tegen dus weg er mee.

1965 - Tjitze Haagsma op de Nuffield aan het persen

Rond 1975 kwam Melle van der  Goot vanaf zijn 16e bij Wiemer aan het werk.
Bij de Margrietsluis had Wiemer een paar kranen draaien en op de oude groene Nuffield van Geert Klootwijk gekocht moet Melle de kranen van diesel voorzien.
Als je kon trekker rijden dan was je bij Wiemen welkom. De trekker moest niet te vaak in de sloot belanden, dan kon je wel aan de slag met de bosmaaier. Melle heeft het hekkeljen in de Wollegaast aan het grote kanaal geleerd.
Tussendoor bij Arie Lievaart aan het werk geweest, toch weer terug naar Wiemer.
In de winter was het een modderpoel om de loods heen. Het fietspad bij de rondweg van Lemmer moest er uit voor asfalt en Wiemer ruimde de tegels op en deze kwamen rondom de loods te liggen.

Jelle Dijkstra was chauffeur en monteur. Wiemer zag overal licht in en als hij een idee had kon Jelle, de Willie Wortel, het maken. In de winterperiode sleutelen aan de Ford-Majors, de motor samen met collega Ype de Vries er uitgehaald en een 6 cilinder vrachtwagenmotor er voor in de plaats gezet, deze kwam o.a. bij kreupele Jelle uit Oudemirdum vandaan.
Vertragings-bakken werden achter de versnellingsbak van de trekkers geplaatst. Hadden ze meer vermogen bij het frezen van grasland. Wiemer liet een kalkstrooier op een vrachtauto bouwen. Hier werd ook slakkemeel mee gestrooid. Begin periode werd de kalk uit Lemmer gehaald, later zijn er drie silo’s op het erf geplaatst voor de kalk en slakkemeel. Pieter Leffertstra zat bij Wiemer op een oude vrachtauto met een giettank erop. Op naar de boer met dat ding en gier uitrijden. Melle reed op een Daf met kalkstrooier voor de bouwboeren rond Arum / Witmarsum kalk over de bouw en in de herfst slakkemeel.
Goedkope Russische mestwagen ook geprobeerd, maar die wilden voor geen meter strooien. En als ze niet goed werkten belanden ze achter de loods  in de stekels, waar het jaren later nog stond te verroesten. Wiemer mocht graag wat bewaren, je weet maar nooit..

Hekkel-apparatuur op de trekkers gebouwd en dit kwam er nooit weer vanaf, dus werd deze trekkers alleen gebuikt voor hekkel-werkzaamheden.
Bermen werden gemaaid en sloten gehekkeld door heel Gaasterland en Doniawestal. In Lemsterland hebben ze dit werk 20 jaar gehad. Nadien de bermen weer opruimen en of met de walfrees er overheen. Genoeg werk tot ver in december. Werkzaamheden bij de grote sloten van het Waterschap, 2x per jaar.

Droge zomer
In de droge zomer van 1976 kwam Wiemer met een oplossing. Hij kocht oude complete  brandweer auto’s om de landerijen te besproeien. De jongens reisden dan half Friesland door met deze oude benzine slurpende brandweerauto’s. Er is heel wat benzine door gegaan, daar ze dag en nacht draaiden.
Het verzetten van het kanon, slangen oprollen en op naar de volgende boer was het werk. En tussentijds controleren of alles werkte, benzine bijvullen. Voor het zelfde was de sloot leeg getrokken. Later werden de pompen van de auto afgeschroefd en achterop de trekker in de hef geplaatst, een trekker draait op diesel = goedkoper.
De jongens die daar werkten, hebben een mooie tijd gehad bij Wiemer, die heel sociaal was en organisatietalent had, maar verder geen poeha. Dix moest tegen Tjitze omke zeggen en na verloop van tijd noemde iedereen die er werkte Tjitze ‘omke’.

Voorheen had je ronde kuilbulten al dan niet in een ronde betonnen silo. Met een transporteur werd dit werk geklaard, Wiemer kwam met het idee langs dat je met de  hooipers, ook wel kuilpakjes kan maken. Dat heeft niet zo lang geduurd, kuilpakjes waren erg zwaar. De landbouwwagens waren te licht gebouwd en zere en lamme handen kreeg je er van. Al vrij vlot kwam de rijkuil er achteraan.

Anekdotes
1979.  In de Brekkenpolder bij Obe Mous tegen het Margriet-kanaal zat veel riet en erg zachte grond. Deze wildernis moest gemaaid worden. Klaas Punter uit Bantega zat op een 60 pk Nuffield met maaibalk. Melle vd Goot kwam er achter aan voor de volgende ronde en naarmate Melle dichterbij Klaas kwam verdween de trekker verder weg. Het dakje van de trekker kwam alleen nog boven met maaiveld uit. Platen en dragline schotten erheen en met een aantal kranen de Nuffield er uit gehaald.

Appie Strampel uit Bantega woonde bij beppe. Klepelde veel met zijn grote UTB in Lemsterland. Bij vochtig weer wilde de trekker slecht starten. Hij startte de trekker en beppe maar met een bus ether spuiten. Weekends had hij de trekker wel thuis staan, op naar Sneek, was Appie met trekker bij Fijn.

 

Wiemer Haagsma

Bij de Banco in de Brekkepolder helemaal achter in het land hekelen breek er een olieslang, moest je naar de weg lopen om te bellen bij de boer, weer een halve dag om.
Melle reed daar ook zand samen met Pieter Folmer en Marten van Eesterga, eventjes een uurtje er tussen uit met zijn collega’s in de open Opel Captain bij Marten zijn de paarden kijken, Wiemer bromde dan wel even als hij dit hoorde maar meer ook niet.

Dood paard bij de Fam. Eppinga. Het paard had 20 jaar trouwe dienst gedaan en werd op het erf begraven. Bij het scheiden van de dag en nacht werd een diepe kuil gegraven door Jappie van het loonbedrijf en werd het paard er in gelegd.             

Wiemer kwam op leeftijd en Wiebe Atsma, monteur bij de Blaauw heeft omstreeks 1988 het bedrijf overgenomen. Eerst vele containers met oud ijzer opgeruimd. Het oude machinepark van Wiemer werd vernieuwd. De oude schuur en woning die waren omgedoopt tot magazijn werden geruimd voor nieuw. Na een 10 jaar is het loonbedrijf van Atsma opgegaan in een ander bedrijf elders.

Riedo.nl,  Febr. 2019